‘Prik je levensbeschouwelijke bubble door’

bubblesnewscientist

Het leven in een bubble is dodelijk saai. Bubbles zijn de dood in de levensbeschouwelijke pot. Waren de zuilen te nadrukkelijk aanwezig, de levensbeschouwelijke bubbles zijn al even nadrukkelijk afwezig. Als iedereen zich terugtrekt in de eigen comfort zone, zijn er minder gedeelde waarden waarop men zich kan beroepen als samenleven moeilijk wordt.’ Aldus antropoloog André Droogers in het Boeddhistisch Dagblad.

Boeddhabeelden bij de Blokker.’

Volgens Droogers moet je uit je bubble komen en je angst overwinnen voor verschillen.

Check eens of je eigen waarden de vergelijking met die van anderen kunnen doorstaan. Informeer je over standpunten die je tot nu toe negeerde. Probeer te ontdekken hoe en waarom mensen tot die opinies gekomen zijn. Prik desnoods je eigen bubble en die van anderen door.’

Droogers zegt dat de meeste Nederlanders hun levensbeschouwing beleven op geheel eigen wijze, buiten kerken, synagogen, moskeeën of tempels om. Ze verblijven in hun zelfgekozen bubble. Daar zijn miljoenen versies van.

De inhoud verandert met wat mensen overkomt en met het media-aanbod. Bubbles zijn commercieel interessant geworden.’

Voor de zinzoeker voelt de eigen bubble veilig aan, is de gedachte van de antropoloog, en staat de bubble voor een vorm van leven en laten leven.

Tolerantie troef. Wie niet als gelijkgezinde wordt herkend, krijgt doorgaans geen aandacht. Bekeren heeft een negatieve klank gekregen. Het eigen gelijk blijft intact, meestal zonder al te veel confrontatie met andere perspectieven.’

Droogers adviseert conflictzones te zoeken om je waarden te testen en de ruis te horen op de lijn.

Ontdek tot je verrassing welke waarden ondanks alles gedeeld worden. Omhelzen is niet verplicht, vriendelijk afwijzen kan ook. Maar ga op marktonderzoek. Kijk of je van gedachten kunt veranderen.’

Je gedachten kunnen dan in beweging komen en je komt wellicht in een weemoedig stemmende ervaring, na al die saaiheid. Misschien verlies je zelfs gedachten die eerder helemaal bij jou hoorden. Volgens filosofe Joke J. Hermsen kan je dit proberen om te buigen tot hoop, tot reflectie of kennis, tot creativiteit of dagdromen, tot macht of verstrooiing, tot liefdes of idealen, ook al zal de melancholie je soms, als het tij tegenzit, nog zo tot wanhoop drijven.

Waar zit precies het kantelpunt waarop de mens net nog over voldoende moed, daadkracht en hoop beschikt om het tij te doen keren en over het verlies heen te stappen, of zich in ieder geval daarvan weet los te maken, om vervolgens een nieuwe verhouding tot de wereld en zichzelf te zoeken?’ (Hermsen)

Een hulp hierbij kan wellicht het essay van de Maand van de Filosofie zijn, het boek Melancholie van de onrust, van Joke J. Hermsen. In dit essay wil zij de melancholie van de onrust en de angst onderscheiden van de weemoed die juist tot reflectie, mededogen en creativiteit kan leiden.

Wat is er voor nodig om tot die creatieve herschikking ten opzichte van het verlies te komen, waarin de mens zich immers al sinds zijn kindertijd heeft bekwaamd? Wanneer laat hem het menselijk al te menselijke vermogen de weemoed te omarmen als de motor van zijn creativiteit, van zijn vermogen om tegen de klippen op te blijven denken en scheppen, in de steek? Wat is er voor deze veerkracht van het denken nodig, die ons nu, zo lijkt het althans, steeds vaker ontbreekt?’ (Hermsen)

Zie:

Doodsaaie bubbles
* Essay Maand van de Filosofie (April 2017)

Beeld: newscientist.com

‘Geloofsinhoud eerder hinderlijk dan zinvol’

filsosoferenbijschermerlicht

Ooit hoopt filosoof Dennis vanden Auweele geloof en wijsheid weer elkaar de hand te laten reiken. Maar hij vreest soms ook dat hij Pallas Athena en Sint Paulus misschien niet kan verzoenen. Hij zegt dat in zijn boek Filosoferen bij schemerlicht, een gevolg van een doctoraal onderzoek aan de KU Leuven. Met als rode draad de verhouding tussen het geloof als vertrouwen en de rede als een zoektocht naar zekerheid. Over (on)macht en (wan)hoop.

De zoektocht naar zekerheid heeft vaak het geloof als een ongelegitimeerde en nefaste vorm van onwetendheid aan de kant geschoven. Voor mij had dit als resultaat dat ik geen vertrouwen meer had in de rede. Dit boek is een poging om mijn vertrouwen in de rede te herwinnen, maar ook om te laten zien dat het geloof als vertrouwen best wel redelijk kan zijn.’ (Uit: Filosoferen bij schemerlicht)

Volgens theoloog Gijsbert van den Brink – in een commentaar op Filosoferen bij schemerlicht – vindt Vanden Auweele de geloofsinhoud van een godsdienst eerder hinderlijk dan zinvol: in de godsdiensten moet het gaan om de symbolen en om de emotie, niet om de dogmatische waarheden. Van den Brink vindt het echter bezwaarlijk dat bij deze benadering de verschillen tussen godsdiensten worden genegeerd.

Vanden Auweele wil juist over de verschillen heen springen en landen bij de overeenkomsten. In Religie is springlevend… maar waarom? merkt hij op hij dat er vorig jaar een grote congregatie van lutheranen samenkwam in New Orleans om hun zogenaamde Declaration on the way vast te leggen, waarin verklaard werd dat er geen kerk-splitsende geschillen meer zijn met de Katholieke kerk – bijna vijfhonderd jaar nadat Luther zijn befaamde vijfennegentig thesen aan de portier van de kerk van Wittenberg had genageld.

Volgens Van den Brink is het christendom vredelievender dan de islam, en heeft dat alles met de geloofsinhoud te maken: de geloofsinhoud is veel belangrijker voor religie dan Vanden Auweele erkent. Maar als we dan echt naar de geloofsinhoud gaan kijken, lijkt Van den Brink de geloofsinhoud van de islam niet echt te begrijpen. Volgens Karen Armstrong is er zelfs niets in de islam dat gewelddadiger is dan het christendom.

Van den Brink vindt dat godsdienst door Vanden Auweele wel erg individualistisch wordt opgevat: het gaat vooral om je eigen innerlijk, niet om je gedrag, zo stelt de auteur.

Vanden Auweele vraagt zich in Filosoferen bij schemerlicht af of religie vaak een nefaste uitwerking heeft omdat wij op een slechte manier met haar omgaan. Hij ziet religie een beetje zoals een trommel: hoe harder je erop slaat, hoe meer geluid hij maakt en hoe gewelddadiger hij klinkt.

Religie is een zingevend geheel van praktijken en ideeën dat uiting geeft aan de idee dat niet alles redelijk moet zijn of in het verlengde van onze vrijheid moet liggen. Sommige dingen waar ik niet voor gekozen heb, zijn toch nog van belang voor mij. En sommige dingen die mijn vrijheid niet vergroten – denk maar aan het ouderschap – blijken toch van groot belang. Een wat archaïsch woord hiervoor is heilig: aan sommige dingen komt niemand aan – zelfs als brengen ze veel ongemak mee. De religie is altijd een poging geweest om te verstaan wat wij heilig vinden. Wij gaan misschien niet meer wekelijks naar de kerk, maar we hebben wel nog steeds voeling met dingen die heilig voor ons zijn.

En wanneer je begint te prutsen aan het heilige van anderen, zo stelt hij ten slotte in zijn artikel Religie is springlevend… maar waarom?, dan zal het misschien de oorlogstrom zijn die luidt. Door voldoende openlijke dialoog – ook tussen gelovigen en niet-gelovigen mensen – kan deze dan weer plaats ruimen voor universele toenadering en een mooie harmonie.

Zie:

* Religie is meer dan emotie

* Religie is springlevend… maar waarom? 

Op de omslag: Maanopkomst aan zee – Caspar David Friedrich

Filosoferen bij Schemerlicht. Over (on)macht en (wan)hoop | Dennis Vanden Auweele Uitgeverij Klement, Zoetermeer | 2016 | ISBN 978 90 868 7194 0 | 248 blz. | € 19,95

Waarheid nastreven leidt tot inzicht, steeds opnieuw

20170316_114622 (1)

Religie wordt volgens filosoof Heidi Dorudi vooral dan problematisch als er absolute waarheidsclaims worden gemaakt. Ongeacht of die komen vanuit de seculiere of godsdienstige kant. Werkelijk religieus denken is voor haar in eerste instantie een metafysisch denken, en metafysica heeft voor haar alles te maken met kritiek en een kritisch individu.

Dorudi vraagt zich af of de taak van journalisten werkelijk ‘waarheidsvinding’ is en of dat überhaupt mogelijk is. Voor Dorudi gaat het eerder om ‘feitenvinding’. Als filosoof denkt zij namelijk niet dat waarheid iets is dat wij — als de begrensde en eindige mensen die we nou eenmaal zijn — ooit kunnen claimen.

Over waarheid beschikken we simpelweg niet. Wel over de feiten van onze substantiële realiteit.’

Dorudi stelt dat waarheid een thema is waar filosofen altijd naar streven, zoals al blijkt uit het woord ‘filosofie’, dat van het Griekse philosophia komt en ‘liefde voor wijsheid’ betekent.

Daarbij gaat het om een streven naar inzicht – of naar waarheid zo je wilt – omtrent zaken zoals het bestaan, kennis, moraliteit, de rede, de geest, de taal en al die dingen waar je als mens mee geconfronteerd wordt en waar je over nadenkt, of na kunt denken.’

Volgens Dorudi houdt het verlangen van de filosoof naar waarheid in dat je die waarheid niet hebt – of zoals Socrates dat zegt: je weet dat je niet weet, maar desondanks poog je in je vragen en denken tot waarheid te komen.

Dit pogen iets te verkrijgen dat je niet hebt, veronderstelt dat je reeds betrokken bent geraakt op in dit geval de waarheid die je vooralsnog niet bezit. En betrokken te zijn op iets betekent in relatie te staan tot iets. Bij het verlangen naar waarheid gaat het dus om het tot stand komen van deze relatie, terwijl je weet dat je de waarheid zelf nooit zult bezitten. Daar zit dan ook het voortdurende verlangen van de filosoof in.’

De grootste vijand van het streven naar waarheid is zelfgenoegzaamheid, parafraseert Dorudi Socrates, en dat komt tot uitdrukking in een overmoed te denken te weten, zonder te weten dat men niet weet.

Uiteindelijk gaat het bij het streven naar waarheid om het komen tot inzicht – met daarbij het weten dat zo’n inzicht nooit iets blijvends is – en dat je voortdurend opnieuw tot inzicht moet komen.’

Ook de wetenschap is volgens de filosoof niet in staat de absolute waarheid in haar eenheid te kunnen vatten, omdat zij daarvoor te groot is en we altijd slechts delen van de algehele waarheid kunnen bevatten.

Als mens zijn we volgens Dorudi niet in staat om een soort onafhankelijke absolute buitenpositie — niet alleen buiten de aarde, maar zelfs buiten de kosmos — in te nemen en van daaruit álles te overzien, te bevatten en te beoordelen.

Iets dat absoluut is, valt met niets samen — het heeft dus geen voorafgaande oorzaak, maar is de oorzaak van zichzelf. Dit is de betekenis van het woord ‘absoluut’. Zoiets is voor ons mensen simpelweg niet mogelijk. We zijn altijd belichaamd en derhalve verbonden met een geschiedenis en een gemeenschap en bovendien zijn we veranderlijk, vergankelijk en sterfelijk.’

Zie:

Een portret: “Religie wordt vooral problematisch als er absolute waarheidsclaims worden gemaakt” 

* Filosofie (1): Beschikken we wel of niet over absolute waarheid? (Nog 3 delen volgen)

Foto: PD – Duizenden boeken in een hemelse ambiance, dat is Boekhandel Dominicanen in Maastricht, gevestigd in de ruim 700 jaar oude Dominicaner Kerk. Door The Guardian uitgeroepen tot The fairest bookshop of the world, a bookshop made in heaven. Een prachtige locatie met een rijke geschiedenis die zorgt voor een indrukwekkende en bovenal unieke sfeer.

De relevantie van Godsargumenten

emauelrutten-1

Overdenkingen, zo heet het nieuwe boek van filosoof Emanuel Rutten, dat in maart verschijnt. Eerder schreef hij met Jeroen de Ridder En dus bestaat God, waarin acht Godsargumenten worden beschreven. In Overdenkingen maakt hij de stap van het algemeen theïsme naar het christendom, gericht op zijn wijsgerig denken over het Christendom. Student Rahib Khawaja interviewde Rutten over samenwerking tussen moslims en christenen, naar aanleiding van Ruttens gastcollege over Godsargumenten op de Islamitische Universiteit Rotterdam.

In het interview wordt gesproken over de herleving – vooral in Amerika – van het geven van rationele argumenten voor het bestaan van God. Rutten zegt dat de klassieke argumenten sterk verbeterd zijn, en stelt dat alle kritiek van met name Immanuel Kant, David Hume en Bertrand Russell op de klassieke argumenten grotendeels is weerlegd, en er nieuwe interessante argumenten zijn bijgekomen.

Zo heeft bijvoorbeeld Alvin Plantinga een moderne versie uitgewerkt van het klassieke ontologische Godsargument van Anselmus. En Alexander Pruss heeft enkele bestaande Godsargumenten sterk verbeterd. Ik heb hem wel eens de Aquino van onze tijd genoemd. Het is een buitengewoon interessant filosoof.’

In Nederland houdt eigenlijk alleen de VU zich ermee bezig. En dan vooral Rutten, die het modaal-epistemisch Godsargument, het argument vanuit atomisme en causalisme, en meer recent ook het zogenaamde semantische argument ontwikkelde.

Khawaja vraagt Rutten of theïsten zoals moslims en christenen samen kunnen werken inzake godsdienstfilosofie en meer specifiek op het gebied van het onderzoeken en ontwikkelen van rationele Godsargumenten. Rutten bevestigt dat want die Godsargumenten zijn geldig voor álle theïstische tradities, of dat nou de islam, het christendom of het Jodendom is.

De filosoof van de Godsargumenten zegt iets meer te willen weten over de klassieke Godsargumenten uit de islamitische traditie, daar bijvoorbeeld versies van het Leibniziaanse Godsargument ook geformuleerd werden door islamitische geleerden.

Rutten zegt het eens te zijn met prof. William Lane Craig, dat het van belang is dat gelovigen zich wat meer verdiepen in de rationele argumenten voor het bestaan van God, al was het maar om niet gelijk uit het veld geslagen te worden bij de eerste de beste tegenwerping van een atheïst.

Als ze geen énkele kennis hebben van Godsargumenten en op geen enkele manier kennis hebben opgedaan over de weerleggingen van atheïsme, dan worden ze vaak snel onzeker. Ze raken dan uit het veld geslagen. Bij de eerste de beste tegenwerping heeft men dan geen repliek. Ik heb ook gezien dat veel van die jongeren daardoor hun geloof opgeven. Dat vind ik zonde, want dat is gewoon niet nodig. Er zou dus meer kennis moeten zijn over de Godsargumenten.’

De filosoof verwijst naar En Dus Bestaat God, waarin acht Godsargumenten op een vrij toegankelijke wijze worden uitgelegd, ook voor niet-ingewijden. Het is geïllustreerd met allerlei plaatjes en uitleg. Volgens Rutten zou dit boek binnen de islamitische geloofsgemeenschap óók gewoon behandeld kunnen worden, want het betreft algemeen theïsme en gaat niet over het christendom noch over de islam maar simpelweg om goede argumenten voor het bestaan van God.

In het interview gaat het ook over de weerleggingen van de Godsargumenten door de atheïstische filosoof Dr. Herman Philipse, in het boek God in the age of science. Rutten toonde zijn falen aan, meent zelfs dat alle pogingen van Philipse om de Godsargumenten te weerleggen falen.

Khawaja stelt dat sommige gelovigen niets hebben met Godsargumenten, godsdienstfilosofie en dat soort ‘logisch geneuzel’. Rutten antwoordt hierop dat Godsargumenten niet noodzakelijk zijn om intellectueel verantwoord te geloven en dat je ook zonder die argumenten kan geloven.

Ik denk echter wèl dat die argumenten belangrijk zijn om de redelijkheid van het geloof te laten zien. Vooral als je er ook over bevraagd wordt. Hierbij kan ik vanuit de christelijke traditie verwijzen naar een uitspraak van Petrus. Hij schrijft in de bijbel dat je als Christen ten allen tijde bereid moet zijn om de hoop die in je is te verdedigen. Daarnaast schrijft Paulus in brieven aan de Romeinen dat het bestaan van God reeds uit de schepping kan worden afgeleid.’

Ten slotte stelt Rutten dat gelovigen vaak weggezet worden als irrationeel, intellectueel onverantwoord of onzinnig. Goede argumenten zijn dan toch belangrijk.

Er wordt hierdoor weer ruimte geschapen om het geloof in God als een redelijke optie te zien. Het wordt dan weer een optie onder de opties. Het wordt dan weer een mogelijkheid die op tafel kan komen in plaats van te worden weggezet als irrationeel of onzinnig.’

 Zie: Fides Quaerens Intellectum (Geloof op zoek naar inzicht)

Foto: YouTube (Video gastcollege Emanuel Rutten)

Dr. ir. Emanuel Rutten (1973) is filosoof en als onderzoeker en docent verbonden aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. In de tweede helft van dit jaar komt er nog een boek van de filosoof uit: Het Retorische Weten. Daarin wordt Ruttens volledige filosofische systeem behandeld. Het omvat kennisleer, metafysica en esthetiek.

De filosoof en het ‘kan-zijn’ van God

godendekunstvanhetvissen

‘Kort geleden verscheen God en de kunst van het vissen. Het is een persoonlijke zoektocht naar God. Ouaknin, zegt zijn uitgever, zoekt naar het ‘kan-zijn’ (in het Frans: peut-être) van God in de tradities van de meesters van de Talmoed door een verzameling van citaten, verhalen en gedachten te bundelen waarin je op het eerste gezicht lijkt te verdwalen.’ Aldus Trouw in een interview met de Frans-joodse filosoof en rabbijn Marc-Alain Ouaknin: ‘Blijf zoeken naar de waarheid’.

Interviewer Benoit Lannoo vraagt aan Ouaknin of de huidige crisis van het denken in het Westen iets te maken heeft met de ‘waarheid’, daar we niet meer spreken met maar tegen elkaar: we rollebollen met feiten, zelfs alternatieve feiten, over de vloer, waarheden lijken voortdurend tegen elkaar op te botsen…

Dit boek is opgebouwd als een dagboek, dag na dag geschreven en vaker nog nacht na nacht cirkelend rond de Godsvraag. Een dagboek-verhaal waarin volgens een heel nauwkeurige logica, eerder associatief dan oorzakelijk, teksten elkaar opvolgen: overwegingen, dromen, muziekfragmenten, persoonlijke anekdotes, chassidische en Talmoedische verhalen, al dan niet bekend, gedichten, bibliografische verwijzingen en citaten van hedendaagse of klassieke auteurs…’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Ouaknin antwoordt Lannoo dat waarheden worden verkondigd zonder de nodige openheid voor verdere discussie: het eigene aan het Talmoedische denken is dat je, dankzij de ander, vermijdt in de verabsolutering van je kennis te vervallen; het gaat om een wederzijds weten dat wakker gehouden wordt in een wederzijdse ontmoeting.

We krijgen gezelschap van een jonge vrouw die door de lucht kan vliegen, een Meester en zijn leerling, een andere jonge vrouw die verschijnt en verdwijnt zonder naam of adres achter te laten, een zalm die tegen de stroom in reist, Jezus verdwaald in een Pools dorpje in 1943, onverwachte objecten: een publieke zitbank, een horloge met Romeinse cijfers, een paraplu, een groene fles gevuld met rode wijn en een verliefd iemand die gedichten schrijft.’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Volgens Ouaknin ontbreekt het ons vooral aan het kritische instrumentarium om met de wereld zoals die ons gegeven is, om te gaan: ‘Als je aan iemand pakweg een Bijbeltekst voorlegt – ik heb het niet over de Koran omdat ik er niet in thuis ben, maar wellicht gaat de redenering ook op voor de gebrekkige omgang van velen met allerlei Koranfragmenten – is de kans groot dat hij of zij niet over de instrumenten beschikt om die te interpreteren.’

Wees als lezer niet verwonderd wanneer je een overweging leest over de kunst van het vissen en het leven van zalmen en misschien, als er tijd en inkt overblijft, ook een overweging over de Messias. Net zoals in de Talmoed, waar de exegeses van Bijbelteksten een vlechtwerk vormen van vertellingen en filosofische en theologische analyses, vind je ook hier als lezer stukjes Bijbelexegese afgewisseld met wáre verhalen en ware verhálen.’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Lannoo vraagt zich af hoe het komt het dat we nu niet meer over waarheden discussiëren, waarop Ouaknin antwoordt dat het onderwijs tekortschiet. Hij vraagt zich af wanneer de Europese ministers van onderwijs rond de tafel gaan om te overleggen hoe we jonge mensen kritisch leren omgaan met de bronnen van hun traditie.

Een dagboek-verhaal waarin ik het ook nog heb over de Wijsheid, over het Boek en de Schrift, over het Joodse vraagstuk en over de jood als vraagstuk, over de wereld en over God, over de wereld zonder God, over de dood en over de liefde… Zo nu en dan met humor! Want het ernstige hoeft niet noodzakelijk gewichtig te zijn.’ (Uit: God en de kunst van het vissen)

Zie: ‘Marc-Alan Ouaknin: Blijf zoeken naar de waarheid’ (Trouw)

Marc-Alain Ouaknin | God en de kunst van het vissen | Tielt | Lannoo | 240 pagina’s | 17,99 euro | De persoonlijke zoektocht naar God van een eigenzinnig Joods filosoof – Onophoudelijk vragen stellen, vaststaande ideeën loswrikken, verbanden leggen tussen religie, filosofie, kunst, humor en erotiek. Dat kenmerkt het denken van Ouaknin.’ Zo besluit Christiane Berkvens haar recente boek Marc-Alain Ouaknin. De joodse gids van deze tijd. En daarmee is ook de kern van Ouaknins sleutelwerkje God en de kunst van het vissen samengevat: zoeken naar God is zoals de visser die met eindeloos geduld wacht op de vis om hem dan zijn vrijheid terug te geven. Het is de manier proberen te vatten waarop het oneindige in contact komt met het eindige. (Uitgeverij Lannoo)