Pleidooi voor dialoog islam en het moderne denken

aviciennaenaverroes

‘Filosofie ontwikkelt zich waar vrije geesten naar waarheid zoeken, los van enig vooroordeel. De islam vormt daarop geen uitzondering. Denkers als Avicenna, Ghazali en Averroës, en recenter Afghani, Abdel Raziq en Iqbal, namen tal van filosofische kwesties onder handen.’ Dit zegt hoogleraar Frans en filosofie  Souleymane Bachir Diagne in zijn boek Filosoferen in de islam? ‘Een verhaal van hoop en rede.’

Volgens religiewetenschapper en filosoof Kamel Essabane – in een recensie van dit boek – werd de islamitische filosofie lange tijd vaak kleinerend ‘Arabische filosofie’ genoemd, omdat deze weinig originaliteit zou kennen. Tel daar het beeld van de boze irrationale moslim bij op, in de context van internationaal terrorisme, en de islam komt als snel als de ultieme antithese van filosofie uit de bus.

Aan de andere kant is er ook vanuit islamitische hoek een groot wantrouwen wanneer filosofie en islam in één adem worden genoemd. Dat lijkt vreemd wanneer men tegelijkertijd trots over de bloeitijd van de islam spreekt. Een tijd waarin filosofie en wetenschapsbeoefening floreerden. De islam zou ook een rationele religie zijn die irrationele geloofsdogma’s zoals de christelijke drie-eenheid en erfzonde verwerpt.’

De Senegalees Diagne (Columbia University, New York) – gespecialiseerd in islamitische filosofie en Afrikaanse filosofie – gaat recalcitrant tegen beide visies in en schetst een alternatief beeld. Hij stelt dat filosofie zich daar ontwikkelt waar vrije geesten naar waarheid zoeken, en dat geldt net zo goed voor de islamitische filosofie. Diagne heeft een selectie gemaakt van een aantal thema’s en vragen, en een aantal filosofen geselecteerd die deze hebben behandeld.

Volgens Diagne, een van de invloedrijkste Afrikaanse denkers van deze tijd, zouden hedendaagse moslims net als moslims uit de klassieke periode open moeten staan voor ideeën en filosofieën uit andere beschavingen en daar op een volwassen manier en op basis van gelijkwaardige dialoog mee om moeten gaan.

Moslims zouden zoals vroegere filosofen meer op een creatieve manier met nieuwe ideeën en ontwikkelingen aan de slag moeten, zonder te vrezen voor een zuiverheid die verloren zou kunnen gaan. Als we religie levend willen houden moeten we beseffen dat het leven in beweging is. Een religie die stil staat en verstart, sterft uit.’

Diagne behandelt ook (de kritiek op) de filosofie van Al-Ghazali, die zich zowel manifesteert als de kampioen van de zuivere orthodoxie van de uitverkoren sekte en ook de filosofie weerlegt, en als juist anti-sektarisch, anti-dogmatisch en pro-pluralistisch.

filosoferenislam

Een kritiekpunt op het boek noemt Essabane – op de site NieuwWij – dat het een eenzijdig beeld geeft van de moderniteit. Diagne definieert moderniteit als ‘niets anders dan het inzicht dat het leven in beweging is, die voortdurend bezig is uit de traditie te treden en, wat de rede betreft, haar onmondigheid achter zich te laten’, oftewel:

Een positieve definitie van de moderniteit met een mix van Bergson, Nietzsche en Kant. Het resultaat is dat de islam niet door de Verlichting hoeft omdat de islam zich aansluitend op haar eigen filosofische traditie en door middel van een filosofie van beweging al onderdeel is van die moderniteit.’

Als gemiste kans in het boek noemt Essabane dat Diagne niet wijst op andere, meer kritische visies op de moderniteit en moslimdenkers die de mogelijkheid aangrijpen om vanuit het potentieel van de islam een kritische dialoog met de Verlichting aan te gaan. Een dialoog op basis van gelijkwaardigheid, in een wereld waarin de vruchten van de moderniteit niet allemaal koek en ei zijn.

Over het algemeen is het boek echter zeer toegankelijk geschreven en zit het qua structuur goed in elkaar. Het boek vormt een sterk betoog vanuit de islamitische traditie voor openheid en pluralisme en tegen dualistisch denken, zowel het dualisme van islam versus filosofie als het wij versus zij op nationaal en mondiaal niveau. Een aanrader voor een ieder die geïnteresseerd is in de relatie tussen islam en filosofie.

Zie: Recensie van ‘Filosoferen in de islam?’ (Kamel Essabane)

Beeld: Avicenna (links) en Averroës (martienpennings.wordpress.com)

Soulaymane Bachir Diagne | Filosoferen in de islam? | Nijmegen | Uitgeverij Vantilt (2016) | Vertaling Pol van de Wiel | Oorspronkelijke titel: Comment philosopher en islam? (2014) | ISBN 978 94 6004 289 8

Op maandag 13 maart 2017 houdt Soulaymane Bachir Diagne een lezing op de Radboud Universiteit: ‘Islam and Philosophy’.

Spiritualiteit, filosofisch benaderd

socrates

Vandaag begint de Maand van de Spiritualiteit met als thema compassie, het vermogen om medeleven te hebben met anderen en met jezelf. Compassie was de levenshouding van mysticus Franciscus van Assisi, die oprecht bezorgd was over het welzijn van anderen. Compassie als levenshouding. Een spiritueel thema. Maar wat is spiritualiteit eigenlijk? Voor sommigen niet altijd even duidelijk, maar een filosofische benadering kan helderheid bieden. 

Filosofe Angela Roothaan (VU Amsterdam) heeft er een boek over geschreven: Spiritualiteit begrijpen. Een filosofische inleiding. Nog altijd actueel. Spiritualiteit is een levenshouding. Of het zoeken ernaar.

Een manier om bewust en aandachtig in het leven te staan, in verbondenheid met de bron waaruit je leeft. Zo’n levenshouding geeft een bepaalde kwaliteit aan het leven, die we spiritueel noemen. Wat heeft zo’n levenshouding dan met filosofie te maken?’

Volgens Roothaan moeten we het traditionele beeld van filosofie als geleerde reflectie relativeren: studie is een onderdeel van de filosofiebeoefening, maar filosoferen is ook het zoeken naar een bepaalde levenshouding. Roothaan vindt in alle gestalten van westers filosoferen mythische en/of religieuze begrippen. Dus niet alleen in de oosterse filosofie, dat nog niet zolang geleden door sommige filosofen geen filosofie genoemd mocht worden: het zou niet voluit rationeel zijn.

Inmiddels heeft men er oog voor gekregen dat ook de westerse filosofie in al haar stadia, van Socrates tot en met Wittgenstein, vermengd is met religieuze en mythische inzichten.’

roothaanRoothaan denkt daarbij aan de daimon van Socrates, het geweten in de christelijke filosofie, de idee van vrouwelijkheid bij Rousseau, die van het transcendente bij Kant. Begrippen die uiteindelijk niet rationeel te funderen zijn, maar toch een systeem van denken dragen. De westerse filosofie is volgens de filosofe verbonden met verwondering: het aandachtig waarnemen van de werkelijkheid, en het niet voor gegeven nemen van die werkelijkheid.

Een filosoof wil niet de inhoud van zo veel mogelijk boeken kennen, maar een goede houding ten opzichte van de werkelijkheid kunnen innemen. Dat is immers wat we wijsheid noemen. (…) Als die evenwichtige levenshouding, die voortkomt uit het leren van het leven wijsheid is, dan is de filosoof iemand die naar dat evenwicht streeft.’

Juist in onze tijd, aldus Roothaan, is een goede filosofische begripsvorming over spiritualiteit hard nodig. Ze vraagt zich af hoe spiritualiteit zich verhoudt tot de verschillende levensbeschouwingen en religies, die in deze tijd naar nieuwe verhoudingen tot elkaar moeten zoeken. Ook vindt zij het belangrijk dat we in ons zoeken naar spiritualiteit niet in verwarring raken, of in strijd met elkaar, maar dat we daarentegen tot meer helderheid en wederzijds begrip komen, misschien zelfs tot overeenstemming. Om dat te bereiken, is de filosofie nodig.

In haar boek bespreekt zij hoofdstukgewijs spiritualiteit via begrippen als moraal, mystiek, spiritualiteit, maar ook religie, levensbeschouwing en oriëntatie, en leerlingschap en zelfvorming. Ze sluit haar boek af met een hoofdstuk waarin spiritualiteit verbonden wordt met het zoeken naar wijsheid.

Spiritualiteit begrijpen, een filosofische inleiding | ISBN 9789085062097 | gebonden | 113 p. | 2007 | 1e druk | BoomFilosofie | € 19,00
‘Spiritualiteit’ is al enkele decennia een gevleugeld woord. Zowel traditionalisten als pioniers duiden er een specifieke ervaring en levenshouding mee aan. Maar wat het betekent is niet altijd even helder. Dit boek reikt geen kant en klaar afgebakende definities aan, maar zet verwante begrippen naast elkaar – zoals religie, mystiek, spiritualiteit en levensbeschouwing. Vanuit een filosofische benadering wordt gezocht naar een beschrijving van spiritualiteit. (BoomFilosofie)

Beeld: Socrates – Een Stoa is een overdekte zuilengalerij waar in het Oude Griekenland handel werd gedreven. Op deze centrale plek kwamen ook Socrates en zijn leerlingen samen om burgers te confronteren met fundamentele levensvragen. De kern van de socratische filosofie is om dóór te vragen tot mensen zelf het antwoord op hun vragen ontdekken. (stoa.nl)

Overpeinzingen van een moderne gelovige

mijn-heldere-afgrond

Het ‘moderne’ van de gelovige Amerikaanse dichter Christian Wiman, schrijver van Mijn heldere afgrond, zit er waarschijnlijk in dat hij zijn geloof niet als een leer met vastomlijnde waarheden beschouwt, maar juist onophoudelijk twijfelt. Niet zozeer aan een leer, maar aan zijn geloof. Dat zegt Marjoleine de Vos in de NRC, in het artikel Bestaan, echt bestaan, vervult je met ontzag. Het boek Mijn heldere afgrond over geloven, poëzie en sterven raakt volgens de NRC lezers diep. Auteur Christian Wiman sprak in Amsterdam met De Vos en andere lezers.’

Geloven is een lastig woord. Want wat bedoelt iemand ermee, waar gelooft hij dan in. Het antwoord ‘in God’ verheldert eigenlijk niets. Misschien is geloven in Wimans geval wel ongeveer: ja zeggen tegen het leven. Hoe het er ook uitziet. Hij schrijft: ‘Geloof is: ontdekken dat je, in het diepst van je ziel, in het hart van wie je bent, bewogen wordt om voor het leven dankbaar te zijn.’ (De Vos)

Volgens De Vos veroorzaakte zijn boek een stille sensatie. In Trouw vergeleek Willem Jan Otten, die het vertaalde, het met Pascals Pensées. Het wordt in tal van leesclubs gelezen, er werden al snel herdrukken opgelegd. En Wim Brands schreef:

Als ik zeg dat het lezen en herlezen van Mijn heldere afgrond mij niet onberoerd liet, verzwijg ik wat er daadwerkelijk met mij gebeurde: Wiman bezorgde me met zijn boek over geloven, poëzie en sterven inzichten waarvan ik niet had durven vermoeden dat ze me ooit deelachtig zouden worden. Een inzicht over de dood bijvoorbeeld, dat ik nog steeds bijna niet te bevatten vind.’ 

De Vos verwijst naar Wiman die een ernstige ziekte achter de rug heeft, en zegt:

Bestaan, echt bestaan, vervult je met ontzag. Dat ontzag doet je je dingen afvragen over de aanwezigheid van God. Iedereen is tot het uiterste in leven. Denk maar aan hoeveel je leven voor je betekent. Ook voor degenen van wie je zou denken dat het leven niet ‘heerlijk’ is. Ook die vinden in leven-zijn belangrijk, elke keer weer.’ (Wiman)

Volgens Wiman is het de poëzie die maakt dat je je tot God wendt. Poëzie komt nog vóór geloof.

Je moet eerst inspiratie hebben, je moet je eerst iets afvragen, voor je zelfs maar op het idee komt van God. Waarom zou je het anders over God hebben. Daar zie ik dan niet de zin van in,’ zegt hij. ‘Het is poëzie die maakt dat je je tot God wendt.’ (DV)

Wiman schetst een beeld van een ‘hemelwaarts vliegende boom’, die hem veel vreugde schonk. Hij schreef er een gedicht over: From a window, in een deplorabele stemming, maar wat hij schreef, schonk hem iets. ‘Het explodeerde in geluk’, het vormde de ervaring in plaats van dat het die weergaf.


From a window

Incurable and unbelieving
in any truth but the truth of grieving,

I saw a tree inside a tree
rise kaleidoscopically

as if the leaves had livelier ghosts.
I pressed my face as close

to the pane as I could get
to watch that fitful, fluent spirit

that seemed a single being undefined
or countless beings of one mind

haul its strange cohesion
beyond the limits of my vision

over the house heavenwards.
Of course I knew those leaves were birds.

Of course that old tree stood
exactly as it had and would

(but why should it seem fuller now?)
and though a man’s mind might endow

even a tree with some excess
of life to which a man seems witness,

that life is not the life of men.
And that is where the joy came in.

(Uit: Every Riven Thing: Poems, Christian Wiman)


In één keer heeft hij het opgeschreven zegt hij. Met rijm en al, met vogels, met hemelwaarts visioen, alles. En het gedicht, met zijn lichte ritme, versnellend naar het eind en dan inhoudend om tot de conclusie te geraken: ‘that life is not the life of men’ biedt ook de lezer het beeld van de vliegende boom en de overtuiging dat er, hoewel er niets buitenaards gebeurde, toch meer is te ervaren dan eenvoudigweg een boom die ergens staat. Of dat geloof is? Dat doet er misschien niet zo toe. Het was een beeld dat hem hielp om te leven én om zijn mogelijke sterven te aanvaarden.’ (DV)

Essayist en dichter Joost Baars, die aan het gesprek deelnam, vertelde heel goed te kunnen begrijpen waarom men het christendom verwerpt om zijn imperialisme, zijn dogmatisme, zijn bigotterie.

Maar het christendom viert ook de onmogelijkheid, zegt Baars, en dat hebben we nodig. En dichters als Wiman begeven zich in die onmogelijkheid.’ (DV)

De Vos vraagt zich vervolgens aan Wiman wat het betekent om je in de onmogelijkheid te begeven. Onmogelijke woorden gebruiken als ‘God’.  

Omdat ik nu eenmaal in die traditie sta,’ zegt hij. Het mooiste zou het wellicht zijn om het hele woord God niet nodig te hebben, veronderstelt hij, zoals Rilke die in een brief schreef dat alles naar zijn gevoel dusdanig vervuld werd van God dat het geen enkele zin meer had om over een daarvan afgezonderde ervaring van ‘God’ te spreken.’ (DV)

Wiman lijkt dat ook wel te willen, maar zijn geloof overtuigt hem lang niet altijd voldoende. Geloof is voor Wiman ook geen verlossend antwoord op alle vragen.

Hoezeer hij daar soms ook naar verlangt: naar rust, naar ontspannen evenwicht. Alle dingen nieuw. Wiman: ‘Maar geloof is geen nieuw leven in deze zin; het is het oude leven nieuw gezien.’

Zie: Bestaan, echt bestaan, vervult je met ontzag (NRC 26-11-2016 en via Blendle)