Van Tomáš Halík moet een christen soms atheïst zijn

In Theater voor engelen spreekt Tomáš Halík niet alleen overtuigde christenen aan, maar ook atheïsten en mensen die op zoek zijn naar zingeving. Een theologisch-filosofisch boek van Halík, dat dinsdag verscheen, over de zoektocht naar en de ontmoeting met God. Hierin nodigt hij ons uit het geloof als een levensexperiment op te vatten en de openheid van onze geest in te zetten. ‘Ik heb er vaak naar verlangd uit de cirkel van mijn eigen lotsbestemming te breken en de wereld ook met de ogen van anderen te zien, op een of andere manier deel te krijgen aan hun ervaringen.’

‘Als jongetje werd ik me ervan bewust dat het perspectief van waaruit ik de wereld om me heen waarneem uniek en niet-uitwisselbaar is. Wat ik op dit ogenblik waarneem, vanaf de plaats waarop ik sta, en wat ik daarbij ervaar en wat ik denk, wordt door niemand anders gezien, gevoeld of gedacht. Ieder van ons heeft dus een eigen wereld, hoe dicht we fysiek, emotioneel of ideologisch ook bij elkaar staan.’
(Tomáš Halík in: Theater voor engelen)

Volgens theoloog, filosoof en socioloog Tomáš Halík zoekt God de mens vaak op in de stilte en in het verborgene, zonder dat iemand het zelf merkt. De auteur wijdt onder meer een hoofdstuk aan de vraag of je zonder geloof kunt leven, en bespreekt in een volgend hoofdstuk zijn gedachte dat een christen soms een atheïst moet zijn. Hij laat zien dat ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’ tegenwoordig om tal van redenen meer gemeen hebben dan ooit tevoren. Deze situatie is voor beide partijen en ook voor onze gemeenschappelijke wereld een kans waarvan het een zonde zou zijn als we die niet zouden zien en gebruiken.

Dat doe ik niet uit een of ander goedkoop ‘irenisme’, want dat zou een verlangen naar ‘verzoening’ tegen elke prijs betekenen, zelfs tegen de prijs van het verkwanselen van je eigen identiteit, van ontrouw aan tradities. Dat zou betekenen dat we naïef en tegelijkertijd arrogant de verschillen negeren.’
(Uit: Theater voor engelen)

Halík huivert bij de arrogantie van het geloof dat de stem van de kritische rede negeert, net als bij de arrogantie van de seculiere rede die de geestelijke en morele roeping van het geloof veracht.

Deze beide waanideeën en eenzijdigheden hebben zich van elkaar losgemaakt en vallen elkaar nu aan en provoceren elkaar, waarbij ze niet zien hoe angstaanjagend veel ze op elkaar lijken. Juist daarin zie ik het werkelijk acute gevaar voor onze wereld. Paus Johannes Paulus II waarschuwde herhaaldelijk voor het gevaar van geloof zonder denken en denken zonder geloof.’
(Uit: Theater voor engelen)

Gelovigen en ongelovigen hebben volgens Halík dus veel meer gemeen dan de meesten van ons denken. Hij bedoelt dat niet als eindpunt om elkaar dan vervolgens de hand te reiken en ongestoord naast elkaar verder te leven. Integendeel.

We moeten juist wederzijds elkaars rust verstoren! Als ik van de vooronderstelling uitga dat zowel geloof als ongeloof een deel van de waarheid bezitten, dan wil ik me niet tevredenstellen met de goedkope postmoderne slogan ‘Iedereen zijn eigen waarheid’. Als mij de ‘waarheid van het ongeloof ’ interesseert, is het mij er niet om te doen dat neerbuigend te ‘erkennen’, maar om door het doordenken en door-lijden van het ongeloof mijn geloof te kunnen verrijken.’
(Uit: Theater voor engelen)

Schrijver Arnon Grunberg lijkt Halík wel te kennen en experimenteerde eind september met het opzetten van een eigen (tijdelijke) geloofscommune. Hij hield dat levensexperiment op een eilandje in de Vinkeveense plassen. Op de vraag of religie zonder god bestaat is zijn antwoord dat hij steeds meer geneigd is om te denken van wel: het humanisme heeft zich ontwikkeld tot een christendom zonder Jezus. 

Religie heeft lange tijd voorzien in zingevende behoeften van mensen. In onze geseculariseerde maatschappij zijn die behoeftes niet verdwenen, integendeel. Zingeving die niet-gelovige mensen in hun leven zoeken wordt onterecht als niet-religieus herkend, terwijl het dat wel ten dele is.’

Bestaande verlangens naar religie worden over het hoofd gezien. Mensen hebben behoefte aan rituelen om op terug te vallen in tijden van feest en nood. Daar gaat dit experiment over. Ik denk dat het bijdraagt aan een debat over waar we heen moeten met de vragen die vroeger binnen een geloofsgemeenschap werden beantwoord. Op die manier kan de samenleving hier wat aan hebben.’
(Grunberg)

Theater voor engelen – Het leven als religieus experiment | Tomáš Halík | Kokboekencentrum | ISBN: 9789043536431 | Pagina’s: 224 | Publicatiedatum: 9-11-2021 | € 22,50

Arnon Grunberg is op zoek naar een religie zonder God (via Trouw, of Blendle of Topics)

Het toneelstuk van het leven leidt naar het mysterie van God (De Nieuwe Koers, Tjerk de Reus ook via
Blendle)

In De theologie podcast gaan Elsbeth Gruteke en Mark de Jager in gesprek met Erik Borgman over de inhoud en de betekenis van het nieuwe boek van Halík.
 
Beeld: Cover Theater voor engelen (detail)

Van verbeelding, waarheid en werkelijkheid

nature-horizon-person-sky-girl-sun-1365082-pxhere.com

‘Voor God is alles mogelijk’, zegt de Bijbel, maar God werd als het ware ingekapseld in een systeem van redelijkheid. Door het geloof zo te benaderen heeft men eigenlijk het latere ongeloof voorbereid, wist de Spaanse filosoof, toneelschrijver en dichter Miguel de Unamuno (1864-1934) toen al: ‘Het dogmatische christendom is doods geworden. Een dergelijke God is niet vitaal.’

In de Trouw-serie Wat is waarheid? ging aflevering vier eergisteren over religie die buitenspel staat in het alledaagse gesprek over waarheid. Over verbeelding: een innerlijk zintuig dat een dieper gelegen waarheid en werkelijkheid aan het licht brengt. 

In het Westen is het geloof (…) in beslag genomen door de rationaliteit. Men ging geloven om te kunnen begrijpen. Men ging God beschouwen als ‘eerste oorzaak’, en als Platoonse idee. Hij werd vormgegeven in dogma’s – vaststaande geloofswaarheden.’ 

Volgens de Leidse filosoof Timo Slootweg gaan we daarmee voorbij aan het universele, menselijke ‘verlangen naar leven’. Dat kun je ervaren in een niet-dogmatisch geloof. Op de vraag van Trouw-journalist Marc van Dijk of de kerkvaders met de redelijkheid hun eigen graf hebben gegraven, antwoord Slootweg bevestigend.

Voor de denkers van de Verlichting was het maar een kleine stap om in alle redelijkheid afstand te nemen van het geloof. Kant stelde: we moeten zelf durven denken en de zelfopgelegde onmondigheid – het religieuze denken – van ons afleggen. En dan kun je concluderen dat de godsbewijzen niet deugen. Maar God is nooit het object geweest van kennis! God is het ‘object’ van ons verlangen naar leven. Pas als we met dit verlangen onze verbeelding gebruiken, tegen de rede en de verstandigheid in, komen we de waarheid op het spoor.’

Slootweg stelt dat we als vanzelfsprekend aannemen dat de waarheid het exclusieve domein is van wetenschap en rationaliteit. ‘Ik wil niets op de wetenschap afdingen. Maar ik denk dat we iets essentieels over het hoofd zien,’ zegt hij. ‘Ook in religie, in geloof, is waarheid te vinden.’ Hij schreef over het ‘personalisme’, een filosofische stroming – verwant aan het existentialisme – die klaar is om herontdekt te worden en het waarheidsbegrip zou kunnen verruimen.

De Unamuno zegt dat de mens naast het verlangen naar kennis een verlangen heeft naar leven, niet enkel de wil om te overleven, in de nuchtere wetenschap dat de dood het einde is, maar het verlangen naar volop leven, altijd leven, eeuwig leven.

Als je dat vitale verlangen ten grondslag legt aan je denken, krijg je een heel ander beeld van de werkelijkheid. Dat verlangen gebruikt de innerlijke zintuigen, de verbeeldingskracht, om de waarheid te zien.’

Volgens Slootweg vinden existentialisten en de personalisten (mensen als Søren Kierkegaard, Max Scheler, Martin Buber en Immanuel Levinas, maar daarnaast ook Nietzsche en Heidegger) – door het geloof geïnspireerd of niet –  dat het rationalistische begrip van wat waar en werkelijk is zo armzalig, dat het de natuur, de dingen en onszelf tekort doet.

We moeten ons laten voeden door het verlangen naar de hemelse toestand van God die eens ‘alles in allen zal zijn’, zoals Paulus het formuleert. Leven, eeuwig leven, het Koninkrijk Gods, dat we zonder de ander onmogelijk kunnen verwerven. Als een visioen dat we met onze innerlijke verbeelding kunnen voorvoelen. Zo wordt je beeld van de werkelijkheid – van wat mogelijkheid en waarheid is – veel rijker, vruchtbaarder en vitaler. Ons handelen zal er dan op gericht zijn dit in déze wereld reeds gestalte te geven.’

Zie: Verlangen naar God is ook verlangen naar waarheid 

Beeld: pxhere

‘We hebben een gemeenschappelijke waarheid nodig’

HetHeilLigtInWaarheid

‘De waarheid is kwijt. Hoe vinden we haar terug?’ Een vraag gesteld door filosoof Daan Roovers, in Vrij Nederland. In aanloop van de Maand van de Filosofie. Ze schrijft over de waarheid. Of beter: het ontbreken van een waarheid. ‘Want,’ zegt zij, ‘de waarheid staat onder druk’ en ‘de geloofwaardigheid van de wetenschap is niet meer vanzelfsprekend’. De Amerikaanse president Donald Trump bewijst dit volgens haar. Trump kan eindeloos onjuistheden spuien (het aantal staat volgens The Washington Post al op ruim 16.000) zonder dat het zijn populariteit erg schaadt. Menno van de Bos in (maandelijks) gesprek met Roovers. Hij begint met de vraag: wat ís waarheid eigenlijk?

Waarheid is een abstract begrip, en Roovers is er niet dol op. ‘Ik spreek liever over de werkelijkheid. De werkelijkheid is iets waar we ons samen in begeven en op oriënteren, waar we naar kunnen verwijzen.’ Een plek waar we samen kunnen afspreken dat groene boeken groen zijn.’

Volgens het artikel gaat het in deze tijd steeds meer om meningen en steeds minder om feiten. Als we de waarheid inderdaad voorbij zijn, hoe vinden we haar dan weer terug, is de centrale vraag. Eerder zei Nietzsche dat God dood is en wij Hem vermoord hebben.  Daan Roovers heeft daar nu een parafrase op gemaakt. Opmerkelijk hierbij vind ik, dat zij God nu ‘inruilt’ voor de waarheid. Stond God voor de waarheid, nog niet zo lang geleden?

De waarheid is dood en wij hebben haar vermoord, om het op z’n Nietzscheaans samen te vatten.’

We schijnen te leven in het ‘post-truth’-tijdperk, en die term suggereert dat we tot voor kort nog ‘in de waarheid’ leefden, terwijl leugens en bedrog van alle tijden zijn.

Neem de politiek: ‘Politiek filosofe Hannah Arendt (1906-1975) schreef dat politici altijd een gespannen verhouding met de waarheid hebben gehad omdat ze gekozen willen worden. De werkelijkheid verdraaien is typisch menselijk: een aap of konijn kan dat niet. Je hebt er verbeeldingskracht voor nodig. En volgens Arendt hoort het ook heel erg bij politiek: de wereld zoals die werkelijk is, wijs je af, en je creëert een andere, een nieuwe.’

Roovers formuleert het heel helder als ze telt dat het probleem niet is dat we verschillende opvattingen hebben, maar dat we verschillende informatie hebben.

Deze verwarring neemt nog eens extra toe door de democratisering van kennis, zegt Roovers. Sinds het internet hebben we toegang tot alle denkbare kennis en sinds de smartphone liggen we 24 uur per dag aan het informatie-infuus. ‘Het is niks bijzonders meer om toegang tot kennis te hebben. Ik heb gestudeerd; maar mensen die niet hebben gestudeerd, kunnen dezelfde kennis googelen. Of ze die even goed begrijpen, is vraag twee. Maar waar in de decennia na de oorlog zelden publiekelijk aan de autoriteit van de wetenschap werd getwijfeld, is dat binnen één generatie totaal veranderd.’

De denker des Vaderlands zegt dat vooringenomenheid het zicht ontneemt op de werkelijkheid en geeft als voorbeeld de tweet destijds van Forum voor Democratie-leider Baudet over overlastgevende ‘Marokkanen’ in de trein, die later conducteurs bleken.

Baudet bood geen excuses aan en benadrukte dat de onderliggende boodschap over immigratie deugde. Anders gezegd: het had waar kúnnen zijn. ‘Dat is het tegenovergestelde van naar de werkelijkheid kijken,’ zegt Roovers. ‘Het is je eigen theorie vooraf laten gaan aan wat er gebeurt.’

Dat de waarheid of de autoriteit van de wetenschap wordt ondermijnd, is volgens Roovers een te oppervlakkige analyse. Wat er gebeurt, is dat mensen willen dat de wetenschap een instrument wordt voor hun eigen gelijk. Dat lijkt haar veel kwalijker. De vraag ‘hoe krijgen we de waarheid terug’ – lijkt vanuit filosofisch opzicht hopeloos, omdat het concept ‘waarheid’ spekglad is, zegt zij, en omdat de veronderstelde hoeders ervan, primair wetenschappers, onvermijdelijk beperkingen kennen. ‘Hannah Arendt zei dat uiteindelijk de wal het schip zal keren,’ zegt Roovers ten slotte.

Volgens haar is waarheid de belangrijkste stabiliserende factor in het menselijk bestaan. Uiteindelijk kunnen we niet zonder een gemeenschappelijk idee ervan.’

Zie: De waarheid is kwijt. Hoe vinden we haar terug?  (Vrij Nederland)

Beeld: Deze illustratie is een inkt-op-papier creatie van Khaled Al-Saai – een kunstenaar uit Syrië – als artistieke vorm van kalligrafie gemaakt in Parijs, 2002. Hij schreef er de titel onder: ‘Het Heil ligt in Waarheid’.