‘De waarheid bestaat!’

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bestaat de waarheid? Ja! Een van de bekendste Engelse publieksfilosofen Julian Baggini schrijft in Een kleine geschiedenis van de waarheid dat de waarheid bestaat. We hoeven de post-waarheid-samenleving niet te vrezen. Aan de hand van tien bronnen van waarheid kunnen we daarvan op aan: eeuwige, gezaghebbende, esoterische, beredeneerde, empirische, gecreëerde, relatieve, machtige, morele en zelfs holistische waarheden.

Onze houding bij het willen kennen van de waarheid blijkt veel belangrijker dan bijvoorbeeld de ‘deductieve redenering van Descartes, de wetenschappelijke methode van Bacon, het bestuderen van geopenbaarde geschriften, of het verkrijgen van inzicht door de discipline van meditatie en concentratie’.

De waarheid vaststellen vereist ‘epistemische’ deugden zoals bescheidenheid, scepticisme, het openstaan voor andere perspectieven, een geest van collectief onderzoek, een bereidheid de confrontatie met macht aan te gaan, een verlangen betere waarheden te creëren, een bereidheid om ons in onze moraliteit door feiten te laten leiden.’ *

Corresponderende ondeugden echter doen deze ‘epistemische’ deugden geweld aan. Baggini somt er een aantal op: ‘zelfoverschatting, cynisme, bekrompenheid, excessief individualisme, passiviteit ten aanzien van macht, het verlies van het geloof in de mogelijkheid betere waarheden te creëren, en een moraal die wordt aangejaagd door onderbuikgevoelens die het verstand gaan overheersen’.

In de conclusie van zijn boek waarin hij zijn bronnen van waarheid bespreekt op een manier ‘die zelfs de meest verstokte doemdenker zal laten glimlachen’, vertelt hij over onze neiging over waarheden als ‘steentjes’ te denken: hard, onveranderlijk, duidelijk gedefinieerd, verzameld in onze geest alsof dat een soort rotstuin is.

In werkelijkheid is de waarheid meer zoals een echte tuin: een organisch, holistisch systeem waar alles met alles verband houdt. Sommige bestanddelen ervan zijn zo goed als permanent, terwijl andere groeien, veranderen of afsterven. En net als een tuin moet de waarheid verzorgd worden, want anders raakt zij overwoekerd door het onkruid van mythes, deformaties, misvattingen en leugens.’

Baggini geeft in zijn boek toe dat de waarheid gecompliceerd is, maar leidt relatief eenvoudige aanwijzingen af uit elk van de tien soorten waarheid die hij onderzocht, en helpend kunnen zijn om de waarheid te laten opbloeien.

Spirituele ‘waarheden’ behoren tot een andere soort waarheid dan seculiere waarheden en moeten daarom niet met elkaar wedijveren. We moeten zelf nadenken, maar niet in ons eentje. We moeten sceptisch zijn, niet cynisch. De rede vereist bescheidenheid, geen zekerheid. Om slimmer te worden, moeten we begrijpen op welke manier we dom zijn. Waarheden moeten zowel gecreëerd als gevonden worden. Alternatieve perspectieven moeten niet gezocht worden als alternatieve waarheden, maar als middelen ter verrijking van de waarheid. De macht spreekt niet de waarheid; de waarheid moet de macht aanspreken. Voor een betere moraal hebben we betere kennis nodig. De waarheid moet holistisch begrepen worden.’   

Hoe Baggini tot deze aanwijzingen is komt, is te lezen in de tien bronnen van waarheid die hij beschrijft in tien hoofdstukken in zijn boek. Treffend en toegankelijk geschreven. En inderdaad ‘een verademing voor iedereen die het even niet meer weet: de waarheid bestaat!’

*(Epistemologie = kennisleer:  geeft aan hoe we ware of geldige kennis over de werkelijkheid kunnen verkrijgen.)

Een kleine geschiedenis van de waarheid: troost in tijden van nepnieuws | Julian Baggini | 2018 | Uitgeverij Klement – Utrecht

Foto: PD– ‘In werkelijkheid is de waarheid meer zoals een echte tuin: een organisch, holistisch systeem waar alles met alles verband houdt.’

Wie zijn wij, de mens?

Frank-Westerman-wij-de-mens-header

‘Wat ís de waarheid? Liepen wij ooit als aap over deze aarde of zijn wij geschapen naar Gods evenbeeld? Religie en wetenschap hebben, zeker in de zoektocht naar de oorsprong van de mens, met elkaar op gespannen voet gestaan. Dat veel oermenskundigen tevens pater waren, is daarom een opmerkelijk gegeven.’ Filosofe Andrea Reuvers, Universiteit Utrecht, schreef voor iFilosofie een reportage over Wij, de mens van Frank Westermans.

De waarheid omtrent de oorsprong van de mens willen achterhalen: een behoorlijke opgave, gedurfd en gedoemd te mislukken. Frank Westerman waagt een poging door met pen en papier in het leven van de overledenen te duiken en een antwoord te zoeken op de vraag ‘wie zijn wij, de mens?’ (Reuvers)

Volgens Reuvers onderscheidt het boek zich van literaire romans over de oorsprong van de mens door het karakter: het is geen fictie, maar een reportage van onderzoek.

‘[Wij kunnen als mens] niet tegen de werkelijkheid op fantaseren. […] De ruwe grondstof die de realiteit aanreikt vind ik zo barok dat ik geen behoefte voel om er nog een krul aan toe te voegen.’ (Westerman)

Reuvers springt heen en weer mee in de tijd in de meeslepende geschiedenis van de mensheid, ze vliegt mee; hangt aan zijn lippen, op zoek naar de waarheid, zich tegelijk afvragend: ‘Wat ís de waarheid?’

Dat veel oermenskundigen tevens pater waren, is daarom een opmerkelijk gegeven. De opgravingen van onze mensachtige voorouders lijken bewijsstukken-tegen-de-schepping, maar toch zochten (juist) de gelovigen mee naar de tussenvorm tussen aap en mens: de missing link.’ (Reuvers)


‘Allemaal slaan we verwoed met onze staart op het water, maar anders dan de walvis menen wij mensen dat ons spetteren ertoe doet.’ (Uit: Wij, de mens)


Wie een poging waagt te omschrijven, zegt Reuvers, wie ‘wij’ zijn, heeft een ‘zij’ nodig.

Zij’ kan gevonden worden in culturen die wij minder humaan vinden: stammen die dichter bij de natuur staan, of mensen uit culturen die ‘onze’ morele normen en waarden niet delen.’

Reuvers vertelt dat de presocraticus Protagoras ruim 2400 jaar geleden al wist dat wij onszelf als maatstaf nemen., en zegt dat Westerman dan ook concludeert dat de mens ‘de afwijking’ is. En dat hij alleen zichzelf heeft uitgeroepen tot de norm.

‘[Tevens zijn wij er] als enige in geslaagd de planeet, de dampkring, zo zwaar te vervuilen dat we eraan doodgaan. […] [O]nze soort [beschikt] over het destructieve vermogen om het leven op aarde – met één druk op de knop – uit te roeien. Toegegeven, ik vínd mensen bijzonder. […] Welkom in het antropoceen.’ (Westerman)

De filosofe vraagt zich ook af hoe we omgaan met vondsten die niet aansluiten bij het gevormde beeld dat we nu van de mens hebben. Door in de geschiedenis van de mensheid te duiken, duik je in de geschiedenis van jezelf. Hij houdt de lezer, bewust of onbewust, continue een spiegel voor.


Wij, de mens sleept de lezer mee in een ongewone, onverwachte reis naar wie wij mensen zijn.’ (filosoof Hans Achterhuis)


De zoektocht naar ‘wie wij zijn’ heeft aangetoond dat we gedoemd zijn te blijven herzien wat we denken te weten. Kennis is relatieve kennis en elke beschrijving heeft een open einde; het is de start van iets nieuws.’ (Reuvers)

Nadat Reuvers het boek dichtgeslagen heeft vraagt ze zich af, in twijfel achtergelaten, gedwongen een stap naar achteren te zetten als de schilder van zijn doek: ‘wie ben ik?’

Zie: iFilosofie

Beeld: Lees Magazine bolcom