Wie zijn wij, de mens?

Frank-Westerman-wij-de-mens-header

‘Wat ís de waarheid? Liepen wij ooit als aap over deze aarde of zijn wij geschapen naar Gods evenbeeld? Religie en wetenschap hebben, zeker in de zoektocht naar de oorsprong van de mens, met elkaar op gespannen voet gestaan. Dat veel oermenskundigen tevens pater waren, is daarom een opmerkelijk gegeven.’ Filosofe Andrea Reuvers, Universiteit Utrecht, schreef voor iFilosofie een reportage over Wij, de mens van Frank Westermans.

De waarheid omtrent de oorsprong van de mens willen achterhalen: een behoorlijke opgave, gedurfd en gedoemd te mislukken. Frank Westerman waagt een poging door met pen en papier in het leven van de overledenen te duiken en een antwoord te zoeken op de vraag ‘wie zijn wij, de mens?’ (Reuvers)

Volgens Reuvers onderscheidt het boek zich van literaire romans over de oorsprong van de mens door het karakter: het is geen fictie, maar een reportage van onderzoek.

‘[Wij kunnen als mens] niet tegen de werkelijkheid op fantaseren. […] De ruwe grondstof die de realiteit aanreikt vind ik zo barok dat ik geen behoefte voel om er nog een krul aan toe te voegen.’ (Westerman)

Reuvers springt heen en weer mee in de tijd in de meeslepende geschiedenis van de mensheid, ze vliegt mee; hangt aan zijn lippen, op zoek naar de waarheid, zich tegelijk afvragend: ‘Wat ís de waarheid?’

Dat veel oermenskundigen tevens pater waren, is daarom een opmerkelijk gegeven. De opgravingen van onze mensachtige voorouders lijken bewijsstukken-tegen-de-schepping, maar toch zochten (juist) de gelovigen mee naar de tussenvorm tussen aap en mens: de missing link.’ (Reuvers)


‘Allemaal slaan we verwoed met onze staart op het water, maar anders dan de walvis menen wij mensen dat ons spetteren ertoe doet.’ (Uit: Wij, de mens)


Wie een poging waagt te omschrijven, zegt Reuvers, wie ‘wij’ zijn, heeft een ‘zij’ nodig.

Zij’ kan gevonden worden in culturen die wij minder humaan vinden: stammen die dichter bij de natuur staan, of mensen uit culturen die ‘onze’ morele normen en waarden niet delen.’

Reuvers vertelt dat de presocraticus Protagoras ruim 2400 jaar geleden al wist dat wij onszelf als maatstaf nemen., en zegt dat Westerman dan ook concludeert dat de mens ‘de afwijking’ is. En dat hij alleen zichzelf heeft uitgeroepen tot de norm.

‘[Tevens zijn wij er] als enige in geslaagd de planeet, de dampkring, zo zwaar te vervuilen dat we eraan doodgaan. […] [O]nze soort [beschikt] over het destructieve vermogen om het leven op aarde – met één druk op de knop – uit te roeien. Toegegeven, ik vínd mensen bijzonder. […] Welkom in het antropoceen.’ (Westerman)

De filosofe vraagt zich ook af hoe we omgaan met vondsten die niet aansluiten bij het gevormde beeld dat we nu van de mens hebben. Door in de geschiedenis van de mensheid te duiken, duik je in de geschiedenis van jezelf. Hij houdt de lezer, bewust of onbewust, continue een spiegel voor.


Wij, de mens sleept de lezer mee in een ongewone, onverwachte reis naar wie wij mensen zijn.’ (filosoof Hans Achterhuis)


De zoektocht naar ‘wie wij zijn’ heeft aangetoond dat we gedoemd zijn te blijven herzien wat we denken te weten. Kennis is relatieve kennis en elke beschrijving heeft een open einde; het is de start van iets nieuws.’ (Reuvers)

Nadat Reuvers het boek dichtgeslagen heeft vraagt ze zich af, in twijfel achtergelaten, gedwongen een stap naar achteren te zetten als de schilder van zijn doek: ‘wie ben ik?’

Zie: iFilosofie

Beeld: Lees Magazine bolcom

‘JIJ bent de weg de waarheid en het leven’

choix.1

Het exoterisch of ‘oude, kerkelijke’ christendom houdt de mens niet alleen geboden voor, maar ook dogma’s en leerstellingen waarin mensen moeten geloven. Het esoterisch christendom echter leert de mens de weg naar binnen te gaan. In de afgelopen decennia verloor het exoterisch christendom meer en meer de kracht om mensen te inspireren en bij te staan in hun zoektocht naar antwoorden op de vele levensvragen. Een nieuwe inspiratiebron kan je dan vinden in het oorspronkelijke, eeuwenoude esoterische christendom. Of in zen. 

Wat is nu precies het verschil tussen esoterisch en exoterisch? Esoterisch betekent het naar binnen gerichte, in de zin van innerlijk of verborgen, zegt theoloog Hans Stolp. Het tegenovergestelde is ‘exoterisch’, dat het naar buiten gerichte, het uitwendige, het openbare, uitdrukt.

Het esoterische of ‘de esoterie’ houdt zich bezig met de waarheid die zich in of achter de uiterlijke verschijnselen bevindt. Want alles wat bestaat heeft niet alleen een uiterlijke, maar ook een innerlijke kant. Dat geldt voor de vormen die we in de natuur vinden, maar ook voor de verschijnselen en gebeurtenissen die zich in het leven van alledag voordoen. Aan al het uiterlijke ligt iets innerlijks, een verborgen waarheid, een reden van bestaan, ten grondslag.’ (Hans Stolp) 

Het Boeddhistisch Dagblad stelde onlangs de vraag: ‘Heb je werkelijke interesse in esoterie? Wil je werkelijk er achter komen wie je bent?’ Het geeft als voorbeeld het verschil tussen onze persoonlijkheid en zelfontplooiing waarbij persoonsontwikkeling exoterisch is en zelfontplooiing esoterisch. Je kunt naar binnen door de weg, ‘het pad’, op te gaan, op onderzoek uitgaan om dingen te ontdekken met als leidraad waarheid. In het christendom wordt dit bekering genoemd, je keert je op je schreden terug naar binnen, esoterie. Op dat pad ben je zowel het pad als diegene die het bewandelt. Zeshin van der Plas geeft een lezing, een ‘reisbeschrijving’.

Beschouw de lezing maar als om een zwembad heenlopen, en alles wat daar afspeelt goed observeren. Erin springen is een heel ander verhaal.’ (Zeshin van der Plas)

Pak jezelf beet, geloof in jezelf, geloof dat je het kan, geloof in verlichting, zegt Van der Plas in het BD. En doe dit onvoorwaardelijk, neem zelf de volledige verantwoording, zegt hij erbij. Volgens hem ben je namelijk verantwoordelijk, simpelweg omdat je geboren bent.

Niet je leraar, je buurman of buurvrouw. Je kunt je pijn niet op de schouders van een ander leggen. Je zult zelf je pijn moeten dragen. Niemand kan voor jouw eten, plassen, of pijn hebben. Jij bent de weg de waarheid en het leven. En… je hoeft het niet te bereiken, het is geen ver verwijderd doel. Het is namelijk: jij bent de weg de waarheid en het leven. Dichterbij kan toch niet. Jij bent hier, het leven is hier en het pad is hier. En toch geloof je niet dat dit voor jou mogelijk is. Wat gebeurt er als je de controle over (jezelf) los laat?’ (Zeshin)

Werkelijk zonder terughouden je leven in de waagschaal leggen, daar heeft Van der Plas het over. Dit is volgens hem wat je tegen komt als je aan zen begint.

Maar… Dit kom je ook tegen als je geen zen doet. Tijdens het leven komt iedereen dit tegen. Het verschil is wanneer je zen beoefent, oefen je jezelf om er mee om te kunnen gaan, je eraan over te geven. Zen is een oefening in leven en sterven. Nee, het is niet makkelijk, maar je leven en sterven wordt er interessanter, waardevoller en intenser van.’ (Zeshin)

Zie: Esoterisch en exoterisch
(Zeshin van der Plas: ‘Maar door te luisteren naar reisverhalen kom je niet op de plaats van bestemming.’ Dat geldt eveneens voor dit blog. Niet alleen lezen…) 😉

Website Hans Stolp

Beeld: han-projet.ch

‘Radicale religie kan samengaan met verdraagzaamheid’

coexist
‘Wie claimt de waarheid in pacht te hebben, stelt scherpe grenzen aan verdraagzaamheid of tolerantie. Hoe sterker iemands geloof in de waarheid, hoe moeilijker het wordt om verdraagzaam te zijn. Wie dus in een radicaal plurale samenleving leeft, doet er het beste aan zijn waarheidsclaims zoveel als mogelijk te matigen, want anders is er met die radicale pluraliteit niet meer om te gaan.’ Bij deze logica stelt theoloog Maarten Wisse vraagtekens in zijn lezing Waarheid en grenzen aan verdraagzaamheid.

Wisse, vanaf september 2017 hoogleraar Dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), problematiseert ook de gedachte dat als we verder willen komen met verdraagzaamheid we waarheid in meer radicale zin nodig hebben, een waarheid ook die wellicht anderen uitsluit. Hij stelt dat het verlichtingsparadigma dat de omgang met religie in de moderne samenleving nog altijd stempelt, ons zicht op de ‘waarheid’ in religies op een dramatische manier heeft verstoord.

Dat verlichtingsparadigma dwingt ons om religieuze tradities ofwel op te sluiten in hun eigen gelijk en vervolgens weg te zetten als extremistisch, ofwel alle religieuze verschillen te relativeren omdat er geen serieuze religieuze verschillen zijn.’

Als je behoudend of evangelicaal christen bent, zegt Wisse, moet je zeggen dat moslims er in hun geloof radicaal naast zitten.

Ze kunnen dus ook niet gered worden. Of als je liberaal christen bent: moslims zijn knuffelgelovigen, want dat zijn we allemaal. We bedoelen het allemaal goed. In beide gevallen negeer of ontken je radicale verschillen.’

Hoe kunnen we nu toch tolerant of verdraagzaam zijn tegenover anderen, vraagt Wisse zich af. Daarvoor trekt hij twee lijnen vanuit de stelling dat Christus de waarheid is: een inclusieve en een exclusieve.

De inclusieve opent de gelovigen idealiter naar anderen toe, om te erkennen dat ook anderen kunnen delen in de kennis en het heil dat ze ten deel valt. Sterker nog: anderen iets gezien hebben dat zij niet hebben gezien en desondanks waar en goed is. De exclusieve is voortgekomen uit wat men in de christelijke traditie ‘dogmatiek’ is gaan noemen:

Als voor ons de waarheid in Christus zelf gelegen is, is het van het grootste belang om die ‘waarheid’, juist omdat we haar nooit helemaal in onze greep hebben, tegen allerlei misverstanden te beschermen.’

Wisse spreekt in zijn lezing over een absolutistisch denkende geloofstraditie en heeft het dan in de rooms-katholieke traditie over de periode van het eerste Vaticaanse concilie en in de protestantse traditie over het neocalvinisme.

Zij gaan hun geloofstraditie behandelen als een bron van absolute waarheden, gebaseerd op een absolute bron van waarheid, waardoor de kleinste details uit hun traditie, de kleinste ritueeltjes of meest verfijnde leerstellige formuleringen, op een krampachtige manier ‘waar’ worden zoals ze wellicht nog nooit waar waren geweest. Geen wonder dat bijvoorbeeld bij de neocalvinisten al die krampachtige zekerheden in de tweede helft van de twintigste eeuw met een grote knal uiteen vliegen, omdat de meeste van die ‘waarheden’ hun functionele betekenis in de traditie hebben verloren, vermoedelijk deels omdat ze die functie van absolute waarheid nooit hadden gehad.’

maartenwisse (1)

Maarten Wisse (foto: MW) stelt dat, terwijl het christendom vanwege zijn binding aan de heilsfeiten nog een intrinsieke interesse in de waarheid heeft, de islam toch op de eerste plaats een wetstraditie is, en in die wetstraditie met de daaropvolgende jurisprudentie bij uitstek de nuance en de praktische wijsheid verpakt zit die matigt en in overeenstemming brengt met wat op dat moment in de gegeven situatie verstandig is.

En wellicht gebeurt dan met die wijsheidstraditie, vol van nuance en voorzichtigheid als ze is, hetzelfde als ze clasht met een seculiere moderne samenleving. Dan vergeet een klein deel van die traditie haar ware aard, juist in een poging om die ware aard te behouden, en transformeert de eigen wijsheidstraditie tot een absolute bron van kennis.’

Geloofsgemeenschappen moeten de moed maar op durven brengen, aldus de theoloog, om de ruimte voor tolerantie en verdraagzaamheid niet in het relativeren van alle tradities en het nivelleren van alle verschillen te zoeken. Integendeel, zegt hij, die tradities juist binnengaan en daarin de deugden van verstandigheid, voorzichtigheid, rechtvaardigheid en dapperheid als hoeders en bronnen van waarheid aanboren, biedt juist een volstrekt ernstig nemen van die tradities zelf een uitstekende garantie voor tolerantie:

Hoe meer waarheid in waarachtigheid, hoe meer tolerantie.’

Tot slot verwijst Wisse in zijn lezing naar de Bergrede, het meest radicale gedeelte uit het Nieuwe Testament, en zegt hierover: ‘Wie zei er nu dat een radicale vorm van religie niet gepaard kan gaan met verdraagzaamheid?’

Zie: (sinds 26 juni online): Waarheid en de grenzen aan verdraagzaamheid

Beeld: deugd.net.nl

Waarheid nastreven leidt tot inzicht, steeds opnieuw

20170316_114622 (1)

Religie wordt volgens filosoof Heidi Dorudi vooral dan problematisch als er absolute waarheidsclaims worden gemaakt. Ongeacht of die komen vanuit de seculiere of godsdienstige kant. Werkelijk religieus denken is voor haar in eerste instantie een metafysisch denken, en metafysica heeft voor haar alles te maken met kritiek en een kritisch individu.

Dorudi vraagt zich af of de taak van journalisten werkelijk ‘waarheidsvinding’ is en of dat überhaupt mogelijk is. Voor Dorudi gaat het eerder om ‘feitenvinding’. Als filosoof denkt zij namelijk niet dat waarheid iets is dat wij — als de begrensde en eindige mensen die we nou eenmaal zijn — ooit kunnen claimen.

Over waarheid beschikken we simpelweg niet. Wel over de feiten van onze substantiële realiteit.’

Dorudi stelt dat waarheid een thema is waar filosofen altijd naar streven, zoals al blijkt uit het woord ‘filosofie’, dat van het Griekse philosophia komt en ‘liefde voor wijsheid’ betekent.

Daarbij gaat het om een streven naar inzicht – of naar waarheid zo je wilt – omtrent zaken zoals het bestaan, kennis, moraliteit, de rede, de geest, de taal en al die dingen waar je als mens mee geconfronteerd wordt en waar je over nadenkt, of na kunt denken.’

Volgens Dorudi houdt het verlangen van de filosoof naar waarheid in dat je die waarheid niet hebt – of zoals Socrates dat zegt: je weet dat je niet weet, maar desondanks poog je in je vragen en denken tot waarheid te komen.

Dit pogen iets te verkrijgen dat je niet hebt, veronderstelt dat je reeds betrokken bent geraakt op in dit geval de waarheid die je vooralsnog niet bezit. En betrokken te zijn op iets betekent in relatie te staan tot iets. Bij het verlangen naar waarheid gaat het dus om het tot stand komen van deze relatie, terwijl je weet dat je de waarheid zelf nooit zult bezitten. Daar zit dan ook het voortdurende verlangen van de filosoof in.’

De grootste vijand van het streven naar waarheid is zelfgenoegzaamheid, parafraseert Dorudi Socrates, en dat komt tot uitdrukking in een overmoed te denken te weten, zonder te weten dat men niet weet.

Uiteindelijk gaat het bij het streven naar waarheid om het komen tot inzicht – met daarbij het weten dat zo’n inzicht nooit iets blijvends is – en dat je voortdurend opnieuw tot inzicht moet komen.’

Ook de wetenschap is volgens de filosoof niet in staat de absolute waarheid in haar eenheid te kunnen vatten, omdat zij daarvoor te groot is en we altijd slechts delen van de algehele waarheid kunnen bevatten.

Als mens zijn we volgens Dorudi niet in staat om een soort onafhankelijke absolute buitenpositie — niet alleen buiten de aarde, maar zelfs buiten de kosmos — in te nemen en van daaruit álles te overzien, te bevatten en te beoordelen.

Iets dat absoluut is, valt met niets samen — het heeft dus geen voorafgaande oorzaak, maar is de oorzaak van zichzelf. Dit is de betekenis van het woord ‘absoluut’. Zoiets is voor ons mensen simpelweg niet mogelijk. We zijn altijd belichaamd en derhalve verbonden met een geschiedenis en een gemeenschap en bovendien zijn we veranderlijk, vergankelijk en sterfelijk.’

Zie:

Een portret: “Religie wordt vooral problematisch als er absolute waarheidsclaims worden gemaakt” 

* Filosofie (1): Beschikken we wel of niet over absolute waarheid? (Nog 3 delen volgen)

Foto: PD – Duizenden boeken in een hemelse ambiance, dat is Boekhandel Dominicanen in Maastricht, gevestigd in de ruim 700 jaar oude Dominicaner Kerk. Door The Guardian uitgeroepen tot The fairest bookshop of the world, a bookshop made in heaven. Een prachtige locatie met een rijke geschiedenis die zorgt voor een indrukwekkende en bovenal unieke sfeer.

God en de absolute waarheid van Antoine Bodar

antoinebodar (1)

Antoine Bodar weet precies hoe het zit met de waarheid. Voor de mediagenieke katholieke priester bestaat er een waarheid buiten ons. En voor die waarheid staat Bodar pal. Dat is actueel in een tijd van feiten en meningen, waarheden en nepnieuws. Bodar, een man van de prikkelende stellingen en massieve zekerheden. Niets moet hij hebben van het moderne relativisme en gruwt van de waarheid die teruggebracht is tot een afspraak, de afspraak dat de meeste stemmen gelden.

Als de meerderheid vindt dat God dood is, is Hij al bijna dood. Die opvatting van de waarheid als democratisch principe is niet de mijne. Ik ben ervan overtuigd dat er een absolute waarheid bestaat, onafhankelijk van ons denken. De bijbel leert dat ook. Christus zegt het zelf: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’ (uit: Bodar) 

De naam die Bodar aan de waarheid geeft, is dus Christus. Achter die waarheid kom je op twee manieren. Via het geloof en via het redenerend vermogen. Alleen wordt volgens Bodar het belang van de ratio bij het achterhalen van de waarheid enorm overschat. Hij citeert bij deze uitspraak Frans Kellendonk die in Geschilderd eten schreef:

Alle wetenschappelijke ondernemingen hebben aangenomen dat de wereld rationeel geordend is rond een geheim, een kern.’ (uit: Bodar) 

Bodar concludeert dat de waarheid zich door het verstand wel laat benaderen, maar nooit omvatten. Voor hem wordt de waarheid vooral gekend in geloof. Het verstand moeten we op zijn plaats terugzetten, dan komt er meer ruimte voor het hart en gevoel: het niveau van de geloofsopenbaring. Het hart kan zich dan meer openstellen voor het mysterie en derhalve ook voor God.

Waar geloof louter menselijk wordt, doet ongeloof zijn intrede. Niet de realiteit die toegankelijk is voor de zintuigen en het redenerend vermogen, maar juist hetgeen verborgen blijft vormt de bron van het leven. Uiteindelijk zijn het niet de zichtbare, maar de onzichtbare dingen die er werkelijk toe doen, omdat zij het eeuwige openbaren.’ (uit: Bodar) 

Als geloof en verstand botsen, volgt Bodar het geloof. Hij snapt niets van de maagdelijke geboorte van Christus. Zijn verstand blijft achter bij dat mysterie en dan neemt zijn geloof het over. Het geloof benadert het mysterie meer dan het verstand ooit zal kunnen, is zijn verklaring.

Bodars waarheid staat op gespannen voet met andere godsdiensten. De rooms-katholieke kerk benadert volgens Bodar de waarheid het meest zuiver, ook al zegt de kerk niet dat de waarheid niet ook elders te vinden is. Andere godsdiensten hebben volgens Bodar ook deel aan de waarheid. Daar schuilt gelijk het addertje in het gras, want ‘deel hebben aan’, blijkt volgens de priester iets anders dan ‘de waarheid bezitten’.

Er is dus een rangorde in het deelhebben aan de waarheid. Die wordt volgens Bodar het meest zuiver gevonden in de rooms-katholieke kerk en de oosters-orthodoxe kerken die over belangrijke zaken dezelfde opvattingen hebben. Minder zuiver zijn andere godsdiensten, zoals de verschillende protestantse kerken, de joden en de moslims. In het boeddhisme en hindoeïsme zijn volgens Bodar glimpen van de waarheid te vinden, maar de vele goden van het hindoeïsme blijken uiteindelijk losgemaakte eigenschappen van die ene, ware God te zijn…

Relativisme is volgens Bodar overal op zijn plaats, maar niet in het geloof. Als hij niet meer in de eucharistie zou geloven, verwordt dat tot ‘dippen en delen’. Als hij zich met een orthodoxe protestant vergelijkt, laat hij het aan de Heilige geest over wie het bij het rechte eind heeft.

En toch kan Bodar aangenaam relativeren. Er zijn volgens hem niet-katholieken die dichter bij God leven dan katholieken. Van sommige orthodox-protestantse studenten denkt hij dat hij daar nog heel wat van kan leren. De waarheid blijkt dan toch zoiets te zijn als een beslagen spiegel, zoals Bodar Paulus parafraseert. De waarheid kunnen we dus slechts zo goed mogelijk benaderen, uiteindelijk praat je toch over een mysterie, aldus Bodar.

Maar toch, maar toch… Als je Bodar goed leest, heeft de rooms-katholieke kerk als enige de absolute waarheid in pacht. Bodar denkt sterk Rome-centrisch als hij – weliswaar glimlachend – zegt dat er veel wegen naar Rome leiden, alle wegen zelfs.

Lang geleden dachten we dat de aarde het centrum van het heelal was.

Bron: Bodar | De binnenzijde van een omstreden priester | door Petra Pronk | Hoofdstuk 4. Waarheid.

Foto: Antoine Bodar (pers.kro-ncrv.nl)

Een epische zoektocht naar de waarheid

logicomix.jpg

Een epische en welhaast spirituele zoektocht naar absolute zekerheid en waarheid wordt verteld door de ogen van filosoof en logicus Bertrand Russell, één van de belangrijkste denkers die zich met deze queeste heeft beziggehouden. Filosoof en wiskundige Emanuel Rutten verwijst naar de beeldroman Logicomix van Apostolos Doxiadis en Christos Papadimitriou. Op zijn website geeft hij op hoofdlijnen de belangrijkste momenten van deze fascinerende zoektocht naar absolute zekerheid weer.

Russell dacht te vinden wat hij tevergeefs had gezocht…

Meetkundige bewijsvoering toonde hem de enige weg tot de werkelijkheid: de rede. Hij kwam voor het eerst in aanraking met de heerlijke ervaring iets te weten met absolute zekerheid. En zo werd logische bewijsvoering zijn weg naar de waarheid.’

Alleen… Russell hoorde dat we ook de axioma’s van de wiskunde gewoon moeten aannemen en dat stelde hem teleur. Hem was immers verteld dat we in de wiskunde alles moeten bewijzen wat we zeggen.

Wat is echter de waarde van bewijs als het berust op iets wat onbewezen is? Zelfs in de wiskunde moeten we in de bewijsvoering op een bepaald moment gewoon sommige dingen aannemen.’

Toch besloot Russell wiskunde te gaan studeren, maar vond uiteindelijk dat er ronduit slordig gedacht werd in de wiskunde.

Zijn kennismaking met de ‘koningin der wetenschappen’ was echter opnieuw een grote teleurstelling. In de wiskunde van zijn tijd werden veel begrippen niet scherp gedefinieerd. Er werd zelfs gewerkt met vage begrippen zoals ‘oneindig klein’. De op Newtons calculus teruggaande wiskunde waarmee Russell geconfronteerd werd was veel minder gedisciplineerd dan de strenge axiomatische meetkunde van De Elementen van Euclides. Russell vond dat er ronduit slordig gedacht werd in de wiskunde.’

Russell vormde de rotsvaste overtuiging dat de fundamenten van de wiskunde rot zijn, dat het bouwwerk van de wiskunde op instorten staat, en besloot filosofie te gaan studeren. Ook dat leverde aanvankelijk een teleurstelling op. Wiskundigen proberen in ieder geval elkaar niet tegen te spreken, vond hij, maar filosofen zijn het onderling totaal niet eens…

Plato stelt dat wat je ziet slechts een slechte kopie is van de ware werkelijkheid, terwijl voor Aristoteles de basis ligt in wat hij waarneemt. Volgens Descartes bestaat er een tegenstelling tussen geest en materie, terwijl Spinoza dit ontkent. En zo gaat het maar door. Met zijn vriend Moore zocht hij verlichting bij een op dat moment populaire Hegeliaan. Maar daarin vond hij evenmin iets. Hij zocht een methode om werkelijk iets van kennis te verwerven.’

Russell maakte vervolgens kennis met de logica en besloot logicus te worden, maar ook logica voldeed niet, hij wilde immers absoluut zekere kennis over de wereld vergaren. Hij begon te werken aan een boek dat alle fundamentele problemen zou moeten oplossen. Maar toen stuitte de logicus op een paradox die later de beroemde Russell paradox genoemd zou worden. De hele verzamelingenleer van de Duitse wiskundige George Cantor stortte hiermee in.

Het voert te ver om in dit blog het volledige – en ook wel spannende – verhaal weer te geven. Daarvoor verwijs ik naar het blog van Rutten, en Logicomix zelf. Ik wil nog wel even filosoof Ludwig Wittgenstein noemen, de leerling van Russell, die stelde dat de logica niets meer betreft dan de vorm van onze taal. Een groep visionairs in Wenen – De Wiener Kreis – had het idee dat het werk van Wittgenstein hen volgens henzelf de mogelijkheid gaf om religie, metafysica, ethiek, enz. totaal te verbannen uit het rationele gesprek, want waarover niet logisch gesproken kan worden, is letterlijk onzin.

Wittgenstein liet hen in een ontmoeting echter weten dat de betekenis van zijn werk hen totaal ontgaan was. Zijn punt is precies het tegenovergestelde. De dingen waarover niet logisch kan worden gesproken zijn de enige die er echt toe doen. Deze dingen tonen zich.’

(Wittgenstein bedoelt met ‘tonen’ zoiets als bij kunst: kunst is in staat om dingen te tonen en duidelijk te maken die niet in taal te vatten zijn. ‘Dat wat niet gezegd kan worden, kan eventueel wel getoond worden’. PD)

Zie: De kleine Logicomix

Logicomix |ISBN: 9789049501723 | Paperback, 346 blz | € 12.50 | Maart 2011
Logicomix is een unieke beeldroman over de spirituele odyssee van de grote filosoof Bertrand Russell. Tijdens zijn gekwelde zoektocht naar de absolute waarheid kruist zijn pad dat van grote denkers als Frege, Hilbert, Gödel en Wittgenstein. Maar Russells ambitieuze doel – het bepalen van onwrikbare grondslagen voor de wiskunde – blijft buiten bereik. Toch houdt hij koppig vast aan zijn missie, die zijn carrière en persoonlijk geluk bedreigt en hem uiteindelijk bijna tot waanzin drijft. Logicomix is zowel een historisch epos als een verklaring van de grootste ideeën van de wiskunde en moderne filosofie. In een expressieve klare lijn, met een intrigerend verhaal en rijke karakterschetsen, maakt dit boek filosofische logica voor iedereen toegankelijk. (lebowskipublishers.nl)