Van Tomáš Halík moet een christen soms atheïst zijn

In Theater voor engelen spreekt Tomáš Halík niet alleen overtuigde christenen aan, maar ook atheïsten en mensen die op zoek zijn naar zingeving. Een theologisch-filosofisch boek van Halík, dat dinsdag verscheen, over de zoektocht naar en de ontmoeting met God. Hierin nodigt hij ons uit het geloof als een levensexperiment op te vatten en de openheid van onze geest in te zetten. ‘Ik heb er vaak naar verlangd uit de cirkel van mijn eigen lotsbestemming te breken en de wereld ook met de ogen van anderen te zien, op een of andere manier deel te krijgen aan hun ervaringen.’

‘Als jongetje werd ik me ervan bewust dat het perspectief van waaruit ik de wereld om me heen waarneem uniek en niet-uitwisselbaar is. Wat ik op dit ogenblik waarneem, vanaf de plaats waarop ik sta, en wat ik daarbij ervaar en wat ik denk, wordt door niemand anders gezien, gevoeld of gedacht. Ieder van ons heeft dus een eigen wereld, hoe dicht we fysiek, emotioneel of ideologisch ook bij elkaar staan.’
(Tomáš Halík in: Theater voor engelen)

Volgens theoloog, filosoof en socioloog Tomáš Halík zoekt God de mens vaak op in de stilte en in het verborgene, zonder dat iemand het zelf merkt. De auteur wijdt onder meer een hoofdstuk aan de vraag of je zonder geloof kunt leven, en bespreekt in een volgend hoofdstuk zijn gedachte dat een christen soms een atheïst moet zijn. Hij laat zien dat ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’ tegenwoordig om tal van redenen meer gemeen hebben dan ooit tevoren. Deze situatie is voor beide partijen en ook voor onze gemeenschappelijke wereld een kans waarvan het een zonde zou zijn als we die niet zouden zien en gebruiken.

Dat doe ik niet uit een of ander goedkoop ‘irenisme’, want dat zou een verlangen naar ‘verzoening’ tegen elke prijs betekenen, zelfs tegen de prijs van het verkwanselen van je eigen identiteit, van ontrouw aan tradities. Dat zou betekenen dat we naïef en tegelijkertijd arrogant de verschillen negeren.’
(Uit: Theater voor engelen)

Halík huivert bij de arrogantie van het geloof dat de stem van de kritische rede negeert, net als bij de arrogantie van de seculiere rede die de geestelijke en morele roeping van het geloof veracht.

Deze beide waanideeën en eenzijdigheden hebben zich van elkaar losgemaakt en vallen elkaar nu aan en provoceren elkaar, waarbij ze niet zien hoe angstaanjagend veel ze op elkaar lijken. Juist daarin zie ik het werkelijk acute gevaar voor onze wereld. Paus Johannes Paulus II waarschuwde herhaaldelijk voor het gevaar van geloof zonder denken en denken zonder geloof.’
(Uit: Theater voor engelen)

Gelovigen en ongelovigen hebben volgens Halík dus veel meer gemeen dan de meesten van ons denken. Hij bedoelt dat niet als eindpunt om elkaar dan vervolgens de hand te reiken en ongestoord naast elkaar verder te leven. Integendeel.

We moeten juist wederzijds elkaars rust verstoren! Als ik van de vooronderstelling uitga dat zowel geloof als ongeloof een deel van de waarheid bezitten, dan wil ik me niet tevredenstellen met de goedkope postmoderne slogan ‘Iedereen zijn eigen waarheid’. Als mij de ‘waarheid van het ongeloof ’ interesseert, is het mij er niet om te doen dat neerbuigend te ‘erkennen’, maar om door het doordenken en door-lijden van het ongeloof mijn geloof te kunnen verrijken.’
(Uit: Theater voor engelen)

Schrijver Arnon Grunberg lijkt Halík wel te kennen en experimenteerde eind september met het opzetten van een eigen (tijdelijke) geloofscommune. Hij hield dat levensexperiment op een eilandje in de Vinkeveense plassen. Op de vraag of religie zonder god bestaat is zijn antwoord dat hij steeds meer geneigd is om te denken van wel: het humanisme heeft zich ontwikkeld tot een christendom zonder Jezus. 

Religie heeft lange tijd voorzien in zingevende behoeften van mensen. In onze geseculariseerde maatschappij zijn die behoeftes niet verdwenen, integendeel. Zingeving die niet-gelovige mensen in hun leven zoeken wordt onterecht als niet-religieus herkend, terwijl het dat wel ten dele is.’

Bestaande verlangens naar religie worden over het hoofd gezien. Mensen hebben behoefte aan rituelen om op terug te vallen in tijden van feest en nood. Daar gaat dit experiment over. Ik denk dat het bijdraagt aan een debat over waar we heen moeten met de vragen die vroeger binnen een geloofsgemeenschap werden beantwoord. Op die manier kan de samenleving hier wat aan hebben.’
(Grunberg)

Theater voor engelen – Het leven als religieus experiment | Tomáš Halík | Kokboekencentrum | ISBN: 9789043536431 | Pagina’s: 224 | Publicatiedatum: 9-11-2021 | € 22,50

Arnon Grunberg is op zoek naar een religie zonder God (via Trouw, of Blendle of Topics)

Het toneelstuk van het leven leidt naar het mysterie van God (De Nieuwe Koers, Tjerk de Reus ook via
Blendle)

In De theologie podcast gaan Elsbeth Gruteke en Mark de Jager in gesprek met Erik Borgman over de inhoud en de betekenis van het nieuwe boek van Halík.
 
Beeld: Cover Theater voor engelen (detail)

Van verbeelding, waarheid en werkelijkheid

nature-horizon-person-sky-girl-sun-1365082-pxhere.com

‘Voor God is alles mogelijk’, zegt de Bijbel, maar God werd als het ware ingekapseld in een systeem van redelijkheid. Door het geloof zo te benaderen heeft men eigenlijk het latere ongeloof voorbereid, wist de Spaanse filosoof, toneelschrijver en dichter Miguel de Unamuno (1864-1934) toen al: ‘Het dogmatische christendom is doods geworden. Een dergelijke God is niet vitaal.’

In de Trouw-serie Wat is waarheid? ging aflevering vier eergisteren over religie die buitenspel staat in het alledaagse gesprek over waarheid. Over verbeelding: een innerlijk zintuig dat een dieper gelegen waarheid en werkelijkheid aan het licht brengt. 

In het Westen is het geloof (…) in beslag genomen door de rationaliteit. Men ging geloven om te kunnen begrijpen. Men ging God beschouwen als ‘eerste oorzaak’, en als Platoonse idee. Hij werd vormgegeven in dogma’s – vaststaande geloofswaarheden.’ 

Volgens de Leidse filosoof Timo Slootweg gaan we daarmee voorbij aan het universele, menselijke ‘verlangen naar leven’. Dat kun je ervaren in een niet-dogmatisch geloof. Op de vraag van Trouw-journalist Marc van Dijk of de kerkvaders met de redelijkheid hun eigen graf hebben gegraven, antwoord Slootweg bevestigend.

Voor de denkers van de Verlichting was het maar een kleine stap om in alle redelijkheid afstand te nemen van het geloof. Kant stelde: we moeten zelf durven denken en de zelfopgelegde onmondigheid – het religieuze denken – van ons afleggen. En dan kun je concluderen dat de godsbewijzen niet deugen. Maar God is nooit het object geweest van kennis! God is het ‘object’ van ons verlangen naar leven. Pas als we met dit verlangen onze verbeelding gebruiken, tegen de rede en de verstandigheid in, komen we de waarheid op het spoor.’

Slootweg stelt dat we als vanzelfsprekend aannemen dat de waarheid het exclusieve domein is van wetenschap en rationaliteit. ‘Ik wil niets op de wetenschap afdingen. Maar ik denk dat we iets essentieels over het hoofd zien,’ zegt hij. ‘Ook in religie, in geloof, is waarheid te vinden.’ Hij schreef over het ‘personalisme’, een filosofische stroming – verwant aan het existentialisme – die klaar is om herontdekt te worden en het waarheidsbegrip zou kunnen verruimen.

De Unamuno zegt dat de mens naast het verlangen naar kennis een verlangen heeft naar leven, niet enkel de wil om te overleven, in de nuchtere wetenschap dat de dood het einde is, maar het verlangen naar volop leven, altijd leven, eeuwig leven.

Als je dat vitale verlangen ten grondslag legt aan je denken, krijg je een heel ander beeld van de werkelijkheid. Dat verlangen gebruikt de innerlijke zintuigen, de verbeeldingskracht, om de waarheid te zien.’

Volgens Slootweg vinden existentialisten en de personalisten (mensen als Søren Kierkegaard, Max Scheler, Martin Buber en Immanuel Levinas, maar daarnaast ook Nietzsche en Heidegger) – door het geloof geïnspireerd of niet –  dat het rationalistische begrip van wat waar en werkelijk is zo armzalig, dat het de natuur, de dingen en onszelf tekort doet.

We moeten ons laten voeden door het verlangen naar de hemelse toestand van God die eens ‘alles in allen zal zijn’, zoals Paulus het formuleert. Leven, eeuwig leven, het Koninkrijk Gods, dat we zonder de ander onmogelijk kunnen verwerven. Als een visioen dat we met onze innerlijke verbeelding kunnen voorvoelen. Zo wordt je beeld van de werkelijkheid – van wat mogelijkheid en waarheid is – veel rijker, vruchtbaarder en vitaler. Ons handelen zal er dan op gericht zijn dit in déze wereld reeds gestalte te geven.’

Zie: Verlangen naar God is ook verlangen naar waarheid 

Beeld: pxhere

‘We hebben een gemeenschappelijke waarheid nodig’

HetHeilLigtInWaarheid

‘De waarheid is kwijt. Hoe vinden we haar terug?’ Een vraag gesteld door filosoof Daan Roovers, in Vrij Nederland. In aanloop van de Maand van de Filosofie. Ze schrijft over de waarheid. Of beter: het ontbreken van een waarheid. ‘Want,’ zegt zij, ‘de waarheid staat onder druk’ en ‘de geloofwaardigheid van de wetenschap is niet meer vanzelfsprekend’. De Amerikaanse president Donald Trump bewijst dit volgens haar. Trump kan eindeloos onjuistheden spuien (het aantal staat volgens The Washington Post al op ruim 16.000) zonder dat het zijn populariteit erg schaadt. Menno van de Bos in (maandelijks) gesprek met Roovers. Hij begint met de vraag: wat ís waarheid eigenlijk?

Waarheid is een abstract begrip, en Roovers is er niet dol op. ‘Ik spreek liever over de werkelijkheid. De werkelijkheid is iets waar we ons samen in begeven en op oriënteren, waar we naar kunnen verwijzen.’ Een plek waar we samen kunnen afspreken dat groene boeken groen zijn.’

Volgens het artikel gaat het in deze tijd steeds meer om meningen en steeds minder om feiten. Als we de waarheid inderdaad voorbij zijn, hoe vinden we haar dan weer terug, is de centrale vraag. Eerder zei Nietzsche dat God dood is en wij Hem vermoord hebben.  Daan Roovers heeft daar nu een parafrase op gemaakt. Opmerkelijk hierbij vind ik, dat zij God nu ‘inruilt’ voor de waarheid. Stond God voor de waarheid, nog niet zo lang geleden?

De waarheid is dood en wij hebben haar vermoord, om het op z’n Nietzscheaans samen te vatten.’

We schijnen te leven in het ‘post-truth’-tijdperk, en die term suggereert dat we tot voor kort nog ‘in de waarheid’ leefden, terwijl leugens en bedrog van alle tijden zijn.

Neem de politiek: ‘Politiek filosofe Hannah Arendt (1906-1975) schreef dat politici altijd een gespannen verhouding met de waarheid hebben gehad omdat ze gekozen willen worden. De werkelijkheid verdraaien is typisch menselijk: een aap of konijn kan dat niet. Je hebt er verbeeldingskracht voor nodig. En volgens Arendt hoort het ook heel erg bij politiek: de wereld zoals die werkelijk is, wijs je af, en je creëert een andere, een nieuwe.’

Roovers formuleert het heel helder als ze telt dat het probleem niet is dat we verschillende opvattingen hebben, maar dat we verschillende informatie hebben.

Deze verwarring neemt nog eens extra toe door de democratisering van kennis, zegt Roovers. Sinds het internet hebben we toegang tot alle denkbare kennis en sinds de smartphone liggen we 24 uur per dag aan het informatie-infuus. ‘Het is niks bijzonders meer om toegang tot kennis te hebben. Ik heb gestudeerd; maar mensen die niet hebben gestudeerd, kunnen dezelfde kennis googelen. Of ze die even goed begrijpen, is vraag twee. Maar waar in de decennia na de oorlog zelden publiekelijk aan de autoriteit van de wetenschap werd getwijfeld, is dat binnen één generatie totaal veranderd.’

De denker des Vaderlands zegt dat vooringenomenheid het zicht ontneemt op de werkelijkheid en geeft als voorbeeld de tweet destijds van Forum voor Democratie-leider Baudet over overlastgevende ‘Marokkanen’ in de trein, die later conducteurs bleken.

Baudet bood geen excuses aan en benadrukte dat de onderliggende boodschap over immigratie deugde. Anders gezegd: het had waar kúnnen zijn. ‘Dat is het tegenovergestelde van naar de werkelijkheid kijken,’ zegt Roovers. ‘Het is je eigen theorie vooraf laten gaan aan wat er gebeurt.’

Dat de waarheid of de autoriteit van de wetenschap wordt ondermijnd, is volgens Roovers een te oppervlakkige analyse. Wat er gebeurt, is dat mensen willen dat de wetenschap een instrument wordt voor hun eigen gelijk. Dat lijkt haar veel kwalijker. De vraag ‘hoe krijgen we de waarheid terug’ – lijkt vanuit filosofisch opzicht hopeloos, omdat het concept ‘waarheid’ spekglad is, zegt zij, en omdat de veronderstelde hoeders ervan, primair wetenschappers, onvermijdelijk beperkingen kennen. ‘Hannah Arendt zei dat uiteindelijk de wal het schip zal keren,’ zegt Roovers ten slotte.

Volgens haar is waarheid de belangrijkste stabiliserende factor in het menselijk bestaan. Uiteindelijk kunnen we niet zonder een gemeenschappelijk idee ervan.’

Zie: De waarheid is kwijt. Hoe vinden we haar terug?  (Vrij Nederland)

Beeld: Deze illustratie is een inkt-op-papier creatie van Khaled Al-Saai – een kunstenaar uit Syrië – als artistieke vorm van kalligrafie gemaakt in Parijs, 2002. Hij schreef er de titel onder: ‘Het Heil ligt in Waarheid’.

De gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid

Waarheid Gianni Crestani Pixabay

‘Niet het verspreiden van onjuiste informatie op zichzelf is het grootste probleem, maar de malafide intenties waarmee dat gepaard gaat,’ zegt de Pools-Belgische filosoof Alicja Gescinska in haar essay Kinderen van Apate over leugens en waarachtigheid. Juist in deze tijden vindt De Maand van de Filosofie het belangrijk om waarheid te onderscheiden van leugens. Volgens iFilosofie geeft Gescinska de aanzet tot een herwaardering van waarachtigheid, waaraan onze samenleving en de politiek dringend behoefte hebben.

Revolteren tegen de verlokkingen van de leugen
Niet zozeer de onwaarheid van beweringen is het probleem, als wel hun leugenachtigheid’. iFilosofie publiceerde een deel van haar essay.

Toen Pandora haar beruchte doos opende en de godin Apate ontsnapte, kwamen de misleiding en het bedrog in de wereld, zo vertelt de Griekse mythe. En Apate is nog steeds onder ons: we zijn allemaal haar nazaten, stelt Gescinska in dit essay. Maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn betoogt ze, en revolteren tegen de verlokkingen van de leugen. Nooit was dat zo nodig als nu, in dit tijdperk van ‘post-truth’, alternatieve feiten en nepnieuws.’ (Uitgeverij Lemniscaat)

Waarachtig tegenover jezelf blijven
T
egenover een moreel corrupt regime is eerlijk zijn niet zelden zelf moreel verwerpelijk, stelt Gescinska. En om waarachtig tegenover jezelf te kunnen blijven, is het soms nodig om een onwaarachtige houding tegenover anderen aan te nemen.

Een belangrijk criterium om de kwaliteit van een samenleving of een regime aan af te meten is de mate waarin oprechtheid en authenticiteit – de innerlijke en de uiterlijke waarachtigheid – met elkaar harmoniseren dan wel botsen. In een slechte samenleving en onder een slecht regime moet men een leugenachtig masker opzetten, wanneer men eerlijk tegenover zichzelf wil blijven.’ (Uit: Kinderen van Apate)

Participeren in de leugen
G
escinska verwijst naar Poolse filmmaker Krzysztof Zanussi die haar vertelde over de eerste jaren van communistisch Polen waar hij, net als de andere kinderen uit zijn klas, opgevoed werd met een dubbele moraal: er waren dingen die in de klas gezegd moesten worden en voor waar gepresenteerd moesten worden, ook al wist men heel goed dat zij onwaar waren.

En er waren waarheden die voorbehouden bleven voor de huiselijke sfeer. Wat Zanussi’s ouders hem vertelden – en dat was toen heel gebruikelijk – was dit: leer je op school iets over biologie of fysica, dan mag je je leerkrachten vertrouwen. Leer je iets over geschiedenis, economie of politiek – kom dan bij ons maar eens navragen hoe het werkelijk zit. Het zorgde voor absurde taferelen waarbij kinderen op school boodschappen over geschiedenis en communisme declameerden waarvan ze thuis hadden vernomen dat ze onzinnig waren. Maar ze moesten meedoen met het spel, anders zouden sancties volgen. Participeren in de leugen was, met andere woorden, noodzakelijk voor het behoud van de kwaliteit van het leven, en soms voor het levensbehoud zelf.’ (Uit: Kinderen van Apate)

KinderenvanApate

Gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid
M
en kan zich veel situaties voorstellen waarbij het verkondigen van een leugen geen morele verwerping verdient, meent Gescinska.

Toch is de teneur in verschillende ethische overtuigingen en theorieën dat liegen een kwalijk karakter heeft en leugenachtigheid van een kwalijk karakter getuigt. En dat heeft veel, zo niet alles, te maken met de gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid.’ (Uit: Kinderen van Apate)

Vaak tegenstrijdige visies op vrijheid
W
illen we de morele problematiek van liegen begrijpen en het morele en maatschappelijke belang van waarachtigheid ten volle vatten, zegt Gescinska, dan is het van het grootste belang om de relatie tussen leugen en verdrukking, tussen waarachtigheid en vrijheid onder de loep te nemen. Daartoe is niet enkel een beter begrip van liegen noodzakelijk.

Door de eeuwen heen hebben filosofen talloze, vaak tegenstrijdige visies op vrijheid ontwikkeld. Voor de gelovige geldt vaak dat ware vrijheid in een godsvruchtig leven ligt. Voor de atheïst geldt veeleer het tegendeel. De gelovige vindt zijn vrijheid in religie. Maar voor een atheïst, zoals Ludwig Feuerbach, moeten we vrij zijn van religie om vrij te kunnen zijn als mens. Voor de communist is het kapitalisme een onderdrukkend regime. Wie onder het communisme geleefd heeft, weet wat een onderdrukkend regime werkelijk is. Hoe moeten we vrijheid begrijpen, wanneer er zoveel verschillende betekenissen aan worden gegeven, maar ook een goed begrip van vrijheid.’ (Uit: Kinderen van Apate)

Kinderen van Apate | Alicja Gescinska | ISBN: 9789047712442 | Prijs: € 4,95 | Essay van de Maand van de Filosofie | juni 2020

Zie: Voorpublicatie, over leugens en waarachtigheid (iFilosofie)

Beeld: Gianni Crestani (Pixabay) ‘De Mond der Waarheid’ is een marmeren schijf, te vinden in Rome, uit de oudheid met een reliëf snijwerk dat een gezicht voorstelt. Volgens een legende sluit de mond zich als een leugenaar zijn hand er in steekt. De massieve marmeren schijf weegt zo’n 1300 kilogram en beeldt waarschijnlijk het gezicht uit van de zeegod Oceanus. De ogen, neusvleugels en mond zijn open.

‘Geloof en ongeloof dichter bij elkaar’

appearance-atmosphere-bright-sadness-candle-cathedral-1422793-pxhere.com (1)

Gelooft de Nederlander – wonend in ons door de paus uitgeroepen zendingsgebied, want officieel een heidens land – nog ergens in? De Groene Amsterdammer spreekt van mensen die niet tot een religieuze groepering behoren. Meer dan de helft blijkt dat te zijn. Dat zegt echter niets over geloof. ‘Het begint allemaal met de vraag: wat is religie? Wetenschappers wereldwijd zijn er nooit in geslaagd om het eens te worden over een definitie,’ zegt journalist Yvonne Zonderop in Scientias. In De Groene Amsterdammer zegt Yolande Jansen dat ‘ongelovig’ een term is die vooral vanuit een religieus perspectief betekenis heeft, maar die niets zegt over wat voor niet-gelovige mensen betekenis aan het leven geeft. 

Ongeloof definieert wat je niet bent
J
ansen is bijzonder hoogleraar voor de humanistische Socrates Stichting aan de VU en hoofddocent filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij vindt ongeloof een kale term die definieert wat je niet bent.

Het is haar overtuiging dat ongelovigen net zo goed als gelovigen steeds meer bezig zijn met levensvragen en dat dat meer zichtbaar wordt dankzij sociale media en instituties zoals humanistische geestelijke verzorging. Religie speelt op andere manieren juist wel een nieuwe rol in de samenleving, die je niet met een onderzoek naar ‘secularisatie’ of ongelovigheid zichtbaar kunt maken.’

Open mind
D
e tegenstelling uit de Verlichting, tussen geloof en wetenschap, is aan het verschuiven, stelt Jansen, daar aan beide zijden van het spectrum van ‘weten’ en ‘geloven’ mensen te vinden zijn die vooral gegrepen zijn door hun eigen waarheid en de onwaarheid van de anderen. De hoogleraar komt meer en meer mensen tegen die met een open mind naar problemen kijken en die uit verschillende bronnen putten.

Onder de gelovigen zijn dat de mensen die nu het coronavirus als een straf van god zien of ‘een streek van de duivel’. Maar ook aan de kant van de wetenschap zitten mensen die alles graag tot één ware basisoorzaak terugbrengen: atomen, genen, of bijvoorbeeld algoritmen.

Daartegenover staan wetenschappers en religieuzen die zich niet in dat soort algemene en brede waarheidsclaims herkennen en die met elkaar willen samenwerken en elkaar beter willen begrijpen, die zien dat zowel de wetenschappen als religies altijd onvolledige manieren zullen zijn om verschijnselen in de wereld om ons heen zo goed mogelijk te begrijpen en te waarderen.’

Andere verschillen dan religieuze
J
ansen verwacht dat geloof en ongeloof in de toekomst wel eens dichter bij elkaar kunnen komen te liggen.

Mensen komen erachter dat ze wel degelijk wat van elkaar kunnen leren en dat andere verschillen dan religieuze, zoals op het gebied van racisme, gender, absurde verschillen tussen arm en rijk, maar ook de opwarming van de aarde en mensenrechten, een stuk belangrijker zijn.’

Zie: Samenleving: De Nederlander in 2050 (De Groene Amsterdammer, 23042020)

Foto: Dmitri Leiciu  (PxHere)

‘De waarheid bestaat!’

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bestaat de waarheid? Ja! Een van de bekendste Engelse publieksfilosofen Julian Baggini schrijft in Een kleine geschiedenis van de waarheid dat de waarheid bestaat. We hoeven de post-waarheid-samenleving niet te vrezen. Aan de hand van tien bronnen van waarheid kunnen we daarvan op aan: eeuwige, gezaghebbende, esoterische, beredeneerde, empirische, gecreëerde, relatieve, machtige, morele en zelfs holistische waarheden.

Onze houding bij het willen kennen van de waarheid blijkt veel belangrijker dan bijvoorbeeld de ‘deductieve redenering van Descartes, de wetenschappelijke methode van Bacon, het bestuderen van geopenbaarde geschriften, of het verkrijgen van inzicht door de discipline van meditatie en concentratie’.

De waarheid vaststellen vereist ‘epistemische’ deugden zoals bescheidenheid, scepticisme, het openstaan voor andere perspectieven, een geest van collectief onderzoek, een bereidheid de confrontatie met macht aan te gaan, een verlangen betere waarheden te creëren, een bereidheid om ons in onze moraliteit door feiten te laten leiden.’ *

Corresponderende ondeugden echter doen deze ‘epistemische’ deugden geweld aan. Baggini somt er een aantal op: ‘zelfoverschatting, cynisme, bekrompenheid, excessief individualisme, passiviteit ten aanzien van macht, het verlies van het geloof in de mogelijkheid betere waarheden te creëren, en een moraal die wordt aangejaagd door onderbuikgevoelens die het verstand gaan overheersen’.

In de conclusie van zijn boek waarin hij zijn bronnen van waarheid bespreekt op een manier ‘die zelfs de meest verstokte doemdenker zal laten glimlachen’, vertelt hij over onze neiging over waarheden als ‘steentjes’ te denken: hard, onveranderlijk, duidelijk gedefinieerd, verzameld in onze geest alsof dat een soort rotstuin is.

In werkelijkheid is de waarheid meer zoals een echte tuin: een organisch, holistisch systeem waar alles met alles verband houdt. Sommige bestanddelen ervan zijn zo goed als permanent, terwijl andere groeien, veranderen of afsterven. En net als een tuin moet de waarheid verzorgd worden, want anders raakt zij overwoekerd door het onkruid van mythes, deformaties, misvattingen en leugens.’

Baggini geeft in zijn boek toe dat de waarheid gecompliceerd is, maar leidt relatief eenvoudige aanwijzingen af uit elk van de tien soorten waarheid die hij onderzocht, en helpend kunnen zijn om de waarheid te laten opbloeien.

Spirituele ‘waarheden’ behoren tot een andere soort waarheid dan seculiere waarheden en moeten daarom niet met elkaar wedijveren. We moeten zelf nadenken, maar niet in ons eentje. We moeten sceptisch zijn, niet cynisch. De rede vereist bescheidenheid, geen zekerheid. Om slimmer te worden, moeten we begrijpen op welke manier we dom zijn. Waarheden moeten zowel gecreëerd als gevonden worden. Alternatieve perspectieven moeten niet gezocht worden als alternatieve waarheden, maar als middelen ter verrijking van de waarheid. De macht spreekt niet de waarheid; de waarheid moet de macht aanspreken. Voor een betere moraal hebben we betere kennis nodig. De waarheid moet holistisch begrepen worden.’   

Hoe Baggini tot deze aanwijzingen is komt, is te lezen in de tien bronnen van waarheid die hij beschrijft in tien hoofdstukken in zijn boek. Treffend en toegankelijk geschreven. En inderdaad ‘een verademing voor iedereen die het even niet meer weet: de waarheid bestaat!’

*(Epistemologie = kennisleer:  geeft aan hoe we ware of geldige kennis over de werkelijkheid kunnen verkrijgen.)

Een kleine geschiedenis van de waarheid: troost in tijden van nepnieuws | Julian Baggini | 2018 | Uitgeverij Klement – Utrecht

Foto: PD– ‘In werkelijkheid is de waarheid meer zoals een echte tuin: een organisch, holistisch systeem waar alles met alles verband houdt.’