De duizelingwekkende diepten in de kwantumfysica

De fysica heeft volgens mysticus Erik van Ruysbeek – in een beschouwing over de relatie tussen geest en stof – de stof diepgaand onderzocht en duizelingwekkende diepten ontdekt. Het lijkt dat men bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde. Van Ruysbeek zegt in zijn boek Mystiek en mysterie dat het er op lijkt ‘dat de fysica langzamerhand de mystiek, of sommige ervaringen van de mystiek op het gebied van de observatie, begint in te halen’.

Het lijkt dat men bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde.’
(Erik van Ruysbeek (1915-2004)

Wim Davidse, auteur van het boek Er is meer in ons – leren van de mystici, vertelt hierover in Ongrond. Over ‘een werkelijkheid die in wezen geestelijk van aard is’. Hij haalt een prachtig voorbeeld aan uit Helgoland van de natuurkundige Carlo Rovelli. Die beschrijft in het begin van zijn boek mooi hoe die duizelingwekkende diepten ontdekt worden in de kwantumfysica.

In de zomer van 1925 ging de 23-jarige Duitse student Werner Heisenberg naar het eiland Helgoland om daar enkele weken in eenzaamheid door te brengen. Hij was daar vooral om zich helemaal onder te dompelen in het probleem dat hem obsedeerde: de banen van een elektron rond de kern van een atoom. De fysicus Niels Bohr had waargenomen ‘dat elektronen in de atomen rond de kern draaiden in exact bepaalde banen, op exact bepaalde afstanden van de kern, met exact bepaalde energieën’. En dan sprongen ze ook nog eens op magische wijze van de ene baan op de andere.
(Rovelli)


Zie ook boekbespreking Ilse van Leeuwen:
Academie voor Geesteswetenschappen

In de eenzaamheid op Helgoland probeerde Heisenberg iets uit te rekenen wat de onbegrijpelijke regels van Bohr zou kunnen verklaren. Hij sliep weinig en nam slechts korte rustmomenten, die hij doorbracht met het beklimmen van de rotsen op Helgoland. Op 7 juni begonnen zijn berekeningen te kloppen, hij kon hiermee de consistentie van de nieuwe kwantummechanica aantonen. Heisenberg geeft weer wat er toen bij hem gebeurde: ‘Het eerste ogenblik was ik erg geschrokken. Ik had het gevoel dat ik door de oppervlakte van de atomaire verschijnselen heen naar een diep daaronder liggend fundament van een vreemde interne schoonheid keek.’
(Rovelli)

Davidse zegt dat Heisenberg in dit geval stuitte op een soort onderliggende orde, die zich kenbaar maakte door zijn wiskundige verhoudingen. Dat was voor hem toen een mysterie, zou je kunnen zeggen. Zo’n mysterie is er nog steeds in de fysica, leidt hij af uit de bevindingen met teleportatie. Daarbij is waargenomen dat twee elementaire deeltjes met elkaar ‘verstrengeld’ kunnen zijn. 

Als je dan de toestand van het ene deeltje verandert, verandert het andere deeltje gelijktijdig, ongeacht op welke afstand het zich bevindt. (…) Deze kwantumverstrengeling lijkt het mogelijk te maken informatie over te brengen zonder dat deze kan worden gehackt. Een stap in de richting van een kwantumcomputer.’
(Davidse)

Hoe kan het, zo vervolgt Davidse, dat twee elementaire deeltjes gelijktijdig veranderen, ook al bevinden ze zich op 1000 km (of veel meer) afstand van elkaar? Ook hier lijkt weer sprake van een mysterieuze, onderliggende, of bovenliggende (?) orde.

Computerwetenschapper en filosoof Bernardo Kastrup zegt dat fysische entiteiten geen zelfstandig bestaan hebben. Davidse verwijst naar hem.

Het zijn verschijningsvormen of beelden van een diepere laag van de werkelijkheid, die in wezen geestelijk van aard is.’
(Kastrup)

Kastrup zegt dit op grond van zijn ervaringen met de kwantumfysica als medewerker bij het CERN, het instituut voor onderzoek naar elementaire deeltjes in Geneve.


Erik van Ruysbeek

Een werkelijkheid die in wezen geestelijk van aard is.’ Dat is nu net wat Erik van Ruysbeek bedoelde toen hij schreef dat men in de fysica bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde.’
(Davidse)

Zie: De fysica haalt de mystiek in (Wim Davidse, Ongrond, 2022)

Mystiek en mysterie | Erik Van Ruysbeek | Ankh-Hermes, Deventer | 1992 | ISBN 9020255967 | 112 pagina’s
Vanuit een grote bescheidenheid beseft de auteur dat het spreken over mystiek en mysterie slechts stamelen blijft. De mens moet kunnen relativeren en zich niet inbeelden dat hij de enige is die openbaringen van de waarheid in zich draagt. Als van Ruysbeek schrijft, beschrijft bij één getuigenis te midden van vele mogelijke visies.
De auteur meent dat binnen de grenzen van het weten dat hem werd gegeven, de mystieke ervaring zeker de ervaring is die het verst in de menselijke werkelijkheid binnendringt en de mens in alle tijden misschien speciaal in ontredderde crisistijden zoals de huidige het grondigst kan helpen om zijn pad op aarde te leren vinden.
Wie de top van de berg bereikt, zal in detail zien hoe alle bestijgingswegen een gelijkwaardigheid hebben en in hetzelfde onzeglijke mysterie uitmonden. De auteur hoopt dat de lezer zelf op zoektocht gaat naar het wezen der dingen.’
(Ankh-Hermes)

Beeld: zingevinggezocht.substack.com
Beeld Erik van Ruysbeek: coverfoto De smaak van honing