‘Je leven in een kort ogenblik totaal veranderd’

Zonder dat er daadwerkelijk iets is gebeurd…Boekrecensie Boomtijd. Auteur Beitske Bouwman beschrijft een zoektocht naar woorden voor de natuur, in een verhaal, want zo geven we immers ‘betekenis met woorden’. Opdat ‘we grip krijgen op hetgeen ons is overkomen’. En wàt haar overkomt, doet de wereld in haar kantelen. Er gebeurt iets dat zij ‘niet kan omschrijven, maar wel voelt’.

‘Als we door de ruimte van de letters heen durven vallen, vangt de aarde ons op, de zachte aarde die geduldig wacht op een nieuw begin’
(Beitske Bouwman)

Kan je leven in een kort ogenblik totaal veranderen zonder dat er daadwerkelijk iets is gebeurd? Beitske slaagt in de poging haar ervaring in woorden te vangen en ook wat er tussen die woorden tot leven komt. 

Bij het grip krijgen op wat ons overkomt, is ‘alleen het vreemde dat we door de grip vaak de essentie verliezen’. Omdat ‘wat gebeurt, nog niet in honderdduizend woorden is te vangen’.

‘Omdat wat gebeurt, vanuit oneindig veel gezichtspunten te benaderen is. Een verhaal is dus nooit zoals het werkelijk op het moment zelf was, je kleurt het altijd met woorden in.’
(Uit: Boomtijd)

Beitske beheerst op verrassende wijze de kunst de essentie in woorden te vangen. Als lezer loop je bijna vanzelf met die woorden mee zodat je haar verwondering meevoelt. En ook de verbazing, verrukking, momenten van verdwazing, het staren naar het plafond, haar ‘verlangen of een soort heimwee, een dieper gevoel van ergens te willen zijn waar ik niet was’.

In ’de ruimte van het bos’, waarin het verhaal zich grotendeels afspeelt door een onvergetelijke ontmoeting met bor, ervaart Beitske ook weerstand, want ‘moest ik mezelf niet in bescherming nemen tegen deze nieuwe gevoelens? Wat als ik de werkelijkheid waarin ik zo lang geleefd had niet meer zou begrijpen?’

‘Maar wellicht is dat de essentie van het leven, dat het zich vanzelf ontvouwt. Misschien gaat het erom te durven duiken in onwetendheid om zo het werkelijke leven te kunnen omarmen.’
(Uit: Boomtijd)

Het verhaal blijft door ieder woord boeiend. Je gaat mee in haar weerstand, voelt mee met nieuwe gevoelens. Woorden vangen je als lezer, ook als Beitske geen antwoorden vindt op de vragen die zij zichzelf stelt. ‘In ieder geval geen antwoorden in het leven dat ik leidde’. En zo is het als lezer ook ‘al vrij snel duidelijk dat de antwoorden niet in het denken – zoals ik dat kende, te vinden zouden zijn’.

‘Ik ben gaan twijfelen over het bestaan van een zelf. Of anders gezegd, een begrensd zelf dat losstaat van al het andere dat leeft.’
(Uit: Boomtijd)

bor roept Beitske in een taal die zij nog niet begrijpt maar wel voelt. Onverwachts verschijnt bor in haar verhaal. En als bor de wereld in jou als lezer, net als bij Beitske, lijkt te doen kantelen, voel je jezelf misschien ook even verdwaald of dwalend, en vraag je je eveneens af of jouw werkelijke thuis ook daar is.

‘De verschijning van bor naast mij was zo puur, zo echt. Er welde een groots gevoel in mij op, iets dat mij ten diepste raakte. Het kon ook niet zo zijn dat ik dit verzon, het was ook mijn verbeelding niet, dit gebeurde in dit moment.’
(Uit: Boomtijd)

Wat er met Beitske gebeurt, wil je meebeleven in de ruimte waar het leven zich werkelijk lijkt af te spelen. In haar dwalen in boomtijd is ‘geen andere plek op aarde waar ik liever wilde zijn’.

‘Zolang de mensheid verhalen schrijft, komen er bomen in voor. De boom van goed en kwaad, de boom van leven, de boom met geheime deuren, de boom waaronder recht gesproken wordt. Wie sprak er eerder? De boom of de mens?’
(Uit: Boomtijd)


Beitske Bouwman

Boomtijd | Beitske Bouwman | Uitgeverij Noordboek |  8 april 2025 | 96 blz. | hardcover | € 19,90 | ‘Beitske Bouwman schreef onder meer vier romans, is PhD-onderzoeker aan Wageningen University & Research en oprichter van de Anaya Academy, waarin de relatie tussen mens en natuur centraal staat. Boomtijd is haar eerste autofictieve werk.’
NatuurCollege: ‘Het verhaal dat beklijft en dat iedereen die van natuur houdt of graag in het bos wandelt, gelezen zou moeten hebben’, verscheen in samenwerking met NatuurCollege, een ideële stichting die onderwijs en wetenschap ontwikkelt voor het versterken van de relatie tussen mens en natuur in onze huidige tijd.’

Foto’s Eik: Ergens op de Heuvelrug (PD, mei 2025)

Vreugdevol, wijs en actief leven met ZEN

Boekrecensie: Zen of het konijn in ons brein – Bij beginnende meditatiebeoefenaars is het beeld van een lege geest het hardnekkigste misverstand. Veel mensen komen bij een zencentrum met de vraag hoe ze hun geest leeg moeten krijgen. Zenmonnik Tom Shoden Hannes, auteur van Zen of het konijn in ons brein, antwoordt dan dat ‘hun geest allang leeg is – en alle gedachten waarvan ze zo veel last van hebben ook. Maar dat het een heel ander ‘leeg’ is dan ze zich inbeelden’.

‘…Het verschil tussen leven als slaafjes van een bazig konijn in ons hoofd,
en leven als de volle mens die we op elk moment wijs en actief leven…’
(Tom Shoden Hannes)

De radicale eenvoud van zenmeditatie
I
n Zen of het konijn in ons brein vertelt de gepokt en gemazelde boeddhist dat je, zonder ‘ascetische hardheid, geheime kennis of magische krachten, zen het vermogen geeft om te leven, de flexibiliteit om voortdurend heen en weer te gaan tussen de radicale eenvoud van zenmeditatie en ons hectische maatschappelijke leven’.

 Het maatschappelijk beeld van zen
Het is niet het hoofdthema van dit boek, maar waar mogelijk zal ik suggesties geven over het verband tussen onze verwachtingen en mentale filters en het maatschappelijke beeld van de zen: zen als trip, zen als energizer, zen als tranquillizer, zen als dieet, zen als opwekker van magische krachten, zen als concentratie-en-efficiëntiemachine… Grofweg de zen van de reclame. Zen als de spreekbuis van wat we denken tekort te komen.’
(Tom Shoden Hannes)

De traditionele zenpedagogie klinkt, zegt Hannes, meer als: ‘Dus je wilt leren zwemmen? Kijk, dit is een zwembad en hopla, ik duw je erin. Ik kom straks wel kijken of er nog vragen zijn.’ Een beetje overdreven, zegt hij erbij, maar ‘zo voelt het in het begin toch vaak aan’.


Tom Shoden Hannes

Onze grotere hersenen maken ons tot mensen.
I
n Zen of het konijn in ons brein staat een karikatuur, een konijn, voor het deel van de hersenen dat we gemeen hebben met de andere diersoorten. De mens werd, nog maar enkele miljoenen jaren geleden, spectaculair snel getrakteerd op een ‘immense massa extra hersenen‘ dat zich over dat oudere centrum heeft gelegd: onze tragere grotere ‘denkhersenen’. Maar… aan het stuur van die formidabele denktank zit een konijn…

Geen boek over neurologie
Wat is neurologisch gesproken nu het probleem? Dit is geen boek over neurologie, dus ik presenteer noodgedwongen een karikatuur. (…) Het verkeer van de kleine naar de grote hersenen verloopt prima, maar andersom wil niet zo goed lukken. Levensbehoud krijgt voorrang op filosofie, zeg maar, en doe daar maar eens moeilijk over.’

(Tom Shoden Hannes)

Basisoorzaken van al ons overbodig lijden
Het lijkt wel, vervolgt de auteur, alsof het konijn zegt: ‘Kijk, ik ben ouder, ik was hier eerst, ik heb al miljarden jaren voor je gewerkt en onze nieuweling hier, die er nog maar een paar miljoen jaar bij is, die heeft naar mij te luisteren’.

We zullen kennismaken met ons “innerlijke konijnen de manier waarop dat beestje zich vertaalt in wat het klassieke boeddhisme “de drie vergiften” noemt. Dat zijn de reacties waarmee we de wereld doorgaans te lijf gaan en die onszelf en de wereld vaak zuur opbreken. Het zijn de drie basisoorzaken van al ons overbodig lijden‘.
(Uit: Zen of het konijn in ons brein)

Konijnenbrein chaotisch geordend
Zen of het konijn in ons brein is verrassend toegankelijk, en bezield geschreven. Over ons innerlijke konijn dat bliksemsnel reageert. En dat toch ook zijn voordelen heeft. ‘Zo snel dat we soms reageren voor we er ons nog maar bewust van zijn. Ons oog knijpt dicht vóór we het woord “vliegje” kunnen denken’.

Dat komt omdat de cellen van het konijnenbrein chaotisch geordend zijn en zelfs min of meer met elkaar versmolten, zodat de communicatie tussen de cellen veel en veel sneller verlopen dan het verbale denken van onze tragere grote denkhersenen.’
(Tom Shoden Hannes)

Verfrissend tegendeel van de koan
Met dit chaotische konijnenbrein zijn we aangeland bij het aantrekkelijke van dit boek waarin dat – bij vlagen hilarisch verwoordde – konijn de hoofdrol speelt in het inzichtelijk maken van zen. De auteur speelt in zijn taalgebruik zo beeldend met dat dier, waardoor zen echt gaat leven.

Leren geloven in onszelf
Het boeddhisme bestuderen kan door ‘beginnende boeddhisten’ soms als één grote koan worden ervaren en kunnen niets met ogenschijnlijk absurde koans als: ‘Wat is het geluid van één klappende hand?’. Dit boek is het verfrissende tegendeel van een koan. Het biedt de essentie van het boeddhisme en biedt praktische toepassingen. Optimaal zen.

We moeten leren geloven in onszelf. Dat is het mooiste cadeau dat de zen voor ons in petto heeft: we kunnen een hersteld vertrouwen vinden in ons volledige kunnen. We kunnen “ons ware gezicht” weer leren zien en dat is een heuglijke zaak! De zen leert ons weer werkelijk te zien en te zijn wie we zijn. We kunnen volop gebruik maken van de realiteit zoals ze is en gelukkiger en vrijer worden.’
(Uit: Zen of het konijn in ons brein)

Geen zelfhulpboek
Niet gek dat dit boek binnenkort uitkomt met een achtste druk. Het wordt sinds 2009 (her)ontdekt. Dit is absoluut geen zelfhulpboek, maar een absolute aanrader: al meedenkend met de auteur en het konijn wandel je zelfstandig mee op een prachtig pad. Meer en meer op weg op eigen kracht.

‘Als je geest rustig de weg volgt,
kan niets ter wereld je nog kwetsen.
En als iets niet langer kwetsend is,
verandert het van aanzicht’.

(Een van de allereerste zenteksten, de Shinjinmei van meester Sosan, in: Zen of het konijn in ons brein)

Zen of het konijn in ons brein | Tom Hannes | Tekeningen: Tom Hannes | Witsand Uitgevers bvba | 256 pagina’s | Hardcover | 2009 | 8e druk, volledig herwerkt, zojuist verschenen | ‘Het blijft me verrassen dat mensen mij haast wekelijks blijven aanspreken over hoe de lectuur van Zen of het konijn in ons brein hen in de loop der jaren heeft uitgedaagd. Het leven gaat met horten en stoten, maar het konijn blijft mensen inspireren, en dat doet mij veel plezier.’ (Tom Shoden Hannes)

Beeld: Foto (PD) van een van de tekeningen door Tom Hannes in Zen of het konijn in het brein
Foto Tom Shoden Hannes: (KRO-NCRV)

‘Wie de mensen leert te sterven, leert ze te leven’

Religie kan in de laatste fase van ons leven troost bieden. Zelfs degenen die niets hebben met religie hopen dat er ‘toch iets is’. Bij gelovige mensen kan troost echter veranderen in twijfel: ‘Misschien is er toch niets na de dood.’ Mensen hebben soms ‘geloof’ in de medische wetenschap. Hooguit biedt dat voor korte of langere tijd troost, en hoop. – Waarom zou je je eigenlijk alleen richten op die laatste fase van je leven? “Wie zijn heden verprutst, is de slaaf van zijn toekomst,” zegt filosoof en meesterschrijver Seneca.

‘Voor niets krijgen we zo veel voorbereidingstijd als voor de dood.
Is het dan niet vreemd dat vrijwel niemand erop voorbereid is?’

(Pedagoog Ferdinand Hellers)

‘We weten niets van de dood’
V
olgens de Vlaamse filosofe Patricia de Martelaere (1957-2009) zetelt de doodsangst in het lichaam. Daarnaast bezit de mens de geest en die beschikt over een ‘wonderlijke kracht’, namelijk het vermogen om los te laten. Een levenslang oefenproces.

‘Een voorbeeld van deze oefening in loslaten is het kritisch onderzoeken van onze vooroordelen over de dood. We zijn vaak geneigd om de dood als iets verschrikkelijks te zien, terwijl we er eigenlijk niets van weten. Wie afstand van dit vooroordeel doet, kan geruster sterven.’
(Simone Bassie en Michel Dijkstra, in Filosofie Magazine)

‘Hun hele leven staat stil’
D
e Vlaamse psycholoog Manu Keirse (78), hoogleraar verliesverwerking aan de Katholieke universiteit Leuven, zegt dat iedereen doodgaat en we het onszelf alleen maar moeilijker maken door ons daar niet bewust van te zijn.

‘Je ziet het ook bij mensen die hun hele leven als een wagon vasthangen aan de locomotief die hun partner is. Als die locomotief plots stopt met rijden, staat hun hele leven stil.’
(Manu Keirse)

Besef
I
n de hedendaagse literatuur kom je meer en meer verhalen, romans en essays tegen over leven en dood. Schrijver en kunstenaar Jan Cremer (84) zei onlangs:

‘Je komt alleen, je leeft alleen en gaat alleen. Als je dat beseft, kun je alles aan in het leven.’
(Jan Cremer)


‘De kunst van het sterven’

The Meaning of Life
C
remer heeft zíjn manier gevonden om goed om te gaan met leven en dood. Het gaat inderdaad om besef; het leven leren begrijpen om beter voorbereid te zijn op de dood. Filosoof Terry Eagleton (81), schrijver van The Meaning of Life, zegt dat als je ouder wordt, en veel meemaakt, je verandert. Hij krijgt daardoor juist meer gevoel voor het geloof waarin hij ruimte vindt voor verdriet en kwetsbaarheid, en voor de dood. Hij probeert te leven met de dood.

Dat wil niet zeggen dat ik niet bang ben. Dat ben ik wel. Maar je moet het op een akkoordje gooien met de dood, zoals je dat moet doen met alles wat onvermijdelijk is: of je raakt verbitterd en boos als je mensen om je heen ziet sterven, of je komt tot een relatie met de dood, een modus vivendi – dat is een centraal uitgangspunt in het christendom.’
(Terry Eagleton)

De kunst van het sterven
H
oogleraar filosofie Simon Critchley (64), van New School for Social Research in New York, schreef Over mijn lijk – Wat filosofen en hun dood ons leren. Volgens de auteur is het de hoogste tijd om ons opnieuw te verdiepen en te bekwamen in de kunst van het sterven.

De moderne mens probeert de dood uit alle macht te negeren, waardoor hij des te meer gebukt gaat onder doodsangst.’
(Simon Critchley)

Vrijheid
Critchley werd onder anderen geïnspireerd door filosoof en schrijver Michel de Montaigne (1533 – 1592): “Wie geleerd heeft te sterven, heeft afgeleerd slaaf te zijn.” Hij trekt daaruit de conclusie dat ‘je instellen op de dood niets minder is dan je instellen op vrijheid’.

‘Wie de mensen leert te sterven, leert ze te leven’
(Montaigne)


‘The Teaching of Buddhism’ (Hilma af Klint)

De laatste levensfase kan je vóór zijn
A
nderen ontdekken het vrije van de filosofie juist als welkom alternatief voor het rigide geloof waarvan ze zich hebben losgeworsteld. Filosoof Seneca (4 v. Chr. – 65 n. Chr.) bijvoorbeeld, biedt verrassende inzichten waarmee je je tijdens je leven al goed kunt voorbereiden op de laatste levensfase. Die fase kan je vóór zijn. Ruim vóór zijn. Hij schreef Levenskunst. Filosofische essays over leven en dood. Daarmee duidde hij er eeuwen geleden al op dat je niet moet wachten op je laatste levensfase. Over senioren zegt hij:

Als een aandoening ze weer bewust gemaakt heeft van hun sterfelijkheid, wat sterven ze dan in panische angst! (…) Ze zijn stom geweest, roepen ze, ze hebben niet geleefd, o, als ze deze ziekte overleven, dan gaan ze het echt rustig aan doen’.’
(Seneca)

Beter is het nú te leven
M
et Seneca kom je onvermijdelijk tot de conclusie dat het beter is nú te leven, en daar schrijft de filosoof bijna vrolijk, laconiek en troostend over. De filosoof bereidt je uitnodigend voor op je laatste levensfase en onze tijd niet te verspillen.

‘Het leven is lang genoeg. We krijgen royaal de ruimte om dingen af te maken, als we al die tijd maar goed besteden. Maar als het leven door onze vingers glipt in onze zucht naar luxe en door desinteresse, als we er niets goeds mee doen, zien wij de feiten pas onder ogen in uiterste nood: eerst beseften we niet hoe het voortging, daarna merken we dat het voorbij is’.’
(Seneca)

Anders omgaan met je doodsangst
Levenskunst 
staat vol met de kunst hoe te leven. Seneca’s vele ‘lessen’ kunnen je wijzer maken. Je leert anders om te gaan met je angst voor de dood, bij velen sluimerend aanwezig. Maar uiteindelijk kan je Seneca misschien ook nazeggen:


Lucius Annaeus Seneca – Peter Paul Rubens

‘En wanneer de laatste dag is aangebroken, aarzelt de wijze niet: met ferme tred loopt hij de dood tegemoet’
(Seneca)

Beeld: Altaarstuk nr. 1, deel van een drieluik, Hilma af Klint (1862 – 1944) – ‘Diegenen die de gave hebben dieper te zien, kunnen voorbij de vorm kijken en zich concentreren op het wonderlijke aspect dat schuilgaat achter elke vorm, leven genaamd.’ (Hilma af Klint)
Beeld de kunst van het sterven: Typex, de Volkskrant
Beeld The Teaching of Buddhism, Hilma af Klint, No. 3d, 1920, oil on canvas, 37.5 x 28 cm, 14.76 x 11.02 in., © Stiftelsen Hilma af Klints Verk.
Beeld Afraid of the dark of of the light? Facebook
Beeld Seneca: The Dying Seneca, Peter Paul Rubens (1577 – 1640), Wiki.