‘Religie en zingeving in de toekomst’, met Birgit Meyer

Antropoloog en religiewetenschapper prof. Birgit Meyer geeft graag antwoord op de vele vragen van ‘De Futuristen’ (wetenschappers en theatermakers) en het publiek over ‘Religie en zingeving in de toekomst’. De bijeenkomst van Studium Generale was afgelopen woensdagavond in Tivoli Vredenburg, in samenwerking met het Nieuw Utrechts Toneel & Decartes Centre van de Universiteit Utrecht. Onverwacht blijkt een van de andere sprekers God zelf.

De toekomst kent vele richtingen
N
atuurlijk komt het rapport van het SCP ter sprake dat minder toekomst ziet voor religiositeit en spiritualiteit. Meyer vertelt dat religie meer is dan alleen geloof, het is vooral wat mensen doen, zoals rituele bijeenkomsten, gebeden, de kerk. En er is niet één toekomst, de toekomst is pluriform. En kunst kan daaraan ook goed vorm geven: menselijke impressie leidt tot expressie.

De toekomst kent vele richtingen en dat komt onder meer door christenen uit bijvoorbeeld Afrika en moslims die hier zijn komen wonen. Zij willen ook weer een plek vinden om het religieuze vorm te geven. Je krijgt zo een diversiteit aan opvattingen. De toekomst gaat vele richtingen uit, ook de seculiere. Dat geeft de mogelijkheid tot experimenteren, tot nieuwe rituelen.


Birgit Meyer

Max Weber en Émile Durkheim
H
et gaat ook over de onttoverde wereld, waarover socioloog Max Weber in het begin van de vorige eeuw sprak. God zou plaatsmaken voor geloof in ratio en technologie. Maar ook over socioloog Émile Durkheim, die er juist vanuit ging dat religie niet kan verdwijnen: ze kan alleen veranderen. Een belangrijke verworvenheid van religie vond hij dat het de sociale cohesie bevordert. Mensen zoeken naar verbondenheid.

Verbondenheid
E
n dat blijkt ook vanavond, gehoord de vragen uit het publiek en van ‘De Futuristen’. Mensen zijn vooral op zoek naar verbondenheid en als dat niet meer via religie kan, dan geeft het secularisme daar misschien wel vorm aan. Mensen lopen niet meer mee met kerkelijke processies, maar voelen wel verbinding met elkaar door The Passion. Mensen willen meevoelen, geraakt worden door iets ‘diepers’. Eigen verdriet kan zo ook een plaats krijgen. Een seculiere sacrale processie. Samenzijn. Het geeft houvast. Het is op een nieuwe manier betekenis geven.

Het heilige
M
ensen zijn op zoek naar nieuwe vormen, op zoek naar iets dat ze in de kerk niet meer vinden. Ze zoeken morele richtlijnen. Maar ook hoop, samen met de vraag: ‘Waar gaan we naartoe?’ Meyer vertelt over Aboriginals die gezamenlijk de totem aanbidden. Dat is niet bepaald een vorm van geïnstitutionaliseerde religie, maar het heeft wel iets sacraals.

In de toekomst, en nu al, zal religie andere vormen aannemen. Het idee van God blijft bestaan, maar dat zal dan meer ‘het hogere’ genoemd worden, of dat ‘er iets is’. Mensen blijven behoefte hebben aan rituelen, blijven op zoek naar betekenis en verbinding, en vinden daar andere, sacrale vormen voor. Het heilige wordt bijvoorbeeld gevonden in je inzetten voor de mensenrechten.


God zelf kwam ook spreken

‘Godverspannen’
G
od zelf komt ook nog even langs, maar heeft een onprettig bericht: ‘Ik heb ontslag genomen’. Zij zegt ‘godverspannen’ te zijn. Niet goed wordt ze van onze offers van lammetjes, van de geur van kaarsen en wierook. Waarom word ik, God, steeds bedankt? Voor pandemieën, natuurrampen en oorlogen? ‘Jullie denken dat ik onschuldig ben. Ik geef mijn taak als Allerhoogste op. Wat moeten jullie ook met een God van geboden en verboden, gerepresenteerd door oude mannetjes. Of ik er ben is van geen belang.’

Bezoek uit de toekomst
Plotseling treedt er duisternis in, maar gelukkig ontwaart de zaal een schim met een lichtje op zijn voorhoofd. De figuur zegt uit de toekomst te komen, dat treft. Misschien is het een antropoloog, als een soort Indiana Jonesfiguur. Hij onderzoekt ‘onze resten’ en komt tot de conclusie dat er hier een soort sacrale bijeenkomst is geweest, lang geleden. Misschien wel een mis, in ieder geval iets heiligs. Hij ontwaart een stekkerdoos, dat moet iets geweest zijn dat verbinding kon maken met de hemel! Ook ziet hij een soort drinkgelegenheid, met fusten. Drank zou mensen vast in trance hebben gebracht waardoor ze zich wellicht dichter bij de hemel gevoeld hebben.

Sacraal samenzijn
D
e druk bezochte bijeenkomst wordt afgewisseld met muziek, liedjes en poëzie. Op de achtergrond verschijnt langzaam een toepasselijke aquarel, live geschilderd en geprojecteerd. Dat leidt aan het einde van de bijeenkomst tot een fraaie prent. Het Nieuw Utrechts Toneel en het Descartes Centre zijn bezield en inspirerend bezig.

Het goede gevoel van het samenzijn hangt na afloop nog lang in de lucht: alsof er een sacrale bijeenkomst geweest is, waar mensen, verbonden met elkaar, samen op zoek waren naar verdieping en verbinding. Het seculiere en religieuze kan verbinden, kan en mag er samen zijn. Deze avond ontsluierde een prettige en inspirerende blik in de toekomst.

Verslag & foto’s: Paul Delfgaauw
Bekijk hier de bijeenkomst: Over religie en zingeving in de toekomst (YouTube)

Alles en iedereen is elementair met elkaar verbonden

De kleine elementaire deeltjes waaruit het leven bestaat – het hele leven blijkt opgebouwd uit 16 elementaire deeltjes – zijn alleen maar zichtbaar als ze een relatie aangaan met elkaar. – Deze kennis liet journalist Roek Lips tot zich doordringen en besefte dat dit heel fundamenteel is. Het leidde bij hem tot een heel ander verantwoordelijkheidsgevoel, ook ten opzichte van de natuur. Dit inzicht ontstond in gesprek met natuurkundige en hoogleraar Theoretische Sterrenkunde Vincent Icke.

Ik liet dat [die 16 elementaire deeltjes] tot mij doordringen en besefte dat dit heel fundamenteel is. Hier wordt een natuurkundig bewijs gegeven voor het feit dat alles in relatie staat tot elkaar terwijl wij ons dit niet altijd realiseren. In andere woorden: wij ‘zijn’ in relatie met en tot elkaar, zonder relatie zijn wij niets. Alles is wezenlijk met elkaar verbonden.’ 

Lips houdt zich onder meer bezig met de vraag met welke inzichten we tot een volhoudbare toekomst kunnen komen. Genoemd inzicht bracht hem dus tot een heel ander verantwoordelijkheidsgevoel:

‘Als ik niet goed voor mijn omgeving zorg, dan gaat het ook niet goed met mij.’

Die omgeving verkeert meer en meer in crisis. Voor Lips zijn de crises waar we mee te maken hebben, en dus ook de klimaatcrisis, vanuit zijn perspectief onlosmakelijk verbonden met een zingevingscrisis.

Als mensheid denk ik dat onze vragen, de grote vragen van deze tijd, terug te leiden zijn naar zingeving en spiritualiteit. We hebben die vragen zo naar de achtergrond geduwd de afgelopen jaren dat wij een hele harde en koude wereld hebben gemaakt met z’n allen.’

De journalist stelt dat als we deze spirituele diepte niet voeden wij in de war raken door het gebrek aan geestelijke handvatten: dan ontstaat er een crisis.

Het zijn beladen woorden, zingevingscrisis en spiritualiteitscrisis, maar ik ben niet zo terughoudend meer om ze toch te gebruiken. Hoop is datgene dat we nodig hebben om weer uit deze crisis te komen.’

Er zijn twee vormen zijn van hoop, stelt Lips: valse hoop en actieve hoop. ‘De valse hoop is de hoop van predikers die roepen dat het allemaal wel goed komt. De techniek zal alles wel oplossen. De hoop van het ‘in slaap sussen’. De houding van ‘niets doen en uiteindelijk komt het goed.’ 

Ik geloof meer in actieve hoop. De hoop die aangewakkerd wordt door de realiteit echt met beide ogen aan te kijken. Door mijn gezicht niet af te wenden van problemen, confronterende feiten en een realiteit die niet altijd plezierig is. Laat de pijn die daarmee gepaard gaat binnen.’

Dan pas wordt er volgens Lips iets in gang gezet wat tot handelen met inzicht, wijsheid en bewustzijn zal leiden. Actieve hoop is voor hem de hoop die ons de moed geeft om te zeggen:

Ik ga het anders doen, ik doe er zo niet langer aan mee!’ ‘Actieve hoop is realistische hoop,’ voegt Roek toe. Hij gelooft dat we geen makkelijke tijden tegemoet gaan, vooral wat betreft het klimaat en ons ecosysteem. ‘Maar wat ons te wachten staat is belangrijk om de urgentie op te wekken die nodig is om eindelijk in beweging te komen voor een verbinding tussen nieuw leiderschap, spiritualiteit en duurzaamheid.’

Eenvoudige en simplistische oplossingen zijn volgens Roek Lips – van het project ‘Nieuwe leiders’ (zie dagblad Trouw) en auteur van Wie kies je om te zijn? (interviews met nieuwe leiders) – niet meer mogelijk.

We hebben moedige leiders nodig die willen begrijpen wat de achterliggende oorzaken van de huidige problemen zijn en die beseffen dat simplistische oplossingen niet meer mogelijk zijn. Nieuwe vormen van leiderschap en aandacht voor zingeving zijn fundamenteel in het streven naar een duurzame toekomst.’

Zie: ‘De crisis van deze tijd is ten diepste een spirituele crisis’ (Samira I. Ibrahim, Wietske Merison, Nieuw Wij, 26 januari 2022)

Beeld
1: Gerd Altmann (Pixabay)

Beeld 2: ‘Elementaire deeltjes zijn de ultieme bouwstenen van de materie. Hun eigenschappen en interacties worden beschreven met behulp van de theorie van quantumvelden. Elementaire deeltjes spelen alle een eigen rol in ons heelal, op kosmologische schaal dan wel in de kleine wereld van atomen en kernen.’ (Universiteit Leiden)

Het verlangen ons (niet) te bevrijden van religie

De Nederlandse worsteling met religie springt in het oog wanneer je grasduint in het recente nieuws, de opinies en de (journalistieke) duidingen van zaken die onze samen­leving bezighouden. ‘Paradoxaal genoeg blijkt juist de drang om ons te bevrijden van religie ons verlangen ernaar te bevestigen’. – Journalist en schrijver Jasper van den Bovenkamp en godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes stellen bij Reporters Online dat we – anders dan statistici beweren en ondanks onszelf – hartstikke religieus zijn.

Dan moet je wel voorbij het clichédebat over God en zijn gevolg willen kijken, zeggen zij. De suggestie dat er in Nederland nauwelijks nog aan religie wordt gedaan – zoals het CBS stelt – heeft enige relativering nodig.

Menig godsdienstwetenschapper wees er al op dat dat te kort door de bocht is. Religie is niet identiek aan godsgeloof. Religiositeit speelt zich de laatste jaren steeds vaker in minder vaste vormen ook buiten de heilige gebouwen af.’

Kerkelijke hoogtijdagen worden ingeruild voor vieringen van ‘levensgebeurtenissen omdat we door het jaar heen tóch behoefte hebben aan betekenisvolle en gemeenschappelijk beleefde markeringsmomenten’. Theoloog Stefan Paas ziet nog meer ‘levensgebeurtenissen’ en twittert:

Er ontstaat langzaamaan een seculiere feestkalender, die te herkennen is aan telkens terugkerende discussies het jaar door: rondom vuurwerk, paaseieren, de uitgelekte miljoenennota en Zwarte Piet.’

In de huidige maatschappelijke discussies over genderongelijkheid, dierenrechten, racisme, klimaat en de macht van witte heteroseksuele cis-mannen onderscheiden degenen die daarin het hoogste woord voeren, zich nauwelijks van de godsdienstige fundamentalist in fanatisme en vasthoudendheid, eindeloos gedrein, bekeringsdrang en een totale ongevoeligheid voor nuance. Bekeringsijver en de neiging tot moraliseren liggen daarbij als een relict op onze postchristelijke schouders.

Van schuld – ‘dat oer-religieuze mechanisme waarmee mensen enigszins van hogerhand in bedwang werden gehouden’ – lijken we nog lang niet verlost, merkt Wilfred M. McClay ironisch op in het Amerikaanse academische tijdschrift The Hedge­hog Review.

Eens leefden we in de veronderstelling dat met Gods dood de schuldvraag automatisch zou verdwijnen en in principe zou alles dan zijn toegestaan. Maar het tegendeel is gebleken. McClay constateert dat we schuldiger zijn dan ooit tevoren. Vanwege onze ecologische voetafdruk, het slavernijverleden, discriminatie en genderongelijkheid, om maar iets te noemen.’

Het grote probleem, aldus Van den Bovenkamp en Smedes, is echter dat we met onze schuld nergens meer naartoe kunnen.

Kon God voorheen nog wel dienen als afvoerputje van onze morele tekortkomingen, nu we hem morsdood hebben verklaard, kijken we schuldig in de spiegel waarin we alleen onszelf zien staan. Die schuld kan verstikkend werken. Een passende formule voor vergeving, zoals de kerk die ooit bood, ontbreekt.’

En als we van die zonde verlost willen worden, zullen we dat zelf moeten doen. We zullen zelf ons paradijs moeten creëren, om het in de woorden van de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter te zeggen. Zijn analyse in een notendop:

Ons leven op aarde is het paradijs. We moeten het hier leuk hebben, het leven is een feestje, een evenement, een festival, we moeten er alles uithalen. De Wachter ziet in zijn eigen praktijk steeds meer patiënten die daardoor depressieve klachten hebben ontwikkeld. We vinden er eigenlijk geen bal aan, aan ons zelfbedachte aardse paradijs. Om het een beetje vol te kunnen houden, gaan we massaal aan de antidepressiva.’

Het gevoel van schuld speelt een rol, namelijk de schuld jegens man, vrouw en gezin door het niet kunnen vinden van een balans tussen privé en werk. Met uiteindelijk vaak een burn-out tot gevolg. De oplossing zoeken we in consumeren. ‘Het is het gevoel van leegte dat ons doet consumeren.’ Maar uiteindelijk openbaart zich daarin juist des te schrijnender de leegte van ons bestaan.
Eveneens komt het verlangen naar het paradijs op aarde ook tot uiting in de extreme hang naar zuiverheid.

Ons voedsel moet vandaag vooral echt en puur zijn, vegetarisme wordt ingeruild voor het extremere veganisme, het handelen van bedrijven en over­heden moet transparant zijn en ons hele persoonlijke voorkomen liefst zo authentiek mogelijk.’

René ten Bos – destijds ‘Denker des Vaderlands’ – beschouwt in Trouw deze hang naar zuiverheid als een religieuze trek:

Natuurlijke zuiverheid is zo’n belangrijk gevoel geworden, het lijkt bijna een vervanging te zijn voor het geloof in God. Die vergoddelijking van de zuiverheid verklaart ook waarom de huidige discussie niet alleen speelt in religieuze, maar zeker ook in seculiere kringen: niet de wil van God is hier doorslaggevend, maar onze hang naar zuiverheid. Dat geeft weer aan dat de scheiding tussen een religieus en een atheïs­tisch wereldbeeld minder groot is dan we meestal veronderstellen.’

De religieuze ontwikkelingen die we tot dusver beschreven, zeggen Van den Bovenkamp en Smedes, hebben een hoog gehalte aan constructie: het is de mens die ze probeert te maken, te realiseren, precies om de controle en het overzicht te kunnen bewaren.

Maar aangezien menselijke constructen feilbaar zijn, stellen alle traditionele religies dan ook dat ze illusies zijn – en misschien staan die religies ons moderne mensen daarom ook zo tegen, omdat ze ons confronteren met ‘een waarheid’ die we liever niet onder ogen zien.’

Zie het uitgebreide artikel: We denken dat we steeds minder religieus zijn, maar – spoiler alert – dat is helemaal niet zo (Reporters Online, 2 december 2021) of via Blendle

Beeld: Daria Nepriakhina (Pixabay)

Iets wat ons begrip te boven gaat

Filosoof René van Woudenberg maakt altijd onderscheid tussen het weten dat er iets is, en het weten wat de precieze aard ervan is. ‘Wij geloven bijvoorbeeld dat er gedachten bestaan. Ik denk dingen, jij denkt dingen, ik denk dat jij bepaalde dingen denkt. Dus, wij zijn het erover eens, er zijn gedachten.’ Van Woudenberg filosofeert hierover verder in een interview in De Nieuwe Koers van afgelopen september. Hij ­gelooft dat de mens de kroon van de ­schepping is, maar tevens ook het meest verschrikkelijke roofdier.

René van Woudenberg
is ook hoogleraar kentheorie en ontologie en denkt door over gedachten. Als je hem vraagt wat dat nou precies zijn, zegt hij of we dan gaan praten over hersenstroompjes. Hersenprocessen? Er vindt van alles plaats in onze breinen, maar hebben we daarmee begrepen wat een gedachte is?

Nee, het zijn mysterieuze dingen, maar dat betekent niet dat we eraan hoeven twijfelen of ze bestaan. Zo aanvaard ik fundamentele dogma’s zoals de menswording en de verzoening als reëel, ook al begrijp ik lang niet hoe dat precies kan, dat God mens wordt, en hoe dat precies werkt dat door het sterven van Christus verzoening plaats heeft gevonden. Ik ken hier verschillende theorieën over, sommige erg goede zelfs, maar er blijft iets in wat het begrijpen te boven gaat.’

Het verwondert Van Woudenberg hoe de wetenschap laat zien hoe onbegrijpelijk alles is.

Er is inmiddels bijvoorbeeld een hele dierentuin aan elementaire deeltjes gedefinieerd, waarvan sommige wetenschappers zich afvragen: hebben we het hier eigenlijk nog wel over fysisch materiaal? Intuïtief zeg je: dit is geen materie meer. Het is iets anders; roterende ladingen of zo. Als ik onderzoek hierover lees, denk ik: wordt het nu begrijpelijker? Of mysterieuzer?’

De filosoof vindt dat mensen bezig zijn de planeet naar de ondergang te helpen. Dat stemt hem somber, maar tegelijkertijd gelooft hij ook dat ieder mens goddelijke schepping is, beelddrager van Hem en iemand met wie Hij het gesprek begonnen is. Daar zit voor hem de grootste spanning.

Mijn geloof dat er een hoopvolle toekomst is, staat tegenover mijn totale scepsis over het weten hoe dat gerealiseerd gaat worden.’

Interviewer Felix de Fijter vindt de gedachte van Van Woudenberg dat de mens een roofdier is, iets om moedeloos van te worden. Maar dan noemt Van Woudenberg toch de hoop, uitgedrukt in ons klagen. De Bijbel verwoordt voor hem die weeklacht. Een heel boek gaat in de Bijbel over klagen. Maar een wezenlijke, authentieke klacht noemt hij de erkenning van een waarde. Hij verwijst naar de Klaagliederen.

We moeten geen zeurpieten worden, maar een echte klacht, ik denk dat dat voor onze zielen iets heel goeds is. Want in die klacht wordt ook hoop uitgedrukt; hoop die voorbij al onze scepsis reikt.’

Volgens Van Woudenberg appelleert het christelijk geloof aan verlangen en hoop. Zou dat alles zijn? Iets van concrete actie, mag dat ook? Want met klagen, verlangen en hopen alleen bereik je niets. In het interview verwijst de hoogleraar naar Augustinus die zei dat ‘een verlangen dat mensen in beweging krijgt misschien wel van God komt’. Die beweging moet blijkbaar met God beginnen. Volgens Van Woudenberg is ‘God met ieder mens het gesprek al begonnen; ook al kun je dat zelf niet aanwijzen’. 
Hopelijk zijn het geen vrijblijvende gesprekken.

Zie: ‘Ineens kreeg ik de grote diepte onder mijn voeten in de gaten’ (De Nieuwe Koers) – of via Blendle.

Beeld: Alfons Schuler (Pixabay)