Parels van de westerse esoterie

WesterseEsoterie2

Vier cursusavonden vanaf woensdag 16 september 2020 over De verlossing van Faust; over De Grote Ingewijden; over Het Oude Egypte, bakermat van het Jonge Christendom, en over het Evangelie van Thomas, brontekst van de gnosis. Tjeu van den Berk, Bram Moerland, Jacob Slavenburg en Hein van Dongen. Vier grote kenners van de westerse esoterie in één cursus bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht. 

De verlossing van Faust
Volgens musicus en filosoof Hein van Dongen houdt, net als andere grote literaire werken, het drama Faust ons een spiegel voor – maar ook een weg naar bevrijding uit onze situatie. Over het belang van de archetypische figuur Faust schreef Jung ooit: ‘Niet Goethe schiep Faust, maar Faust schiep Goethe’. En misschien moeten we nog verder gaan: de chronisch onvoldane heer Faust schiep ook de moderne westerse mens.

De volksverhalen van de alchemist Faust, die zijn ziel aan de Duivel verkoopt, zijn waarschijnlijk in de late middeleeuwen ontstaan. Goethe (1749-1832) verwerkte deze verhalen tot een klassiek drama. Hij heeft het grootste deel van zijn leven, met al zijn inzichten in de menselijke psyche, aan het boek gewerkt. 

De Grote Ingewijden
Cultuurhistoricus Jacob Slavenburg legt het accent van het tweede college op de evolutie van de mensheid, waarbij inwijdingen altijd een belangrijke rol hebben gespeeld: er loopt een gouden draad door de mensheidsgeschiedenis van inwijdingen. Vroeger gingen deze gepaard met veel (geheime) rituelen. In deze tijd, waarin de mensheid een grote bewustzijnssprong meemaakt heeft de inwijding een heel ander karakter. Wat kan de mens vandaag doen om tot bewustzijn te komen? Is het daarvoor nodig dat je wordt ingewijd?

De titel van het college is ontleend aan een boek van Edouard Schuré, Les grands initiés (De Grote Ingewijden) uit 1889. Het behelst de biografieën van Hermes, Jezus Christus, Krishna, Mozes, Orpheus, Pythagoras, Plato en Rama. In zijn boek behandelt Schuré onder meer onderwerpen als de mysterieuze dageraad van het prehistorische Europa.

Het Oude Egypte, bakermat van het Jonge Christendom
In dit college gaat theoloog Tjeu van den Berk terug naar de bronnen van de Nijl. De mythe van Christus blijkt een geschenk van de Nijl. Niet in het orthodoxe Jeruzalem, het klassieke Athene of het wettische Rome maar in de smeltkroes van het hermetische Alexandrië ontstonden de grote mythen van het jonge christendom. Daar ontleenden een groep niet-orthodoxe joden, zij het meestal onbewust, hun identiteit aan een drie duizend jaar oude Egyptische religie.

Hebben we ons niet eens afgevraagd waar die typisch onjoodse thema’s vandaan komen in het christendom: een drie-ene godheid, een vader die een zoon voortbrengt, een kind dat uit een maagd geboren wordt, een god die mens is, sterft, afdaalt in de onderwereld en na drie dagen verrijst? Al deze archetypische symbolen kwamen niet uit het beeldloze Judea maar uit het beeldrijke Oude Egypte. De evangelist zei het al: ‘Uit Egypte heb ik mijn Zoon geroepen.’

Evangelie van Thomas, brontekst van de gnosis
Filosoof Bram Moerland verzorgt het vierde college. Hij zegt dat het een opzienbarende vondst in 1945 was, die van een kruik vol gnostische teksten uit de eerste eeuwen. In één keer bijna vijftig tot dan onbekende manuscripten. We kennen ze nu als de Nag Hammadi-geschriften. En daaronder trok één tekst meteen de meeste aandacht, het Evangelie van Thomas. Vrijwel meteen ontstond daarover een felle strijd. Werd Thomas geschreven lang na de teksten uit het Nieuwe Testament, als een soort vervalsing? Of is het omgekeerd, en dateert Thomas van vóór de teksten in het Nieuwe Testament? Bevat Thomas misschien zelfs het oorspronkelijke boodschap van Jezus en is het Nieuwe Testament een latere verbastering daarvan?

Dat is de arena waarbinnen zich de strijd om de datering van het Thomas evangelie afspeelt. Het belang van die datering is groot. De rol die in Thomas aan Jezus wordt toegekend is namelijk heel anders dan die van het Nieuwe Testament. In Thomas wordt niet gesproken over de kruisdood van Jezus, terwijl de kruisdood van Jezus in het traditionele kerkelijke christendom de hoofdrol speelt. Het is onmiskenbaar duidelijk dat in Thomas een geheel andere visie op de betekenis van Jezus tevoorschijn komt. Wat is die andere visie op Jezus van het Thomas evangelie?

Informatie en inschrijven: Parels van westerse esoterie (16, 23, 30 september, 7 oktober 2020) 

Beeld:
Met de klok mee: Tjeu van den Berk, Bram Moerland, Jacob Slavenburg, Hein van Dongen (Compositie: PD, foto’s: AVG)

UPDATE: 08092020

Het Thomasevangelie, ketterij of inzicht?

Het Thomasevangelie, een gnostische tekst uit de begintijd van het christendom en in 1945 in Nag Hammadi (Egypte) teruggevonden, bestaat uit 114 logia (uitspraken) – ook wel leerstellingen of wijsheidsspreuken genoemd – van Jezus zelf. Dus niet over Jezus. Het zijn de geheime woorden die de levende Jezus sprak en die Didymus Judas Thomas, een van de twaalf apostelen van Jezus, opschreef. Jezus zegt hierin dat ‘wie het Al denkt te kennen, maar niet zichzelf, volkomen in gebreke blijft’: ook wel de kerntekst van het Thomasevangelie genoemd.

‘Intensief onderzoek leidde eind jaren vijftig van de vorige eeuw al naar de conclusie dat het Thomasevangelie afkomstig moest zijn uit een onafhankelijke, joods-christelijke traditie’

Hermes Trismegistos
F
rappant, daar je dit gedachtegoed al tegenkomt bij de (gnostische) geschriften van Hermes Trismegistos, een ‘hoogstwaarschijnlijk mythische gestalte uit het oude Egypte, min of meer gelijk gesteld met de Egyptische god Toth’, ook wel de vader van de gnosis genoemd. Van hem is de uitspraak: ‘Wie zichzelf kent, kent het Al’. (1)

Harvard Divinity School
V
olgens de in 2006 overleden prof. dr. Gilles Quispel, hoogleraar geschiedenis van het vroege christendom, is de oudste laag van het Thomasevangelie geschreven rond het jaar 40 in Jeruzalem. Een tweede laag zou ontstaan zijn rond het jaar 100 in Alexandrië. Rond het jaar 140 zouden, waarschijnlijk in Edessa (vroeger Turkije, nu Rusland), die twee lagen samengevoegd zijn in een eindredactie, ongeveer in de vorm zoals die teruggevonden is bij Nag Hammadi. Nieuwtestamenticus Riemer Roukema stelt echter dat het Thomasevangelie ‘ergens in de tweede eeuw’ is ontstaan. Quispel en veel Amerikaanse wetenschappers houden daarentegen de ontstaansdatum ervan op het midden van de eerste eeuw. (2)

In de Nag Hammadi geschriften I  (3) wordt verwezen naar Helmut Koester van de Harvard Divinity School (VS), die het Thomasevangelie als een onafhankelijke bron van Jezus-woorden ziet die nog ouder is dan Q, een bron, waaruit de schrijvers van de evangeliën volgens Mattheüs en Lucas beiden zouden hebben geput. Hij dateert het evangelie een kleine twintig jaar na de kruisiging van Jezus. (4)

Orale traditie oude wereld
V
an het Thomasevangelie, dat een van de vroege gnostische geschriften wordt genoemd, wordt dus gezegd dat het de werkelijke woorden van Jezus zouden zijn. Bijzonder omdat die woorden kort na de dood van Jezus op schrift moeten zijn gesteld. (5) Volgens cultuurhistoricus Jacob Slavenburg en neerlandicus Willem Glaudemans is het zeker dat er direct na de dood van Jezus al mondelinge ‘spreuken-verzamelingen’ circuleerden, iets dat geenszins ongewoon was in de rijke orale traditie van de oude wereld. Later zijn deze verzamelingen opgeschreven. (6)


Thomas en zijn evangelie

Concilie van Nicea
E
r ligt dus een link met de gnostiek, een vroegchristelijke stroming uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. En daarmee komen we direct op een strijdtoneel terecht, want al in de tweede eeuw werd de gnostiek fel bestreden en als ketterij veroordeeld. De geloofsbelijdenis die tijdens het Concilie van Nicea aanvaard werd, verwierp de gnostische leringen. Volgens de Tilburg School of Catholic Theology vormde het gnosticisme een van de omvangrijkste dwalingen waarmee het jonge christendom zich geconfronteerd zag. (7)

Ketters geschrift
R
oukema wijst een gnostische Jezus nadrukkelijk af. Hij stelt vraagtekens bij de gedachte dat in het Thomasevangelie de ware Jezus naar voren treedt. Ook heeft hij zijn twijfels of het Thomasevangelie ouder en daardoor origineler is dan de Bijbelse evangeliën. Volgens hem is dat niet te bewijzen. Wel vindt Roukema het historisch-wetenschappelijk interessant, maar houdt hij afstand van de oude gnostiek. Hij vindt de geheimzinnige gnostiek-Jezus onhistorisch. (8)

‘Rebellie tegen God’
C
hristen Martie Dieperink noemt gnostiek in diepste wezen rebellie tegen God, de Schepper van hemel en aarde. Volgens Dieperink bevatten niet de gnostische geschriften, maar de Bijbel zoals wij die kennen, de boodschap van het oorspronkelijke christendom. Zij schreef het boek Op zoek naar het oorspronkelijke christendom, Feit en fictie in De Da Vinci Code en de moderne gnostiek ‘om religieuze zoekers de waarheid te laten ontdekken, en om christenen te helpen inzicht te krijgen in de gnostische denkwereld en te wapenen tegen misleiding’. (9)

Waardevol geschrift
W
at is dan de waarde van het Thomasevangelie? Het zou immers ketterij zijn? We zouden kunnen zeggen dat in deze tijd de gnostiek nog steeds verketterd wordt door het christendom, de Kerk. Het streven naar kennis, in eerste instantie naar zelfkennis, zoals Jezus dat volgens het Thomasevangelie daadwerkelijk heeft gepredikt, zegt Slavenburg, vormde voor de kerk een bedreiging. ‘Het zette de mens aan tot het dragen van eigen verantwoordelijkheid en leidde uiteindelijk tot een hoge mate van individualisme en dus ook tot een zich onttrekken aan gezag en autoriteit van buitenaf’. (10)


Carol W. NicholsHarper Collins, San Francisco

Jezus, dé gnostische ingewijde
F
eit is dat het Thomasevangelie bestaat, en dat het enorm populair is. Volgens Jacob Slavenburg en John van Schaik (middeleeuwse mystiek en gnostiek) presenteert Jezus zich hierin als een gnostisch ingewijde, zelfs dé gnostische ingewijde. Het is wel opvallend dat gnosis het bekendst geworden is in het christendom. En dat progressieve wetenschappers het materiaal gebruiken om meer inzicht te krijgen in de geschiedenis van het vroege christendom.

Joods-christelijke traditie
E
en toenemend aantal nieuwtestamentici stemmen in met Quispel. Volgens journalist Cokky van Limpt is de overgrote meerderheid van onderzoekers die het Evangelie van Thomas serieus hebben bestudeerd er vast van overtuigd dat het een onafhankelijke traditie van woorden bevat, die Jezus eens sprak. Zij noemt gnosis de niet-verstandelijke, intuïtieve kennis omtrent mens, kosmos en het goddelijke, en niet gebonden aan één levensbeschouwing of religie. Wel leidde intensief onderzoek eind jaren vijftig al naar de conclusie dat het Thomasevangelie afkomstig moest zijn uit een onafhankelijke, joods-christelijke traditie. (11)

Rijke bron van inspiratie
W
ellicht komen we nooit achter het werkelijke verhaal over het Thomasevangelie. De waarheid over dit evangelie, ketterij of inzicht, ligt vermoedelijk ergens in het midden. We kunnen beter naar de bijzondere waarde ervan kijken, die volgens Slavenburg en Glaudemans ligt in het feit dat het een rijke bron van inspiratie is voor christelijke en niet-christelijke mensen. Zij zeggen dat juist het ontbreken van iedere vorm van theologie en de pure onopgesmuktheid de uitspraken tot juwelen maken. ‘Je bekijkt ze, je legt ze weg, je pakt ze weer op; en telkens zie je een andere, nog diepere betekenis, een schittering die je voorheen niet opviel’. (12)

(1) De Hermetische Schakel, Jacob Slavenburg, blz. 17, 121
(2) Westerse esoterie en oosterse wijsheid, Jacob Slavenburg, John van Schaik, blz. 185
(3) Nag Hammadi geschriften I, J. Slavenburg, W. G. Glaudemans, vijfde druk, 2000, blz. 129
(4) Q is een veronderstelde gemeenschappelijke bron, waaruit Mattheüs en Lucas zouden hebben geput. Er bestaat een vertaling van de gereconstrueerde tekst van Q: Het verloren evangelie, door de Amerikaanse theoloog Marcus Borg, uitgeverij Meinema, 1997.
(5) Christus zonder kruis, Hendrik Spiering, NRC, 2005
(6) Nag Hammadi geschriften I, blz. 129
(7) De gnostiek in de oudheid, Laela Zwollo, Tilburg University, Lucepedia
(8) Thomasevangelie / ‘Geheimzinnige gnostiek-Jezus is onhistorisch’, Cokky van Limpt, Trouw, 2006
(9) De verraderlijke zuigkracht van de gnostiek, Gert-Jan Schaap, EO-Visie
(10) De Jezus uit Thomas’ evangelie is geen ‘bleke halfgod’, Geert J. Peelen, de Volkskrant, 1995
(11) Gilles Quispel: het Thomasevangelie geeft een ander beeld van de historische Jezus, Cokky van Limpt, Trouw, 2006
(12) Nag Hammadi geschriften I, blz. 134

Beeld: Fragment Evangelie van Thomas – het geheime boek van Johannes (Apocryphon van John), Codex II The Nag Hammadi manuscripten. Vroegchristelijke gnostische tekst. (Wikimedia Commons)
Beeld Thomas en zijn evangelie: detail cover Thomas en zijn evangelie
Beeld Evangelie van Thomas Manuscript 2010: kalligrafie en illustraties van Carol W. Nichols. Afmetingen: 23 x 30 x 2,5 cm, handgeschept Twinrocker-papier, 65 aquarel- en/of 23-karaats gouden illustraties. Vertaald uit het Koptisch (circa 350 n.Chr.): Marvin Meyer, copyright 2005, met toestemming van Harper Collins, San Francisco.

Zie: Tekst Thomasevangelie
Update: 16 04 2025 (Lay-out)