Geloven in naturalisme of theïsme?

CupolaOfGenesisMosaicArtistItalianC1210SanMarcoVenice

Naturalisme en theïsme worden weleens elkaars tegenpolen genoemd. Volgens de filosofische stroming naturalisme – voortbouwend op het materialisme – bestaat alleen de natuur en het waarneembare als werkelijkheid. Stoffelijke materie is de enige werkelijkheid; alles kan worden uitgelegd in termen van materie en natuurlijke verschijnselen. Het naturalisme ontkent per definitie elke mogelijke bovennatuurlijke activiteit, God of goden. Theïsme is de (godsdienstfilosofische) opvatting dat goden echter wel bestaan, dat er een persoonlijke God bestaat en dat God of goden zich actief bemoeien met de wereld. De gedachte is dat naast het niveau van onze natuurlijke, alledaagse werkelijkheid er ook een bovennatuurlijke werkelijkheid bestaat, los van die natuurlijke werkelijkheid.

Naturalisme
V
olgens het naturalisme wordt de werkelijkheid verklaard uit natuurlijke processen; meer is niet nodig om alles te begrijpen. Bovennatuurlijke invloeden spelen geen enkele rol, ze bestaan niet. Wetenschap en godsgeloof sluiten elkaar uit. Alleen de natuur en het waarneembare als werkelijkheid bestaat en de mens is een deel van de natuur. Het gaat om feiten die vastliggen in de natuur. Het naturalisme stelt bovendien dat gevoelens van liefde, haat, schoonheid, spiritualiteit en dergelijke uiteindelijk slechts chemische reacties zijn.

Deze wetenschap ontkent op die manier God, daar alles immers slechts op natuurlijke wijze verklaard kan worden. Naturalisme staat daardoor op zichzelf als bron van onbetwistbare kennis. Als mensen bevinden we ons in een werkelijkheid waarin blinde natuurlijke processen plaatsvinden. Die verwijzen nergens naar, hebben geen doel of zin. Van bovennatuurlijke invloeden is geen sprake, laat staan van een hogere macht of intelligentie. Als gevolg van deze denkwijze is God een overbodige hypothese en wordt religie weleens een projectie van een wensdroom genoemd.

Volgens kosmoloog Sean Carroll is er slechts één enkele werkelijkheid. Geen afzonderlijke niveaus van het natuurlijke en het bovennatuurlijke: slechts één enkel materieel bestaan. Hij stelt dat wanneer je geïnteresseerd bent in objectieve waarheid, de wetenschap de enige weg is die je gaan kan, en dat wanneer het op feitelijke waarheidsaanspraken over de werkelijkheid aankomt, religies zich tot de wetenschap zullen moeten richten.

De Amerikaanse filosoof Alvin Carl Plantinga stelt dat als naturalisme waar is, dit betekent dat de rede is ontstaan op grond van mechanismen welke gericht zijn op overleving en niet op waarheid of waarheidsvinding. Je denkt kennis over de wereld te hebben, maar je zult nooit ware kennis over de wereld verkrijgen. Naturalisme wordt daarom weleens omschreven als een zelfweerleggend geloofssysteem.

Theïsme
Theïsme wordt wel omschreven als het geloof in een bovennatuurlijke, persoonachtige God, die zich met ieder mens afzonderlijk bezighoudt. Men spreekt soms van een ‘dubbeldekkerstructuur’: naast het niveau van onze natuurlijke, alledaagse werkelijkheid bestaat er ook een bovennatuurlijke werkelijkheid die los staat van die natuurlijke werkelijkheid. God is een bovennatuurlijke entiteit die losstaat van onze alledaagse werkelijkheid en af en toe ingrijpt om de zaken in banen te leiden. Theïsme begon ooit, ten tijde van de Verlichting, als een filosofisch systeem dat gaandeweg het geloof werd dat ook in kerken werd beleden.

Theïsten gaan uit van het standpunt dat men wetenschappelijk niet kan bewijzen dat God bestaat, en dat het geen zin heeft dit te willen doen: men moet ‘gewoon’ in God geloven. Geloven heeft volgens hen niets te maken met de rede, met rationeel en wetenschappelijk denken. Er zijn theïsten die beweren dat gelovigen kennis hebben van morele waarden die anderen zouden ontberen, omdat wetenschap slechts gaat over feiten en het geloof over goed en kwaad. Het leidt vaak tot stevige discussies over God die noodzakelijk zou zijn voor de moraal; dat zonder God er zelfs geen moraal meer is. Bovendien, zo wordt wel beweerd, kunnen we onze eigen moraal, de westerse, alleen maar begrijpen als we de joods-christelijke wortels ervan bestuderen. Anderen, zoals bioloog Frans de Waal, bestrijden dit en zeggen dat de oorsprong van de moraal in onze natuur ligt, niet in religie.

religionscience

Naturalisme en theïsme tegenpolen?
Bij bovengenoemde omschrijvingen van naturalisme en theïsme worden de verschillen duidelijk. Met wetenschap als onderscheid. Maar ook hierin verschillen naturalisten en theïsten. Dan is er geen sprake van onderscheid, maar van aanvulling, al willen sommigen daar weer niets van horen. Vooral in de discussies over creationisme (de opvatting dat ons universum in zes dagen is ontstaan door een Schepper, Adam en Eva de eerste mensen waren en dat dit alles is gebeurd ca. 6.000 – 10.000 jaar geleden overeenkomstig een ‘letterlijke’ lezing van het Bijbelboek Genesis) en de evolutieleer, slaat men elkaar soms met de wetenschap om de oren. Creationisten stellen dat wetenschap bedrijven vanuit het creationistisch denkkader houdbare en wetenschappelijk gefundeerde antwoorden oplevert. De achtergrond hierbij is de vraag of de evolutietheorie en het christelijk geloof met elkaar te verenigen zijn.

Wetenschappers vanuit de evolutietheorie bestrijden vaak de wetenschappelijke kwaliteit van het creationistisch denken. Deze discussie laaide weer op na het verschijnen van het boek En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink, over christelijk geloof en evolutie. En onlangs verscheen Adam, waar ben je? (En wat doet het ertoe?) van Willem Ouweneel, een theologische evaluatie van de nieuwe evolutionistische hermeneutiek, dat ‘snoeihard’ (Trouw) uithaalt naar Van den Brink en verwante geesten.

En dus bestaat God
V
olgens sommige theologen staan wetenschap en geloof haaks op elkaar, volgens anderen kunnen ze elkaar aanvullen. Er zijn ook wetenschappers die misschien dan niet het bestaan van God willen bewijzen, maar wel argumenten aanvoeren die het bestaan van God tot waarschijnlijk maken. Filosoof Emanuel Rutten schreef er – samen met filosoof Jeroen de Ridder – het boek En dus bestaat God. ‘En dus bestaat God’ klinkt bijna als bewijs, terwijl de auteurs in het boek acht zogenaamde Godsargumenten geven. Zelf zegt Rutten dat er geen sprake is van een Godsbewijs, want ‘bewijzen doe je in de wiskunde en niet in de filosofie’. Rutten zelf spreekt dan ook altijd over ‘rationele argumenten voor het bestaan van God en niet van Godsbewijzen. Hij stelt dat filosofische argumenten voor het bestaan van God laten zien dat het waarschijnlijk is dat God bestaat. De filosoof noemt het conflict tussen geloof en wetenschap een mythe, omdat geloof en wetenschap elkaar juist prachtig aanvullen. Daarnaast zegt hij te geloven dat de rationele weg niet de enige weg is die naar God leidt: Er zijn meerdere wegen om God te kennen: niet alleen het verstand, maar ook het gevoel, de beleving en de ervaring. Geloof en wetenschap kunnen elkaar dus aanvullen. Dan kan je ook zeggen dat naturalisme en theïsme niet zozeer antipoden zijn, maar complementair, geen tegenpolen. Een voorbeeld hiervan zijn de Godsargumenten van Rutten. Volgens de filosoof vormen de rationele argumenten gezamenlijk een cumulatieve casus voor Gods bestaan die vele malen sterker is dan elk argument afzonderlijk. Ze blijven filosofische argumenten en conflicteren niet met wetenschap.

NOMA-model
Naturalisme en theïsme staan weliswaar haaks op elkaar, twee werelden die zich mijlenver uit elkaar bevinden, maar soms naderen ze elkaar als ze zich met elkaar bezighouden: God lijkt dan wel niet wetenschappelijk te bewijzen, maar is dus wel heel goed te beargumenteren. Heel concreet echter blijft, met het naturalisme – vanuit een zuiver wetenschappelijk, verklarend standpunt – God gewoon geen goede theorie te zijn. In een wereld zonder het bovennatuurlijke is geen plek voor theïsme.
Een mogelijke oplossing kan zijn af te stappen van het idee van tegenpolen en naturalisme en theïsme niet langer tegenover elkaar te zetten. Dan komt het zogenaamde NOMA-model in zicht: Niet-Overlappende Magisteria, een idee van evolutiebioloog Stephen Jay Gould, waarin hij spreekt over wetenschap en religie als elkaar aanvullende benaderingen. Naturalisme en theïsme zijn dan met heel verschillende vragen bezig, zonder dat er sprake is van tegenpolen. Naturalisme houdt zich dan met feiten bezig en religie met vragen over ethiek, waarde en doel.
Maar het kan nog anders… Einstein zou een religieus naturalist zijn geweest. Hij geloofde niet in een God die ingrijpt in de natuur, maar wel – in de lijn van Spinoza – dat God zich openbaart ‘in de geordende harmonie van wat bestaat’.

Bronnen o.a: Naturalisme en Theïsme, Piet Wesseling, in En God beschikte een wormEen pleidooi voor naturalisme, Alexander van Biezen, geloofenwetenschap.nl; God, iets of niets, Taede A. Smedes; De Verlichting belicht, Van theïsme tot atheïsme, Karel Poma; En dus bestaat God, Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder;.

Beeld: De koepel van de schepping in de San Marco, Venetie. Mozaiek ca. 1210 AD. (st-impact.nl)

Beeld Religion&Science: katholiekforum.net

Bijbel thema Boekenweek 2019?

bijbel-en-phone

Het thema voor de Boekenweek 2019 is nog onbekend, maar Jan Siebelink schrijft het Boekenweekgeschenk. Welk verhaal zich voor de week gaat aandienen, daar is Siebelink zelf nieuwsgierig naar. De in 2017 overleden gereformeerde theoloog prof. dr. Harry Kuitert gaf in zijn boekje Aan god doen als suggestie aan de CPNB het thema: de rol van de Bijbel. Uitgeverij Ten Have bracht in 1997 Kuiterts boektitel uit in kapitalen, wellicht om te voorkomen dat iemand zich stoorde aan god met een g. Zo werd het AAN GOD DOEN. De NRC meldde destijds dat Kuitert een onderscheid maakt tussen aan god doen en aan God doen.

Kuitert schreef over God en zijn woordvoerders. En over openbaring, waarop het christelijk gelooft zich beroept, vanouds, voor zijn waarheid. Volgens de theoloog zouden we de dragende grond van de gedachte dat te midden van de godsdiensten (en het ongeloof) ‘christelijk’ hetzelfde is als ‘geopenbaard’, in de Bijbel moeten zoeken.

Maar dat klopt niet. Niet de Bijbel, maar de theorie óver de Bijbel, de theorie als gods onfeilbaar woord, een woord dat echt ‘van boven’ komt, is de drager. Deze theorie brengt onheil, verknoeit het geloof, bederft het Bijbellezen en ontkracht de communicatie over het geloof. ‘Gods woord zegt…’ snijdt elk gesprek af, is zelfs bedoeld om tegenspraak uit te sluiten.’ (uit: AAN GOD DOEN)

De theoloog hoopte dat als je van deze theorie zou afstappen de Bijbel weer terug werd gebracht naar waar hij hoort, bij de mensen, want de Bijbel heeft eeuwenlang als volksboek gefunctioneerd en waarom zou je dat je laten ontfutselen door een theorie?

Voor de christenheid blijft de Bijbel het boek der boeken, en niet voor de christenheid alleen. Hierbij alvast een suggestie voor de Commissie voor de Propaganda van het Nederlandse Boek: over tien jaar de rol van de Bijbel als thema van de Boekenweek.’ (Harry Kuitert)

Siebelink werd vooral bekend in 2005 met zijn autobiografische roman Knielen op een bed violen, over de religieuze extase en verdwazing van zijn vader.

Op een beslissend punt in zijn volwassen bestaan heeft Hans Sievez een diepreligieuze ervaring; hij is ervan overtuigd voor een kort moment in direct contact met God te hebben gestaan. In de daarop volgende zoektocht naar zingeving en het eeuwige leven verliest hij het zicht op de werkelijkheid en het contact met zijn omgeving. Zijn huwelijk en de relatie met zijn twee zoons komen onder grote druk te staan.’ (Cover Knielen op een bed violen)

Volgens Kuitert zijn Bijbelteksten – wat ze ook geweest mogen zijn voor vorige generaties – geen letterlijke beschrijvingen of directe geboden, en is de uitleg van de Bijbel vrij. Hij vindt dat ‘Ga uit uw land en uit uw maagschap [bloedverwanten, PD]’ gelezen kan worden als aansporing om een zelfstandig persoon te worden, met een eigen verantwoordelijkheid.

Wie niet zijn vader of moeder verlaat’, als een opdracht tot uittocht uit de instituten; de opstanding van Jezus als aanmoediging tot maatschappelijke en politieke opstand. Dat kan en mag allemaal, zolang je ‘lezing’ niet voor ‘uitleg’ aanziet, en er het religieus gezag van ‘Gods woord’ voor opeist.’ (Kuitert)

In het boek Knielen op een bed violen komen zeer veel verwijzingen voor naar de Bijbel, maar een van de commentaren is, dat als je de Bijbel niet goed kent, je er overheen leest. Misschien is Kuitert al op zijn wenken bedient, en heeft Siebelink het verhaal allang geschreven: het verhaal over zijn vader, over het geleidelijke maar onstuitbare afglijden van een zachtaardig maar in zijn jeugd verwond man – vluchtend in het zwartste calvinisme.

jansiebelink.nl
E
r waren toen en er zijn nu nog altijd mensen die de Bijbel eng uitleggen. Zoals Jan Siebelink in Vrij Nederland in 2009 zei dat hij voortdurend brieven krijgt:

Brieven die mij de straf al toedienen. ‘De Heere der Heerscharen zal u de kop vermorzelen.’ Ze zijn anoniem en komen ’s nachts door de brievenbus. Daar ben ik toch wel een beetje bang voor. Dan denk ik: mijn vader dacht er ook zo over.’ (Jan Siebelink)

Siebelink zegt dat hij tot zijn 32e heeft geloofd en later afstand heeft genomen. Het geloof is als een mantel van hem afgegleden. Misschien heeft hij wat aan Sartre en Camus gehad, die hij al las op zijn zeventiende. Op school. Toch blijft voor Siebelink de Bijbel een cultureel en sacraal boek, zegt hij in Het hoogste woord (2006). Het heeft een grote waarde voor hem. Bij hem blijft nog altijd de vraag of er een God is ‘die ons opvangt’. Kuitert heeft voor hem het mysterie weggehaald. Hij zelf wil ervoor open blijven staan.

Misschien dat Jan Siebelink toch (weer) over de rol van de Bijbel kan schrijven als Boekenweekgeschenk 2019. Hij is er immers van overtuigd dat de Bijbel opnieuw ontdekt wordt. Hij heeft zo zijn gedachten over de wereld en de Bijbel.

Dat boek hebben we nodig om niet in huilen uit te barsten in de IKEA’s van deze tijd en ons doorgeslagen materialisme. Behalve die religieuze leegheid waarbij niets ons meer lijkt te overstijgen, krijgen we ook steeds meer te maken met de islam, een hermetische godsdienst die geen Verlichting of Reformatie heeft gekend. Dat wordt als bedreigend ervaren. Als reactie hierop verwacht ik een omkeer, misschien wel een herkerstening van West-Europa. Hoe mensen daarbij hun geloof ook zullen vormgeven, het kan niet anders dan dat de Bijbel daarbij een belangrijke rol gaat spelen. Dat boek is en blijft immers een centrale bron van onze cultuur.’ (Siebelink)

Je zou zeggen dat Siebelink materiaal genoeg in huis heeft om over de (nieuwe?) rol van de Bijbel als thema voor het Boekenweekgeschenk 2019 te schrijven. Hij zei in 2016 heel veel verhalen te hebben. Misschien kan hij aan ‘ons doorgeslagen materialisme en die religieuze leegte’ woorden geven, in relatie met het economisch liberalisme en de liberale wereldorde bijvoorbeeld. – De Boekenweek vindt plaats van zaterdag 23 tot en met zondag 31 maart 2019. Het thema wordt op een later moment bekendgemaakt.

Beeld: zininwijkbijstuurstede.nl

Foto: Jan Siebelink (detail cover Het Onzegbare)

God en de mensmachine

De.MensmachineDetail

In De mensmachine (2018) doet journalist Mark O’Connell verslag van een reis door de wondere wereld van de levensverlenging. In het hoofdstuk Geloof vertelt hij over zijn reis van San Francisco naar Piedmont voor een congres over transhumanisme. O’Connell ontmoet mensen – bij wie je kunt sprokkelen als je een fan bent van multiple religious belonging – zoals een transhumanist tevens wedergeboren christen, een transhumanistische boeddhist, twee mormoonse transhumanisten, iemand met een ‘knipperlichtrelatie’ met het joodse geloof, een praktiserend hermeticus en een oosters-orthodoxe hoogleraar systematische theologie.


Zijn wij de laatste sterfelijke generatie? Wel als het aan het transhumanisme ligt, de wetenschappelijke stroming die zich bezighoudt met radicale levensverlenging door middel van versmelting van mens en techniek. Al in 2048 kan de dood opgelost zijn; een gedachte die niet alleen hoopgevend is, maar ook angstaanjagend. (Uit: De mensmachine)


Een van O’Connells ontmoetingen, hoogleraar Wesley J. Smith, heeft het over ‘transhumanistische zieltjeswinners’ die beweren dat jij of je kinderen dankzij de wonderen van de technologie het eeuwige leven hebben.

En dat niet alleen: binnen enkele decennia zul je in staat zijn je lichaam en bewustzijn te transformeren tot een eindeloos aantal vormen, geschikt voor talloze doeleinden, met het gevolg dat deze zelfgestuurde evolutie leidt tot het ontstaan van een ‘posthumane soort’ met cartoonachtige superkrachten. Op een dag zullen we zelfs bijna goddelijk zijn.’

Smith vertelt over overeenkomsten tussen het transhumanisme en het christelijk geloof en vergelijkt het idee van de ‘Opname’ uit de christelijke eschatologie en het concept van de singulariteit (een hypothetische transhumanistische toekomstvisie, PD).

Beide zouden op een specifiek moment moeten plaatsvinden; beide zullen uiteindelijk tot de definitieve overwinning op de dood leiden; beide zullen een paradijselijke tijd van harmonie in een ‘Nieuw Jeruzalem’ inluiden – respectievelijk in de hemel en hier op aarde; zowel christenen als transhumanistische singularitarianen verwachten te worden toegerust met gloednieuwe ‘veredelde’ lichamen, enzovoort.’

O’Connell put uit publicaties van de hoogleraar die ter plekke achter zijn laptop een artikel in de National Review post over transhumanisme, dat hij een materialistische religie noemt of beter gezegd een wereldbeeld dat uit is op de voordelen van religie zonder een begrip als zonde of de nederigheid van het geloof in een Hoger Wezen te willen aanvaarden.

De transhumanistische boeddhist vertelde dat hij dankzij reïncarnatie in feite al het eeuwig leven had en hoe hij de eeuwigheid gewoon wilde doorbrengen in een beter lichaam dan dat waarmee hij momenteel was toegerust. Er liep ook een raëliaanse massagetherapeut rond die ervan overtuigd was dat het menselijk ras was ontwikkeld door wetenschappers die hier duizenden jaren geleden met ufo’s naartoe waren gekomen.


Transhumanisme is een bevrijdingsbeweging die niets minder bepleit dan een totale onafhankelijkheid van de biologie. Er is ook een andere zienswijze, een gelijkwaardige, tegengestelde interpretatie, namelijk dat die ogenschijnlijke bevrijding in werkelijkheid niets minder is dan een definitieve en complete onderwerping aan de technologie. (Uit: De mensmachine)


Een oecumenische sfeer proefde O’Connell, ook al waren de diverse overtuigingen over en weer onverenigbaar. Hij ziet het transhumanisme als een moderne opleving van religieuze ideeën.


Het transhumanisme wordt wel eens voorgesteld als een hedendaagse opleving van de gnostische ketterij, als een nieuwe, quasiwetenschappelijke voorstelling van een aloud religieus idee. (‘Tegenwoordig,’ zo stelt politiek filosoof John Gray, ‘is gnostiek het geloof van mensen die denken dat ze machines zijn.’) (Uit: De mensmachine)


De Mensmachine

Op het congres was ook een bijeenkomst, georganiseerd door Jason Xu, van Terasem, een geloof of ‘beweging’ gebaseerd op het idee van een ‘persoonlijk cyberbewustzijn’ en op de spirituele kant van zaken als breinemulatie (het uploaden van de herseninhoud om verder te leven als digitale kopie, PD) en extreme levensverlenging. Xu was de eerste die een transhumanistische demonstratie in de VS organiseerde, met spandoeken als ‘Onsterfelijkheid NU’ en ‘Google, doe iets aan de dood’. Hij deelde een gefotokopieerd boekje uit over A Transreligion for Technical Times:

De eerste waarheid van Terasem is dat het een collectief bewustzijn is, dat in het teken staat van diversiteit, eenheid en vreugdevolle onsterfelijkheid.’

O‘Connell werd soms niet echt wijs uit sommige woordenstromen van de aanwezigen, de overweldigende hoeveelheid onversneden beweringen. Hij voelde zich soms overdonderd door de ongebreidelde stortvloed van verkondigingen, zoals:

Daadwerkelijke onsterfelijkheid wordt bereikt wanneer gecodeerde data-emulaties van de werkelijkheid over de Melkweg en het heelal worden verspreid. De natuur wordt geëerd door een herschepping van het verleden en door het onvergankelijke behoud van vreugde en geluk.’

Journaliste Hanna Bervoets noemt De mensmachine sublieme literaire journalistiek over het eeuwige leven. The Sunday Times ‘een even helder als briljant boek. En ook nog grappig, érg grappig’. – Zijn boek leest als een pageturner, regelmatig inderdaad hilarisch.

Bron: Geloof – uit: De mensmachine 

De mensmachine – Hoe we de dood kunnen overleven | Mark O’Connell | Uitgeverij Podium, Amsterdam | € 21,50 | Ebook  € 9,90 | ‘Mark O’Connell doet verslag van een reis door de wondere wereld van de levensverlenging. Hij introduceert de illustere hoofdrolspelers, laat zien welke ideeën zij nastreven, hoe haalbaar die zijn en hoe verstrekkend de gevolgen. Het resultaat is een even urgent als verbluffend boek over de nabije toekomst van de mens.’ (Podium) | De mensmachine in de Engelse versie (To be a machine) werd in 2017 genomineerd voor de prestigieuze Baillie Gifford Prize, de belangrijkste Britse prijs voor non-fictie.