‘Mijn bestaan is voor Maarten Boudry overbodig geworden’

just_confusing_evolution_god

God heeft vandaag zo veel terrein aan de wetenschap prijsgegeven dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, stelt wetenschapsfilosoof Maarten Boudry in de NRC. – Een bizarre these. ‘Ooit in gesprek met Boudry vertelde ik van alles over mijn leven, over mijn studie en wat ik allemaal daardoor voor de wereld betekende,’ vertelde een beroemde wetenschapper: ‘Boudry nam toen direct afscheid van mij. Ik bestond niet meer voor hem, ik was volkomen overbodig geworden nadat hij mijn kennis en kunde tot zich had genomen. Blijkbaar was ik voor hem verworden tot een soort illusie voor gevorderden, zo veel terrein had ik blijkbaar prijsgegeven.’


Nader onderzoek wees uit dat de bewegingswetten van Newton vanzelf leiden tot een stabiel zonnestelsel, zonder noodzaak voor goddelijke bijsturing. Maar dan heeft God toch zeker eerst de boel in gang gezet, om te zorgen dat alle planeten in dezelfde richting draaien? Niet nodig. Dat gaat vanzelf bij de natuurlijke vorming van een zonnestelsel uit verdwaald sterrenstof. De oorsprong van de kosmos dan? Gewoon een kwestie van zelfontsteking, weten we inmiddels. Ruimte en tijd ontstaan uit kwantumfluctuaties in een vacuüm. Onbevattelijk voor de menselijke geest, maar de fysica klopt als een bus. (…) Als je God nergens nog voor nodig hebt in de wereld, dan kan hij net zo goed niet bestaan.* (Maarten Boudry)


In De sluipmoord op God* reageert Boudry op het prijswinnend NRC-essay God bestaat, er is bewijs** door hoogleraar Geesteswetenschappen René van Woudenberg. Boudry zegt dat God zo veel terrein prijsgegeven aan de wetenschap dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, en weinig meer is dan een vergezochte logische mogelijkheid. Dat geldt zeer zeker voor deze uitspraak van Boudry. ‘Een denkfout van jewelste’, zoals de wetenschapper dacht toen hij de weglopende Boudry peinzend nakeek en uit het verhaal verdween.


Zijn er verschijnselen die verklaard kunnen worden door het bestaan van een God te postuleren, en zou die verklaring ook de beste verklaring van die verschijnselen kunnen zijn? Ik denk dat dat kan. Neem bijvoorbeeld het verschijnsel dat de fysische werkelijkheid grote orde vertoont, dat er wetmatigheden en patronen zijn, op micro-, macro- en mesoniveau. Deze wetmatigheden en patronen laten zich wiskundig en rationeel beschrijven. Maar nu kan men, nog steeds gedreven door een geest van wetenschappelijke nieuwsgierigheid, de vraag stellen of er een verklaring is voor deze ordelijkheid van de fysische wereld. Waarom is de wereld ordelijk? Waarom heeft ze deze orde? De ordelijkheid van de wereld lijkt echter zelf niet wetenschappelijk verklaard te kunnen worden. Waarom niet? Omdat wetenschappelijke verklaringen die orde wel eerst moeten veronderstellen om überhaupt iets te kunnen verklaren.** (René van Woudenberg)


De Engelse filosoof en staatsman Francis Bacon stelde ooit dat een beetje filosofie tot atheïsme leidt, maar grote hoeveelheden ons terug naar God brengen. Dat geldt zeker ook voor wetenschap. Boudry heeft dus nog heel wat uit te diepen. Bacon vond trouwens dat men beter helemaal geen mening over God kan hebben dan een mening die Hem onwaardig is.

Maar als er een ding zeker is in de wetenschappen, dan is het dat alle zekerheden gaandeweg verschuiven. De wetenschappelijke modellen van vandaag zijn op vrijwel elk onderzoeksterrein radicaal verschillend van die van twee eeuwen geleden. Wie weet hoe de paradigma’s van het volgende millennium eruit zullen zien.’ (Peter Russell)

De wetenschap heeft nog zeer veel te ontdekken, en weet nog weinig raad met het bewustzijn, zo stelde de Britse natuurkundige Peter Russell, die in 1996 zag dat er voor God al helemaal geen plaats was in de natuurwetenschappen. Hij dacht wel dat onderzoek naar het raadsel van het bewustzijn, de natuurkundigen bij God zal brengen.

De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de ‘verre geest’. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten.’ (Russell)

Boudry stelt dat de mysteriën van vandaag de wetenschappelijke doorbraken van morgen zijn. Wie weet wat er ons allemaal nog voor doorbraken te wachten staan. Dat betekent niet dat wetenschap allerlei gaten zal vullen waarin God nog zit, maar dat God door diezelfde wetenschap laat zien wat Hij allemaal voor elkaar gekregen heeft. Iets zo verbazingwekkend groots, dat geen wetenschapper dat zal kunnen vatten, laat staan evenaren. Dat gat waar God in zit, is een opening, en kosmisch groot. Hij laat zich niet verjagen. God heeft nog onmeetbaar veel terrein, nog zò vol hiaten voor wetenschappers, dat Zijn bestaan noodzakelijk is, en een logische mogelijkheid.

Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen – die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn.’ (Russell)

** ‘In het essay ‘God bestaat, er is bewijs’, dat op 13/10 in NRC stond, schrijft filosoof René van Woudenberg dat hij de hand van God ziet in de ‘grote orde’ in de natuur, met name de talloze ‘wetmatigheden en patronen’. (NRC)

Bronnen o.a.:
* De sluipmoord op God
** God bestaat, er is bewijs

Illustr: Baloocartoons.com

Hawking was dankbaar voor ‘groots ontwerp universum’

Universum

Stephen Hawking zegt in zijn boek De antwoorden op de grote vragen dat we dit ene leven hebben om het grootse ontwerp van het universum te kunnen waarderen en dat hij daar bijzonder dankbaar voor is. Opmerkelijk dat hij het over ‘ontwerp’ heeft. Iets of iemand moet dat dan ontworpen hebben, maar daar wil Hawking niet aan. Niemand heeft het heelal geschapen, zegt hij en niemand bepaalt ons lot. Als dat waar zou zijn, zou Hawking zelf niet eens bestaan, want als het heelal niet ontworpen is, dan hij ook niet. Dan was er niets. Fascinerend is het wel om zijn visie te volgen, zijn antwoorden op de grote vragen.

Was Hawking zo eigenwijs dat hij zelfs na zijn dood op 14 maart 2018 nog het bestaan van God ontkende? God zelf maakte dit wereldkundig via zijn Twitteraccount: ’It’s only been a few hours and Stephen Hawking already mathematically proved, to My face, that I don’t exist’. Eigenlijk had de geleerde God toen juist kunnen bedanken voor dat ‘grootse ontwerp van het universum’. 🙂

Geloof ik? Ieder van ons staat het vrij te geloven wat hij of zij wil en naar mijn mening is de eenvoudigste verklaring dat er geen god is. Niemand heeft het heelal geschapen en niemand bepaalt ons lot. Dat leidt me tot een diepgaand inzicht: er is dan vermoedelijk ook geen hemel en hiernamaals. Volgens mij is geloven in een hiernamaals slechts wishful thinking. Er is geen enkel bewijs voor en het gaat in tegen alle wetenschappelijke kennis. Ik denk dat we na onze dood terugkeren tot stof. In één opzicht leven we echter door, en dat is door onze invloed en in onze genen die we aan onze kinderen doorgeven. We hebben dit ene leven om het grootse ontwerp van het universum te kunnen waarderen en ik ben daar bijzonder dankbaar voor.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

De kosmoloog en natuur- en wiskundige uit zijn dankbaarheid al in het eerste hoofdstuk: Bestaat er een God?, van zijn laatste – door zijn dochter Lucy voltooide – werk. In dit, deze maand verschenen De antwoorden op de grote vragen, stelt hij dat de wetenschap steeds vaker antwoorden geeft op vragen die altijd op het terrein van de godsdienst hebben gelegen. Dan is het ook niet zo gek dat hoogleraar Geesteswetenschappen, René van Woudenberg, in zijn prijswinnend essay in de NRC, stelt dat rationele wetenschappers die nieuwsgierig zijn, bewijs kunnen zoeken voor het bestaan van God. Op een gegeven moment komt dat antwoord, geen bewijs weliswaar, maar een cumulatie van argumenten dat je er eigenlijk niet meer onderuit kan. Zie bijvoorbeeld de artikelen van wiskundige en filosoof Emanuel Rutten.

Tegenwoordig geeft de wetenschap betere en samenhangender antwoorden, maar mensen zullen zich altijd aan een godsdienst vasthouden omdat die troost biedt, terwijl ze wetenschap niet vertrouwen of niet begrijpen.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Hawking vertelt dat een paar jaar geleden er een kop op de voorpagina van The Times stond die luidde: ‘God heeft het universum niet geschapen,’ aldus Hawking.’ Er stond een illustratie bij het artikel – een tekening van Michelangelo – van een kwaad kijkende God. En een foto van hemzelf met zelfvoldane blik.

Het leek wel een duel tussen ons. Maar ik heb helemaal niets tegen God. Ik wil niet de indruk wekken dat ik met mijn werk het bestaan van God wil bewijzen of ontkrachten. Mijn werk gaat om het vinden van een rationeel kader om het heelal te begrijpen.’ ’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Hawking verklaart alles met natuurwetten. Die komen dan blijkbaar ook zomaar uit het niets. Volgens hem is de ontdekking van deze wetten de grootste prestatie van de mensheid, want het zijn deze wetenschappelijke of natuurwetten die ons zullen vertellen of we een god nodig hebben om het heelal te verklaren.

Als je aanvaardt, zoals ik, dat de natuurwetten vastliggen, dan duurt het niet lang voordat je de vraag stelt: welke rol speelt God hierin? Dit maakt een groot deel uit van de tegenstelling tussen wetenschap en godsdienst, en hoewel mijn visie daarop de krantenkoppen heeft gehaald, is het feitelijk een eeuwenoud conflict.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Men kan God definiëren als de belichaming van de natuurwetten, zegt hij in zijn boek.

Dit is echter niet zoals de meeste mensen denken over God. Zij denken aan een mensachtig wezen, met wie je een persoonlijke band kunt hebben. Als je naar de enorme omvang van het heelal kijkt en in ogenschouw neemt hoe onbetekenend en toevallig het menselijk leven is, dan lijkt dat hoogst onwaarschijnlijk.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

StephenHawking thedrum.com

Ook zegt Hawking dat hij het woord ‘God’ in onpersoonlijke zin gebruikt, net als Einstein deed voor de natuurwetten, dus het kennen van Gods denken is het kennen van de natuurwetten. Hij voorspelt dat we tegen het einde van deze eeuw Gods denkwijze kennen.

De vraag of God bestaat voor de wetenschap vindt Hawking een geldige vraag omdat het per slot van rekening niet meevalt om een belangrijker, of fundamenteler mysterie te bedenken dan wat of wie het heelal heeft geschapen en nu beheerst.

We kunnen de natuurwetten gebruiken om op zoek te gaan naar de oorsprong van het heelal en erachter komen of het bestaan van God de enige manier is om die te verklaren.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Hawking vertelt op een manier alsof het maken van het universum een fluitje van een cent is. Zo zegt hij, is – ondanks de complexiteit en de verscheidenheid binnen het heelal of het universum of de kosmos, wat je wilt – gebleken dat je voor het maken ervan slechts drie ingrediënten nodig hebt. Hij noemt dan massa, energie en ruimte. En zelfs niet eens drie, want massa is energie en andersom. Alsof we die ingrediënten, als een God(!),  zomaar even uit het niets uit de lucht plukken…

deantwoordenopdegrotevragen
M
aar ook dat legt Hawking helder uit, en dan gaat het vervolgens over een kuil die ontstaat als je een bergje maakt. Dat bergje staat voor het heelal. Om het bergje op te kunnen werpen, graaft hij een gat in de grond. Hij maakt dus niet alleen een berg, hij maakt ook een kuil, en dat is eigenlijk een negatieve uitvoering van die berg. De grond die lag waar nu de kuil is, is berg geworden, dus alles is in evenwicht. Dit is het principe achter wat er aan het begin van het heelal gebeurde.

Het betekent dat, als de som van het heelal nul is, God niet nodig is geweest om het te scheppen. Het heelal hebben we helemaal gratis gekregen.’ (Uit: De antwoorden op de grote vragen)

Het is spannend en fascinerend, dit hoofdstuk. Hawking blijft een en ander helder uitleggen. Hij komt uiteindelijk zelfs tot de conclusie dat het heelal zichzelf heeft geschapen. Dat is toch wel heel opmerkelijk. Zo zou God zichzelf toch ook geschapen kunnen hebben, denk ik dan. Het heelal, dat is God. Hoe Hawking dit zelf precies bedoelt, legt hij verder uit in Bestaat er een God? en nog negen andere hoofdstukken.

Bron: De antwoorden op de grote vragen | Stephen Hawking | Spectrum | € 19,99

Foto Stephen Hawking: thedrum.com

Beeld: Ocean

Religie, humanisme, en de mystieke ervaring

Boekrecensie: Religions, Values, and Peak-Experiences (Religie en topervaring) – Abraham H. Maslov was een humanistisch psycholoog die religieuze (top)ervaringen bestudeerde vanuit de gezonde ontwikkeling van de mens. Hij vatte die op als mystieke ervaringen, losstaand van enige religie en die voor kunnen komen bij zowel religieuze als niet-religieuze mensen. Religie en topervaring, uit 1964, blijkt nauwelijks aan actualiteit te hebben ingeboet, zo visionair was het al in die tijd.

‘Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende’

De mens en zijn mogelijkheden
H
et bijzondere van Maslov (1908 – 1970) is dat hij inderdaad, zoals H.C.J. Duijker in het voorwoord schrijft, een essay schreef als ‘pleidooi voor een niet-dogmatische, onbevangen, realistische bezinning op de mens en zijn mogelijkheden’. In deze tijd van eindeloze discussies over seculariteit en religie, schreef Maslov meer dan vijftig jaar geleden over topervaringen, en haalde ze uit het beperkende straatje van religieuze of mystieke ervaringen.

‘Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos.’
(Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont, blz. 172)

Topervaringen
I
eder mens, religieus of niet, kan topervaringen (ook wel piekervaringen genoemd) meemaken. Maslov maakt het woord ‘religieus’ los van zijn begrensde ‘samenhang met het bovennatuurlijke, kerken, rituelen, dogma’s, beroepsgeestelijken, enzovoorts. Hij past het in principe toe op heel het leven. Maslov noemt godsdienst in die zin dan ook een geestesgesteldheid die men in iedere levensactiviteit kan bereiken. Een atheïst zou ook een ‘religieuze ervaring’ kunnen doormaken. Maslov verhaalt bijvoorbeeld van een overtuigd marxiste die echter een echte topervaring wel moest ontkennen, omdat deze ervaring in strijd was met heel haar materialistisch-mechanische levensfilosofie.

Natuurlijke betekenis
Maslov noemt topervaringen eerder een kenmerk van gezondheid dan een van een neurose of psychose. Ze kunnen pathologisch zijn, stelt de humanistisch psycholoog, maar ze zijn dit vaker niet dan wel: ‘ze moeten vaker hoog gewaardeerd dan gevreesd worden’. Hij wil aantonen dat ‘geestelijke waarden een natuurlijke betekenis hebben, dat ze niet het uitsluitend bezit van georganiseerde kerken zijn’. Die geestelijke waarden vindt hij behoren ‘tot de algemene verantwoordelijkheid van heel de mensheid’. Het geestelijk leven lijkt eerder alleen maar tot het terrein van de georganiseerde godsdienst te behoren. Maslov zet zich hier met kracht en argumenten tegen af.

Wetenschap en religie
D
e psycholoog stelt dat er iets aan het veranderen is, zowel binnen de wetenschap als binnen de religie. De wetenschapsbeoefenaar gaat hierdoor ‘minder bekrompen’ naar religieuze vraagstukken kijken. De wetenschap maakt zich los en onafhankelijk van de georganiseerde religie, en er ontstaat een nieuw type humanistische wetenschapsbeoefenaar die ‘bestrijdt dat de gevestigde godsdiensten de enige arbiters zijn in alle vraagstukken van geloof en zeden’. Voor gelovigen, maar natuurlijk ook voor ieder ander mens, pakt dit positief uit en wordt er niet meer slechts vanuit religieus oog- en standpunt naar hen gekeken. De wetenschap kan, onafhankelijk, vragen beantwoorden van mensen die topervaringen meemaken.

Voor bij de religieuze beperking
D
it is dan ook van belang voor atheïsten. Immers, wat moeten zij met hun topervaringen als die alleen maar mogelijk zouden zijn binnen een religieuze context? ‘Religieuze antwoorden zouden zij moeten verwerpen,’ zo stelt Maslov. En dat is wat Maslov nu juist niet wil. Hij wil voorbij de religieuze beperkingen. 
Nu ook de wetenschap er open voor staat, kunnen religieuze- of topervaringen bekeken worden als ‘diep geworteld in de menselijk natuur’ en dus wetenschappelijk worden bestudeerd. Zonder de beperkingen van de georganiseerde religie. Maslov: ‘Wij kunnen thans bestuderen wat in het verleden gebeurde en toen slechts in bovennatuurlijke termen verklaarbaar was.’ Mensen met allerlei top- en transcendente ervaringen konden vanaf toen ook beter terecht voor hulp en erkenning. Daarvòòr hielden zij zich veelal bezig met het afweren van hun ervaringen, waarvan ze vaak niets snappen of weten wat er binnen in henzelf gebeurt.

Uit de enge hokjes
M
aslov stelt ook dat door onderzoek van topervaringen wij de gegronde hoop mogen koesteren dat ‘wij meer zullen begrijpen van de grote openbaringen, bekeringen en verlichtingen, waarop de georganiseerde godsdiensten gebaseerd zijn’. Hij laat onder andere hiermee zien, dat hij religie niet afschrijft, maar ook de moeite waard is te bestuderen. Er ontstaat een toenemende mogelijkheid tot het samengaan van religieuze en niet-religieuze visies, vooral ook dat ze niet zo veel van elkaar hoeven te verschillen. We zullen de mens niet langer in enge hokjes hoeven zetten, maar erkennen dat menselijke ervaringen en ideeën zowel religie als het secularisme overstijgen.

Humanistische psychologie
D
e psycholoog zegt hierover dat met ‘onlangs ter beschikking gekomen psychologische gegevens een nieuwe mogelijkheid tot een positief, naturalistisch geloof, een ‘gewoon geloof’, zoals de Amerikaanse filosoof John Dewey het noemde. Of tegenwoordig ook wel: humanistische psychologie. In onze tijd, waarin nog altijd veel verhitte discussies, congressen en symposia plaatsvinden over religie en het seculiere, is dat pure winst. Er is wellicht helemaal niet zo veel verschil tussen mensen. We kijken echter niet ver genoeg, te veel nog naar verschillen en te weinig naar overeenkomsten.

Vrijzinnig godsdienstigen en non-theïsten
M
aslov maakt melding van het feit dat vrijzinnig godsdienstigen, maar ook de non-theïsten, te veel de nadruk leggen op kennis van de onpersoonlijke wereld. Het gaat hen slechts om rationele kennis en zij laten het irrationele, het anti-rationele, het niet-rationele, links liggen. ‘Zij ruimen in hun systemen geen fundamentele plaats voor het geheimzinnige, het onbekende, het onkenbare, het gevaar opleverende weten of het onuitsprekelijke’. Hij heeft het dan ook onder meer over het feit dat zij ook voorbij gaan aan ‘ervaringen van overgave, van eerbied, van devotie, van toewijding, van nederigheid en offervaardigheid, van ontzag en het gevoel van kleinheid’. Dit noemt hij naast het feit dat die ervaringen veel als ‘lager’ of ‘niet goed’ worden beschouwd, dat ‘inexacte, onlogische, metaforische, mythische, symbolische, tegenstrijdige, dubbelzinnige en ambivalente’.

God als het ‘Zijn zelf’
W
anneer Maslov zegt dat ‘als God gedefinieerd wordt als het ‘Zijn zelf’; als het ‘integratieprincipe in het heelal’; als ‘de zinrijkheid van de kosmos’ of op een andere niet-persoonlijke wijze, waartegen zullen de atheïsten dan nog vechten?’
Hij zet dit naast de gedachte van theoloog en filosoof, Paul Tillich, in zijn formulering van godsdienst als ‘bekommering om uiteindelijke zaken’.
Maslov formuleert de humanistische psychologie op dezelfde manier en stelt vervolgens de vraag wat dan nog het verschil is tussen een gelovige in het bovennatuurlijke en een humanist. Voor Maslov mogen verschijnselen als mysterie, dubbelzinnigheid, gebrek aan logica, tegenstrijdigheid, mystieke en transcendente ervaringen, geacht worden geheel binnen het domein der natuur te liggen. Ook het onverklaarde en op het ogenblik onverklaarbare, ESP [buitenzintuiglijke waarneming, PD] vallen hieronder.


Humanistische psychologie
Maar indien kan worden aangetoond dat de religieuze vragen (die tegelijk met de kerken werden uitgebannen) gerechtvaardigde vragen zijn, dat deze vragen bijna hetzelfde zijn als de diepgaande, ernstige, essentiële problemen van het soort, waarover Tillich spreekt en van het soort, op grond waarvan ik de humanistische psychologie zou willen definiëren, dan zouden deze humanistische sekten veel nuttiger voor de mensheid kunnen worden dan nu het geval is.
Ze zouden inderdaad zeer wel een sterke overeenkomst kunnen gaan vertonen met de gereorganiseerde kerkorganisaties. Het is best mogelijk dat er op de lange duur niet veel verschil tussen hen zou bestaan, indien beide groepen het primaire belang en de realiteit van de fundamentele persoonlijke openbaringen (en hun gevolgen) aanvaarden.
En indien ze het erover eens konden worden al het overige te beschouwen als secundair, bijkomstig, als niet noodzakelijke, niet wezenlijk bepalende kenmerken van religie, zouden ze zich kunnen concentreren op het onderzoek van de persoonlijke openbaringen – de mystieke ervaring, de topervaring, de persoonlijke verlichting – en van het B-kennen [de topervaring, PD] dat daaruit zal voortvloeien.

(Uit: Religie en topervaring)


Slotsom
D
oorredenerend komt Maslov tot de slotsom dat een van de gevolgen van de aanvaarding van ‘de opvatting van een natuurlijke, algemene, fundamentele, persoonlijke religieuze ervaring is, dat daardoor ook atheïsme, agnosticisme en humanisme hervormd zullen worden’. Genoemde richtingen hebben volgens Maslov godsdienst te veel met kerken vereenzelvigd: ze hebben te veel verworpen.

Religions, Values, and Peak-Experiences | Abraham H Maslow | 7 oktober 2019 | 122 pagina’s | 20,75 – (Ook via Amazon)

Beeld: apofyliet.nl
Update 18/19 03 2025 (Lay-out, links) Boekrecensie op basis van Nederlandse editie Religie en Topervaring – 2018.