Oer, een (r)evolutionair scheppingsverhaal

Oer_1200x628-kaal-670x351

Natuurkundige Cees Dekker, tekstschrijver Corien Oranje en theoloog Gijsbert van den Brink schreven samen, vanuit christelijk perspectief, een scheppingsverhaal waarin geloof en evolutie samenkomen. Oer, het grote verhaal van nul tot nu ligt vanaf vandaag in de winkel en stopt 14 miljard jaar in 128 pagina’s, ‘historisch en spannend’. ‘De twee onbekenden vertelden me over vroeger, over het begin van de tijd en van de ruimte, vele tijdperken geleden. Ze vertelden me over iemand die ze Schepper noemden, en aan wie ik blijkbaar mijn bestaan te danken had. Het was een bizar verhaal, en ik vond het moeilijk om het te geloven.’

Wat een ongelofelijke reis. Wat een duizelingwekkende rollercoaster. Een avontuur dat bijna veertien miljard jaar geleden begon, en dat zo vaak dreigde te mislukken dat het een regelrecht wonder is dat ik er nog ben. Ik had er ondanks alles geen seconde van willen missen. En het beste moet nog komen. ‘Laat het opschrijven,’ zeiden mijn vrienden. ‘Voor wie dan?’ vroeg ik. ‘Jullie waren er zelf ook bij.’ ‘Voor de mensen,’ zeiden ze. ‘Doe het voor hen, want het is niet alleen ons verhaal, het is ook hun verhaal. Ze moeten het weten, ze komen immers nog maar net kijken. Vertel ze wat we hebben meegemaakt.’ Ik was niet meteen enthousiast over het idee. ‘Homo sapiens? Ze zijn zo beperkt. Ze kunnen het niet bevatten.’ ‘Geeft niet,’ zeiden ze. ‘Gebruik hun taal, gebruik woorden die zij kunnen begrijpen. Probeer het gewoon, Pro. Als ze maar een heel klein beetje een idee krijgen.’
(Uit Proloog, in Oer
)

Corien Oranje vertelt op haar website dat de hoofdpersoon een proton is, dat in de eerste seconden na de oerknal ontstaat. Zij moest zich dus verdiepen in wat er allemaal gebeurde in die eerste tijdperken na de oerknal, in molecuulvorming, in de werking van DNA, in het ontstaan van de aarde en het ontstaan van het leven, en in de Bijbel.

Maar ik ben blij dat ik me erin heb vastgebeten, want het was fascinerende stof, en ik ben die stokoude protonen, neutronen en zelfs de elektronen toch meer gaan waarderen.’
(Corien Oranje)

Ik weet het niet,’ zegt Proton, ergens in het begin van het verhaal. Hij wilde dat hij scherpzinniger was, dat hij precies kon begrijpen wat Achaton hem vertelde, dat hij gevatte antwoorden kon geven, maar het lukte hem niet.

Dan hadden we jou hier niet gezien. Laten we het daarop houden.’ ‘Maar het mooie was,’ zei Kalon, ‘de krachten bleken onderling perfect op elkaar afgestemd. De zwaartekracht, de elektromagnetische kracht, de sterke en de zwakke kernkracht: de Schepper heeft ervoor gezorgd dat ze vrienden zijn geworden.’ ‘Nou …’ zei Achaton. ‘Vrienden …’ ‘Oké, vrienden is misschien te sterk uitgedrukt. Collega’s dan, een team. Partners. Ze voelen elkaar perfect aan, alsof ze altijd al hebben samengewerkt. Met z’n vieren voeren ze één grote dans uit ter ere van de Schepper.’
(Uit Oer, in Oer)

Het was al te laat,’ zegt verteller Proton, verderop in Oer. Hij vertelt dan over de nanoseconde die voorafging aan een botsing.

We konden elkaar niet ontwijken. In de nanoseconde voorafgaand aan de botsing voelde ik geen angst, hooguit teleurstelling, dat dit het was, dat het allemaal voorbij was nog voor het goed en wel begonnen was. Ik zou er niet achter komen wat het plan was, waarover Kalon en Achaton het gehad hadden, dat plan van de Schepper. Ik zou nooit te weten komen wat de bedoeling was van dit heelal. De klap was hevig. Heel even voelde ik de enorme hitte die me overspoelde en bezit van me nam. Daarna was er niets meer.’

‘Is-ie nou wakker, of niet?’ hoorde ik iemand zeggen. ‘Gaat het wel goed met hem?’ ‘Geen idee. Hé, hallo! Jij daar!’

(Uit Kosmos, in Oer)

Vorige week schreef Oranje op haar site dat zij bijna drie jaar geleden samen met Dick het Pieterpad liep. Zij waren halverwege in Gelderland, toen zij in haar mobiel een mailtje ontdekte van wetenschapper Cees Dekker, met wie zij samen Het geheime logboek van Topnerd Tycho schreef.

Of ik nog een boek wilde schrijven, samen met hem en met theoloog Gijsbert van den Brink, maar dan voor volwassenen. Een hervertelling van het grote verhaal van onze wereld, op een manier die recht zou doen aan wetenschappelijke bevindingen én aan de Bijbel.’
(corienoranje.nl)

Oer, het grote verhaal van nul tot nu | Ark Media | april 2020 | ISBN-10: 903380218X | ISBN-13: 9789033802188 | 128 pagina’s | € 14,99 | Bij de lokale boekhandel! | ‘Dit aansprekende boek past in een lange en rijke traditie waarin wetenschappers gedreven door hun geloof proberen de oorsprong en evolutie van ons heelal te duiden, van de oerknal tot het leven op aarde. Het delen van deze fascinatie en passie voor de natuur is een universeel goed dat ons allen dichter bij elkaar brengt, ongeacht onze persoonlijke overtuiging.’ (Robbert Dijkgraaf, hoogleraar natuurkunde en directeur Institute for Advanced Study Princeton)

‘Ik geloof omdat het absurd is’

personal-coach-success

Er was weer eens een voordracht over de vraag of God bestaat. ‘God bestaat, en er zijn goede redenen om dat te geloven,’ luidde de titel van de lezing die hoogleraar geloof en wetenschap (VU) Gijsbert van den Brink (auteur van En de aarde bracht voort) hield tijdens de studiedag van het boek Mijn Vader, uw Vader van Bram van de Beek. En dan over het hoofdstuk Bestaat God?. ‘Iets kan alleen een godsbewijs zijn als het alle redelijk denkende mensen overtuigt van het bestaan van God.’

Van den Brink verbaast zich over de antithese in het boek. Eerst lijkt Van de Beek (emeritus hoogleraar theologie VU) te ontkennen dat God bestaat, maar in het tweede deel wordt dat op tal van manieren bestreden.

De belijdenis van het bestaan van God wordt door Van de Beek zeer omzichtig benaderd. Het bestaan van God, zo zegt hij Tillich na, kan alleen maar bevestigd worden als we ons realiseren dat God geen entiteit is zoals andere entiteiten.(…) Terwijl niemand in een foutief godsbegrip een reden zal zien om het bestaan van God te ontkennen, zegt Van de Beek ronduit dat God in dat geval niet bestaat.’

Klassiek gesproken volgt de vraag hoe God bestaat op de vraag of Hij bestaat.

Immers, pas als we weten dat God bestaat, heeft het zin om door te vragen naar de precieze aard van zijn bestaanswijze (‘bestaan’ is nu eenmaal geen predicaat maar voorwaarde voor predicatie). Maar Van de Beek haalt deze twee vragen, die de kerk altijd zo zorgvuldig onderscheidde, door elkaar. De vraag of God bestaat wil hij blijkbaar pas beantwoorden als eerst duidelijk is hoe God bestaat. En als daarop niet het goede antwoord volgt, dan bestaat God blijkbaar niet.’  

Van den Brink stelt helder dat het eerste wat in een christelijke godsleer gezegd moet worden is: God bestaat, punt. Over goede redenen voor het geloof in Gods bestaan hoort hij Van de Beek niet.

Wel spreekt hij veel over godsbewijzen. Het is alleen jammer dat hij nergens definieert wat een godsbewijs precies is. Impliciet hanteert hij een hele strikte definitie: iets kan alleen een godsbewijs zijn als het alle redelijk denkende mensen overtuigt van het bestaan van God. En tot dusver niet alle redelijk denkende mensen overtuigd zijn geraakt van het bestaan van God, is het duidelijk dat godsbewijzen niet werken. Je hoeft ze dus eigenlijk niet eens te bestuderen (wat Van de Beek dan ook nauwelijks doet), het staat in feite bij voorbaat al vast dat ze ondeugdelijk zijn.’

Afhankelijk van waar iemand zich precies bevindt in zijn denken, vindt Van den Brink, bijvoorbeeld over het ontstaan van de kosmos, of over de orde in de wereld, of over de doelgerichtheid in de evolutie, kunnen godsbewijzen wel degelijk tot inzicht leiden.

Over godsbewijzen, door de hoogleraar geloof en wetenschap beter godsargumenten genoemd, wil hij niet schermen met anderen door evidence, bewijsmateriaal. Hij verwijst naar de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga die laat zien dat het, om te geloven op een manier die epistemologisch in de haak is, helemaal niet nodig is om te kunnen wijzen op evidence voor het geloof, dus om er godsbewijzen op na te houden.

Dat komt doordat Plantinga (met vele anderen) een zogeheten externalistische kennistheorie verdedigt, waarbij het mogelijk is om over kennis te beschikken zonder dat je kunt vertellen hoe die precies tot stand gekomen is (bepalend daarvoor is of onze kennisproducerende vermogens naar behoren functioneren). Plantinga en de zijnen geven allerlei voorbeelden van zulke doorgaans betrouwbare ‘beliefs’ die niet evidence-based zijn. Aan de hand van Plantinga zou ik dus prima het gesprek aan kunnen gaan met collega’s die menen dat alleen evidence-based science tot kennis kan leiden.’

Van den Brink vindt het belangrijk dat die collega’s (die niet-gelovig zijn) inzien dat het helemaal niet onredelijk is om in God te geloven. Hij vindt het jammer dat Van de Beek mensen als Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder (En dus bestaat God), Stefan Paas en Rik Peels (God bewijzen) niet noemt.


‘Ik geloof omdat het absurd is’ (Latijn: Credo quia absurdum) Het moet wel waar zijn, omdat het zo absurd is; het moet wel waar zijn, omdat het strijdig is met de rede, het verstand) (ANW)(Niet letterlijk) uitgesproken door kerkvader Tertullianus, naar wie Van den Brink verwijst in zijn lezing. Van deze kerkvader is de uitspraak: ‘De zoon van God is gestorven; dit is geloofwaardig, omdat het absurd is. En eenmaal begraven herrees hij; dit is zeker, omdat het onmogelijk is’.


Zie: God bestaat, en er zijn goede redenen om dat te geloven (Theoblogie)

Beeld: vgeorgiev.org

En de aarde bracht voort… alweer een evolutiedebat

Endeaardebrachtvoort.jpg

Weer een congres over de theologische implicaties van evolutionaire schepping? Destijds in 2011 organiseerde ForumC, het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederland Protestantisme en de afdeling Wetenschapsgeschiedenis van de VU een congres over anderhalve eeuw evolutiedebat in protestants-christelijk Nederland. In september 2017 wederom een debat, nu naar aanleiding van het boek En de aarde bracht voort, van Gijsbert van den Brink over christelijk geloof en evolutie. Toch niet een herhaling van zetten van het debat over schepping en evolutie, zoals wetenschapshistoricus Ab Flipse in 2011 stelde?

Het Reformatorisch Dagblad (RD) kopte destijds angstig: Omarmen evolutie opstap naar ontkerkelijking.

Sympathie voor het creationisme was vrijdag tijdens het debat nauwelijks te bespeuren bij de inleiders en de forumleden. Slechts prof. dr. Gijsbert van den Brink vormde daarop een gunstige uitzondering. Onder meer theoloog en forumlid Taede Smedes parkeerde het creationisme samen met het atheïsme in de hoek van de ideologieën. Tekenend voor de moeite die sommige aanwezigen hadden genomen om zich te verdiepen in het Bijbelse creationisme was de opmerking van promovendus Wolter Huttinga, een van de inleiders: ‘Nee sorry, daar heb ik geen zin in.’ (RD)

Het RD concludeerde destijds: ‘Hoewel forumlid Taede Smedes ontkende dat het omarmen van de evolutietheorie een aanjager is geweest van de secularisatie, spreken de feiten boekdelen.’

Trouw schreef in 2011 dat als een geoloog zou zeggen dat de aarde honderden miljoenen jaren oud was, gereformeerde voormannen uit zouden barstten in hoongelach. ‘Dat zijn zulke fabelachtige getallen’, zo stelde de theoloog Herman Bavinck vast. ‘Net zoals sommige heidenvolken die hanteren.’

GatInTheorie

Destijds verwees Trouw naar de in 2010 overleden gereformeerde bioloog Jan Lever die het in het televisiereportage bij de NCRV lukte om, samen met zijn collega’s, de meeste gereformeerden met de natuurwetenschappen te verzoenen via een theologisch compromis: als je een starre interpretatie loslaat, stelde Lever, hoef je je geloof niet te verliezen.

Aan de evolutietheorie, stelde Lever de verontrusten gerust, kunnen mensen geen moraal ontlenen. Het zegt alleen iets over hoe de aarde geworden was. “Hij benadrukte daarmee dat hij in de lijn van Kuyper dacht: evolutie is als proces acceptabel, maar als wereldbeschouwing ontoereikend. Die opvatting werd uiteindelijk dominant. God kan, zo zeiden de dominees Lever voortaan na, ook heel goed via evolutie geschapen hebben. Flipse: ‘Tot de dag van vandaag vind je deze opvatting in de kerk.’ (Trouw)

Evolutie dus. Hoe serieus moeten we die wetenschappelijke theorie nemen, vraagt Weet wat je gelooft, het kennisplatform over de Bijbel, Geloven en Kerkzijn zich nu af en zegt dat orthodoxe christenen daarover zijn verdeeld, maar de theorie steeds vaker als gegeven aanvaarden.

Het debat is op 22 september 2017 overdag in congrescentrum De Schakel in Nijkerk. Een dag ‘vol stevige maar open theologische gesprekken tussen evolutionair theïsten, creationisten en oorsprongsagnosten’. Er wordt gesproken over hoe sterk de evolutietheorie staat; natuurlijke selectie, creatuurlijk lijden en het karakter van God; gemeenschappelijke afstamming en theologische antropologie, en evolutietheorie en heilsgeschiedenis: schepping, historische Adam, zondeval en verlossing.

Ook al blijft het lastig uit te leggen hoe dit zich verhoudt tot hun orthodoxe geloof. Maar stel dat het waar is… wat zijn dan de theologische implicaties? Kunnen we terecht stellen dat ‘evolutionaire schepping’ ons geloof in en vertrouwen op God niet aantast? Welke consequenties heeft de theorie van ‘gemeenschappelijke afstamming’ voor ons mensbeeld, en is ‘natuurlijke selectie’ te rijmen met het godsbeeld dat de Bijbel ons presenteert?’ (Weet wat je gelooft)

In zijn boek En de aarde bracht voort, over christelijk geloof en evolutie, onderzoekt Gijsbert van den Brink de consequenties van evolutie voor een orthodoxe christelijke theologie en meent dat er op elke uitdaging waarvoor evolutie de theologie stelt een antwoord te geven is dat zich goed verdraagt met gereformeerde orthodoxie.

Als hij gelijk heeft, hoeft niemand zich dus nog zorgen te maken of geloof in God, ook in orthodoxe en gereformeerde zin, nog wel mogelijk is, gesteld dat evolutie onomstotelijk vast zou staan. Tegelijk maakt hij er geen geheim van, dat het ‘totaalplaatje’ er op onderdelen wel anders uit komt te zien.’ (Weet wat je gelooft)

En de aarde bracht voort | Gijsbert van den Brink | Pagina’s 200 | Boekencentrum | Paperback | VBK Media | ISBN 9789023971535 | Verschijnt op 22 juni 2017 | Stel dat de standaard-evolutietheorie klopt. Wat betekent dat dan voor het christelijk geloof? Voor mijn geloof? In dit boek onderzoekt dr. Gijsbert van den Brink de mogelijke gevolgen van acceptatie van de evolutietheorie voor vragen als: Hoe kijken we naar de Bijbel? Hoe zit het met lijden en dood, met Adam en Eva, met de zondeval – en hoe is de mens dan beeld van God? Sluiten bovendien toevallige mutaties de voorzienigheid van God niet uit? Van den Brink wil christenen met dit boek helpen ontdekken of en hoe orthodox geloven en evolutie kunnen samengaan. (Boekencentrum)


UPDATE – Zie: Boekpresentatie aan de VU op 22 juni 2017

Zie voor boek en debat: Evolutie. Stel dat het waar is

Cartoon: users.skynet.be