Bergrede Jezus bevrijd van kerkelijk leergezag

Juist in deze tijd ‘zoeken mensen richting en houvast in onze wereld zonder kaders’. Voor (jonge) mensen kan de Bergrede van Jezus een leerweg voor het leven zijn. Daarmee krijgen zij handvatten aangereikt om zich ‘om te keren en in Gods Koninkrijk te gaan leven’. Is dat Koninkrijk er dan nú al? Inderdaad, leert Jezus. En voor álle mensen. – Decennialang bevrijden velen Jezus eveneens van allerlei leergezag, zoals Frédéric Lenoir. Theoloog Bas van der Graaf doet er nu ook een bevrijdend boekje over open: Levenslessen van Jezus.

‘Jezus accepteert zijn dood omdat hij geen andere uitweg heeft om trouw te blijven aan zijn boodschap, die onverdraaglijk is voor de religieuze autoriteiten van zijn tijd’
(Filosoof en godsdiensthistoricus Frédéric Lenoir)

‘Veel te radicaal’
Van filosoof Dallas Willard (1935-2013) leerde Van der Graaf dat de Bergrede een leerweg voor het leven kan zijn. De theoloog geeft nu in Levenslessen van Jezus (2025) woorden aan de Bergrede zoals Jezus dat bedoelt. Bevrijd van kerkelijk leergezag. ‘Mensen krijgen handvatten om zich om te keren en in Gods koninkrijk te gaan leven’. Eerder dacht hij nog dat de Bergrede ‘veel te radicaal’ zou zijn, en dat die ‘niet te doen!’ is om toegankelijker te maken.

‘Er is iets nieuws opengegaan’
Jezus’ Bergrede blijkt vol levenslessen. Gelovigen en niet-gelovigen krijgen inzicht in wat hij aan mensen liefdevol kenbaar wil maken. Van der Graaf voelde zich na een stressvolle periode en sluimerende burn-out letterlijk in zijn hart geraakt, en begrijpt door die ervaring beter wat Jezus zegt.

‘Ik ben dingen die hij zegt op een andere manier gaan begrijpen. Dit was ook het moment dat ik dacht: “Ik wil als dominee gesprekken gaan voeren over de diepere dingen van het leven.” Deze levenscrisis was achteraf ook iets moois. Er is iets nieuws opengegaan.”
(Uit: Levenslessen van Jezus)

‘Anders gaan denken’
Jezus zegt dat mensen zich kunnen ‘omkeren en in Gods Koninkrijk gaan leven’. Volgens Van der Graaf was het Koninkrijk er al vóór de schepping en is Jezus zelf die ingang: Hij maakt de deur open. ‘Je hoeft alleen maar om te keren.’  En omkeren betekent ‘kom tot inkeer’. De theoloog verwijst naar het Griekse metanoia.

‘De letterlijke betekenis van dát woord is: anders gaan denken, op andere gedachten komen, ander inzicht krijgen.’
(Uit: Levenslessen van Jezus)

Het Koninkrijk is ‘beschikbaar’
Jezus zegt dat dit koninkrijk nabij is. Volgens Lucas 14:21 kan het zelfs ín ons zijn. ‘Vergelijk het maar met wifi: die zie je niet, maar als je connectie maakt, blijkt die je leven te omringen. Wifi is beschikbaar. Datzelfde geldt voor het koninkrijk. Het is dichterbij dan je denkt.’


Filosoof Dallas Willard (1935-2013)

Willard geeft een verhelderende illustratie bij wat Jezus met ‘nabij’ bedoelt. ‘Het is cruciaal om te begrijpen dat toen Jezus verkondigde dat het koninkrijk “beschikbaar” was – de Engelse uitdrukking is at hand – dat hij dit bedoelde zoals iemand met een handgebaar tegen een gast zegt: ”Hier is de eetkamer”.’

Koninkrijken van aardse machthebbers
Van der Graaf vertelt dat er nog meer koninkrijken zijn. Die van ons eigen ego, en de vele koninkrijken van de wereld.

‘Koninkrijken van aardse machthebbers, influencers, levensstijlen. Je hoeft niet ver te zoeken om ze te ontdekken. Koninkrijken zijn ten diepste geestelijke realiteiten die invloed en macht willen uitoefenen. Dat kan in de goede of de kwade zin zijn.’
(Uit: Levenslessen van Jezus)

Leren leven in Gods Koninkrijk

De gouden regel
De gouden regel staat ‘in het grote verband van de hele Bergrede’. Levenslessen van Jezus gaat daar op in. En is terug te vinden in het spreekwoord: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ Van der Graaf ziet in de variaties van deze uitspraak ‘de negatieve vorm’. ‘Het draait om iets níet doen, omdat je het zelf ook niet fijn zou vinden’. Jezus gebruikt ‘de positieve vorm’:

‘In de gouden regel vat Jezus het nog één keer samen: “Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo.”.’
(Uit: Levenslessen van Jezus)

Compassie en mededogen
En dat dan niet ‘knarsetandend’, zoals een levensles stelt, maar op dezelfde manier dat ‘voor anderen doen, datgene waarvan je zou hopen dat ze het ook voor jou doen’. Doe het met ‘compassie voor en mededogen met alle levende wezens’, zoals het boeddhisme leert. Van der Graaf verwijst hiermee naar andere tradities die de gouden regel ook kennen, zoals de islam en het confucianisme. De kern van Jezus’ gouden regel is ‘in vrijwel alle geloofstradities of levensfilosofieën terug te vinden’.


‘De Bergrede is een bron van inspiratie geweest voor een radicaal leven’ 

Levenslessen van Jezus staat niet op zichzelf. Meer en meer wordt Jezus bevrijd van allerlei leergezag. Niet alleen door Willard en Van der Graaf, maar decennialang al door vele anderen, zoals bijvoorbeeld Frédéric Lenoir. Haaks hierop staat Rome: alleen het ‘Leergezag van de Kerk waarborgt de juiste Bijbeluitleg’.

‘Jezus bleef volgens Frédéric Lenoir wel trouw aan wat hij noemde ‘de wil van zijn vader’ en is niet gestorven omdat God behoefte had aan smart, maar eenvoudigweg omdat Jezus tot aan het einde toe trouw bleef aan de waarheid die hij kwam brengen. Dat is zonder twijfel, vervolgt Lenoir, de reden waarom zijn woorden tweeduizend jaar later nog zo juist klinken.’
(In: De filosofie van Christus, met dank aan de Verlichting, Relifilosofie, 2015 )

Jezus’ trouw aan de waarheid
Frédéric Lenoir stelt in De filosofie van Christus dat de kerk het christendom terugbracht tot het niveau van een godsdienst (met zijn rituelen en dogma’s) en een moraal (van plicht en onderworpenheid) zoals vele andere, en zich heeft laten omkopen door macht en geld.

Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring
Paus Franciscus (1936-2025) van de Rooms-Katholieke Kerk stelde in 2013 dat ‘alleen het Leergezag van de Kerk de juiste Bijbeluitleg waarborgt’. Hij verwees naar de Dogmatische Constitutie Dei Verbum (1965). Franciscus had geen boodschap aan het feit dat Jezus tot het einde toe trouw bleef aan de waarheid die hij kwam brengen.

‘Alles wat gezegd wordt over de manier van interpreteren van de Schrift is uiteindelijk onderworpen aan het oordeel van de Kerk, die zich bezighoudt met de goddelijke opdracht het Woord van God te bedienen, te beschermen en te interpreteren.’
(Uit: De Dogmatische Constitutie Dei Verbum, 1965)

‘Het christendom is meer dan een religie’

Onverdraaglijk voor andere ‘koninkrijken’
Jezus accepteert zijn dood, zegt Lenoir, omdat hij ‘geen andere uitweg heeft om trouw te blijven aan zijn boodschap, die onverdraaglijk is voor de religieuze autoriteiten van zijn tijd’. Helaas geloven Rome en vele andere (religieuze) autoriteiten anno 2026 alleen in hun ‘eigen koninkrijk’.

Bronnen:

* Levenslessen van Jezus – Leren leven in Gods Koninkrijk | Bas van der Graaf | Uitgeverij Groen | Paperback | 9789088974205 | 1e druk | 200 pagina’s | 17 april 2025
* Paus: ‘Leergezag Kerk waarborgt juiste Bijbeluitleg’
(RKdocumenten.nl 2013)
*
De dominee en de influencer over identiteit, cancellen en de levenskunst van Jezus (Trouw, 8 februari 2026)
* De filosofie van Christus, met dank aan de Verlichting (Relifilosofie, 2015)

Beeld:
Cover Levenslessen van Jezus (detail)

Foto filosoof Dallas Willard: Yale Center for Faith & Culture
Beeld De Bergrede: De Deense schilder Carl Heinrich Bloch (1834–1890) ‘De Bergrede wordt wel de kern van het Nieuwe Testament genoemd. Voor velen is deze toespraak van Jezus over het koninkrijk door de eeuwen een bron van inspiratie geweest voor een radicaal leven.’ (levenindekerk.nl)

Waar is Spinoza als je hem nodig hebt?

Spinoza toonde de mens niet als een hoger wezen dan de andere op aarde, zegt historicus Tineke Bennema. Zij schrijft in de Volkskrant dat het tijd wordt dat we andere mensen, dieren, planten en stenen beschouwen als een heilige eenheid. ‘De relatie van Nederlanders met de natuur is volkomen uit het lood, het is een hysterische verhouding van uitersten, van dominantie en angst, van vernietigen en herstellen, van uitbuiten en ophemelen.’

‘De opvatting die ik heb over God en de natuur wijkt sterk af van de late christenen.
Ik beschouw God namelijk als de in de dingen wonende oorzaak van alles,
niet als een oorzaak buiten de dingen.
Alles is volgens mij in God en beweegt zich in God.’

(Spinoza)

Bennema verwijst niet alleen naar de ‘uitzonderlijke en verguisde’ Spinoza, maar ook naar het confucianisme, taoïsme en de islam die de mens eveneens zagen als een wezen niet hoger dan de andere op aarde.

De mens heeft zijn functie, net als de andere. Sterker nog, hij werd pas gelukkig als hij zichzelf ziet als niets bijzonders en alles om zich heen heel schoon vindt: andere mensen, dieren, planten, stenen, planeten, en respecteert en beschouwt als een heilige eenheid. Waarin hij zijn plaats kent.’

Het zou helpen als die gedachte weer leidend wordt, stelt Bennema. In het, soms zelfs doorgeslagen, fundamentalistisch-atheïstische Nederland roept het meteen weerstand op om religieuze zienswijzen te herintroduceren.

Maar ook voor hen kan heiligheid in de vorm van respect voor de natuur een inzicht zijn.’

Het christendom en de westerse filosofen waren vooral gericht op de cognitieve vaardigheden van de mens (‘ik denk, dus ik ben’) en hadden weinig oog voor de plaats van de mens in de natuur.

Zonder water en lucht had Descartes niet lang kunnen denken/bestaan. Ze stelden dat de natuur er was voor de mens om van te profiteren en te domineren. Dat was Gods wens zelfs. Het jodendom en christendom plaatsen eerst God boven de natuur en daarna de mens erbuiten als plaatsvervangend heerser.’

Heel anders dan in andere religies en filosofieën, waarin de mens een nederig onderdeeltje is van de aarde, van de kosmos en daarmee een goddelijke eenheid vormt.

Maar so far voor de westerse vermeende almacht van de mens: hij heeft als heerser nu een vet probleem, omdat hij heeft gefaald de aarde eronder te houden, en de planeet zal de mens laten branden in de hel. Het zou de mens moeten doen twijfelen aan zijn heerschappij.’

Zonder een herziening van de Nederlandse houding ten opzichte van de natuur kan de technologie ons als deus ex machina ook niet redden, vindt de historicus.

Er is een totaal andere, fundamentele switch nodig, een niet-materiële kijk. Te beginnen met het verwerven van kennis over de natuur, hoe systematisch en mooi elk onderdeel in elkaar steekt en een rol vervult die een andere ondersteunt. Met nieuwsgierigheid, verwondering, een portie nederigheid.’

Zie: Opinie: Het wordt tijd dat we andere mensen, dieren, planten en stenen beschouwen als een heilige eenheid (de Volkskrant, Tineke Bennema, augustus 2022)

Beeld: academieopkreta.com
Tekening: mystiekeschool.nl

‘Theeïsme’, een esthetische en ethische religie

JapanseTheeStefanieDeGraef

Over de kunst van in de wereld zijn. – Als je Het boek van de thee, van Kakuzo Okakura*, leest, valt direct op dat er vooral over schoonheid (in de ziel) wordt gesproken. Over levenskunst, de kunst van het denken en de kunst van hoe in het leven te staan. Het gaat over thee – dat oorspronkelijk als medicijn werd toegepast en later pas geleidelijk een drank werd – en de theeceremonie in relatie met esthetiek: zuiverheid en harmonie, respect. Maar ook over wederzijdse liefdadigheid en de romantiek van de sociale orde. In een andere vertaling wordt gesproken over de kunst van thee, in de 15e eeuw in Japan verheven tot een esthetische religie, het ‘theeïsme’.**

Leerstellingen van zen
D
e kamer waarin thee gedronken wordt, de theekamer – Okakura weidt er een apart hoofdstuk aan – dient een verfijnde schoonheid uit te stralen. Bloemen en schilderijen spelen er een belangrijke rol, maar mogen elkaar niet in weg staan. Alleen als het passend is, esthetisch verantwoord, kan een schilderij samengaan met een kunstzinnig geschikte bloemenpracht of één bloem. Ook een beeldhouwwerk kan passend zijn. De theekamer weerspiegelt veel van de leerstellingen van zen: de maat ervan bijvoorbeeld is vastgesteld op basis van een passage uit de soetra van Vikramadytia, een allegorie waarin echter gezegd wordt dat voor de ware verlichte ruimte niet bestaat. Elders stelt Okakura dat de theekamer

bij zen – net als in de boeddhistische theorie van vergankelijkheid en haar eis dat de geest over de materie heerst – alleen als tijdelijk onderdak voor het lichaam heerst’.

Daarom ook werden de theekamers heel broos gebouwd. Behalve theekamers waren er de theescholen. Waarschijnlijk noodzakelijk, want de dichter Li-Chilai had het over

de totale verspilling van fijne thee door onbevoegde knoeiers’.

Er waren perioden en scholen: onderverdeeld in die van de gekookte thee, de geslagen thee en de getrokken thee, al naar de geest van de tijd. De verschillende manieren van thee zetten, kenmerken volgens Okakura de verschillende emotionele drijfveren van de Chinese Tang-, Sung- en de Ming-dynastieën.

Theeceremonie
O
kakura schrijft over de theemeesters. Zij stelden hoge eisen aan de theekamer. Belangrijk voor hen was dat onder alle omstandigheden de gemoedsrust moest worden bewaard en gesprekken zo gevoerd dienden te worden dat zij de harmonie van de omgeving niet bedierven. Ze hebben bijgedragen aan de kunst, niet alleen door hun interieurdecoraties en architectuur, de fabricage van gebruiksvoorwerpen (keramiek) voor de theeceremonie, schilder- en lakkunst, maar ook beroemde tuinen in Japan zijn door hen vormgegeven. De theemeesters bleken ook meesters te zijn op andere gebieden, zoals het regelen van huishoudelijke zaakjes, het verfijnen en opdienen van gerechten, het dragen van de juiste gewaden, onderwijs in de juiste geest om bloemen te benaderen. Vooral ook hebben zij

de nadruk gelegd op onze aangeboren liefde voor het eenvoudige en ons de schoonheid van de nederigheid laten zien’.

Cha-King
E
r is zelfs een apostel – en beschermgod van de Chinese theehandelaren – van de thee: Luwuh (8e eeuw). Hij werd volgens Okakura geboren in een tijd dat boeddhisme, taoïsme en confucianisme naar een gemeenschappelijke verbinding zochten. Luwuh ziet in de theeceremonie dezelfde harmonie en orde die over alle dingen regeren. Hij schreef de Cha-King, een uitgebreide verhandeling over thee: over het wezen van de thee, het gereedschap, het sorteren van de bladeren, beschrijvingen over de thee-uitrusting, de manier waarop thee gezet moet worden en de kookfases. Maar ook schrijft hij over de theeplantages en geeft hij een opsomming van beroemde theedrinkers.

Filosofie van het boeddhisme
O
ver kunst(waardering) is in Het boek van de thee ook een apart hoofdstuk, evenals over bloemen. De thee(kamer), bloemen en kunst, lijken ondergeschikt aan de filosofie van het boeddhisme, de Chinese en Japanse vorm van zenboeddhisme en het taoïsme. Maar niets blijkt minder waar – deze filosofieën blijken nauw verweven met thee, bloemen en kunst. Over dat laatste zegt Okakura dat de kijker de juiste geesteshouding moet ontwikkelen om de boodschap te ontvangen en de kunstenaar moet weten hoe die over te brengen. En dat geldt ook voor andere kunstuitingen, zoals muziek, literatuur en toneel.

‘Taoïsme in vermomming’
M
et Het boek van de thee wil Okakura een brug leggen tussen het Oosten en het Westen en doet dat via de thee die in het Westen een symbool werd voor de Aziatische cultuur. Al meer dan een eeuw vormt dit boek een uiterst fijnzinnige introductie tot het Aziatische leven en de filosofie. Volgens hem vertoont het ritueel van het serveren van thee nauwe banden met het taoïsme en zen, een theeceremonie was ‘taoïsme in vermomming’. Okakura hoopt dat de westerling zich gaat verdiepen ‘in het taoïsme, zenboeddhisme, de kunst van het bloemschikken en het waarderen van esthetische zaken’. De theeceremonie schildert hij af als een

eredienst voor het Onvolmaakte, een liefdevolle poging het mogelijke tot stand te brengen in het onmogelijk iets dat wij als leven kennen’.

Okakura formuleert het fraai als hij schrijft dat

via de vloeibare amber in het ivoren porselein de ingewijde in aanraking zal komen met de zoete terughoudendheid van Confucius, het opwekkende van Lao Tsu en het hemelse aroma van Sakyamuni (Boeddha)’.

Hetboekvandethee

Confucianisme
Z
o leren we dat Tao het Pad betekent, en ook wel de Weg, het Absolute, de Natuur, de Opperste Rede en de Manier. Naar Lao Tsu (6e eeuw v.Ch., grondlegger van het taoïsme) wordt verwezen, die over Tao sprak als ‘een ding dat alomvattend is, dat was geboren voor hemel en aarde bestonden. (…) Het staat alleen en verandert niet’. Volgens Okakura kan het taoïsme niet begrepen worden zonder enige kennis van het confucianisme en andersom. Maar de belangrijkste verdienste ligt volgens hem op het gebied van de schoonheidsleer, over de ‘kunst van in de wereld zijn’.

Het taoïsme aanvaardt de wereld zoals die is en probeert, dit in tegenstelling tot het confucianisme en boeddhisme, schoonheid in onze wereld van smart en zorgen te vinden.’  

De kunst van in de wereld zijn
D
e kunst van in de wereld zijn vind je ook weer terug bij zen, waarover Okakura zegt dat in zen erkend wordt dat het aardse van even groot belang was als het spirituele, en dat Tao de basis levert voor de esthetische idealen, die praktisch worden dankzij zen. Een mooie uitspraak is die over de Leegte:

Wie van zichzelf een leegte weet te maken waarin anderen vrij binnen kunnen treden, kan meester over iedere situatie worden. Het geheel weet altijd over het deel te heersen.’

Het boek van de thee geurt fijntjes naar ‘theeïsme’, een esthetische maar ook ethische religie.

Bron:

* Het boek van de thee | Kakuzo Okakura | 1906 | uit het Engels vertaald door Hans Dütting | 2012 | uitgeverij Aspekt | Kakuzo Okakura (1862-1913) was de zoon van een ex-samoerai en wordt aangeduid als een van de boeiendste figuren uit de Japanse intellectuele geschiedenis van het negentiende-eeuwse Japan. Zijn boek is een essay over de culturele waarde van de theeceremonie en over Japanse kunstvormen. Hij probeert filosofisch een brug te slaan tussen het Oosten en het Westen.

** Er bestaat ook een vertaling van Het boek van de thee, met als ondertitel Geschiedenis & ceremonie – theeïsme, de kunst van de thee (2015). Dit is uit het Engels vertaald door Alfred Scheepers & Daniël Mok, van uitgeverij Abraxas Zuider-Æmstel.

Beeld: Japanse thee – Stefanie De Graef (geboren 1980 in Gent, woont en werkt in Drongen) gaat liefst op reis om inspiratie op te doen voor haar illustraties. Haar schetsboek reist overal met haar mee. Ze houdt van de tastbaarheid van materialen en probeert die te verwerken tot een andere realiteit. De verwondering om het leven vormt een belangrijke inspiratiebron waarbij de drang naar schoonheid steeds weer de bovenhand neemt.