Zijn we wel vrij met vakantie?

Ede2015

Uit dagblad Trouw – We proppen onze vrije dagen vaak vol met nieuwe belevenissen. Maar kom je daardoor bij? Het filosofisch elftal vraagt zich af hoe vakantie écht vakantie wordt.

ALEXANDRA VAN DITMARS

De vakantietijd breekt aan. Het woord ‘vakantie’ komt van het Latijnse vacare: vrij zijn, leeg zijn. Maar het is verleidelijk om deze periode vol te plannen met reizen, leuke uitstapjes en met zaken die zijn blijven liggen. Het gevolg: we zijn alsnog niet echt vrij. Is dat prima, of moeten we deze weken ook gebruiken om de leegte op te zoeken, om rust te krijgen in onze geest? Vakantie vieren, hoe moet je dat eigenlijk doen?

“De oorspronkelijke betekenis van vakantie geeft aan dat je vrij hoort te zijn van verplichtingen, dat je agenda leeg is”, zegt politiek filosoof Ivana Ivkovic. “Maar wij hebben de neiging om onze agenda vol te zetten met nieuwe afspraken en activiteiten. Als we inzien dat we de rust misschien wat meer moeten opzoeken, proberen we die leegte vervolgens ook te plannen. Dat wordt dan een weekje mindfulness of een yoga-retreat. Alleen is dat geen werkelijke leegte, want leegte is juist iets wat je niet kunt organiseren. We weten in deze tijd vol prikkels en smartphones niet meer hoe niets te doen. Zelfs als we vakantie hebben. Terwijl leegte misschien juist is wat we nodig hebben.”

Paul van Tongeren, emeritus-hoogleraar ethiek in Nijmegen en Leuven, denkt hiervoor de oplossing te hebben: “Ga wandelen. Wie werkelijk niets doet, wordt al snel lamlendig. Je moet dus wel iets doen. Maar het gevaar daarvan is dat je niet ontspant. Wandelen is de ideale manier om te ontspannen, terwijl je toch bezig bent. Het is daarmee de perfecte vakantiebezigheid. Het is bovendien heel goedkoop, dus iedereen kan het doen. Je hoeft je niet druk te maken over waar je heengaat: bij wandelen draait het om de weg zelf, niet om het doel. Het brengt vertraging met zich mee, als antidotum tegen deze snelle tijd. Daarmee helpt het ons om in het ‘nu’ te zijn, iets wat we tegenwoordig vaak lastig vinden, maar wel willen. Tijdens het wandelen zie je ook nog eens heel veel: allerlei groeisels, huizen en mensen waar je normaal geen oog of tijd voor hebt. En het zorgt ervoor dat je tot jezelf komt, met name als je het alleen doet of in stilte. Wie wandelt, slaat vanzelf aan het denken. Het is dan ook niet verrassend dat er in de geschiedenis van de filosofie nogal wat wandelaars zijn. Wittgenstein, Nietzsche, Rousseau, Montaigne – ze waren allemaal fervent wandelaar.”

Een gemiddelde vakantieganger gaat natuurlijk niet wandelen om filosofische problemen op te lossen. “Maar elke wandeling leidt vanzelf tot waardevolle gedachten. Nietzsche zei dat je aan geen enkele gedachte geloof moet schenken ‘die niet in de vrije lucht geboren is en bij vrije beweging, – waarin niet ook de spieren feestvieren’. Daar sluit ik me bij aan. Wanneer wij wandelen, komt er een verbinding tussen denken en lichaam tot stand. Als we het lichaam buitenspel zetten, worden gedachten vaak op een slechte manier abstract. Een gedachte die wandelend ontstaat ademt een eenheid van lichaam en geest, die gedachten ontstaan achter een bureau niet hebben. Een wandelvakantie is daarmee een groot goed.”

Ivkovic: “Wandelen kan een inderdaad een recept zijn voor nietsdoen. Dat betekent immers niet dat je stil blijft zitten. Het gaat erom dat je een bepaalde routine opzoekt waarin je je gedachten vrij kunt laten. Ik heb dat zelf vroeger ook ervaren met sportklimmen. Maar ik vrees dat vakantie tegenwoordig niet meer een periode is waarin je alle tijd hebt om gedachten op een rijtje te zetten. Vakantie staat nu meer in het teken van werk. Het is een periode geworden waarin we opladen, zodat we daarna weer uitgerust aan het werk kunnen. Dat is iets heel anders dan vakantie als welverdiende rust na het werken, omdat je soms ook wat vrije tijd verdient. Het recht op vrije dagen werd vroeger afgedwongen door socialisten en arbeidersverenigingen. Nu zien werkgevers het vaak als belangrijke aanvulling voor de productiviteit van hun werknemers. In de zon liggen omdat je dat gewoon fijn vindt is iets heel anders dan zonnen omdat je batterij halfleeg is. Dan is vakantie een compensatie voor de dingen die je in het dagelijks leven mist: rust, en daarmee waarschijnlijk ook familietijd en het bekijken van mooie dingen. Als je merkt dat je écht vakantie nodig hebt, is die vakantie een goede periode om wat kritischer naar je dagelijks leven te kijken: hoe komt het dat je leven zo is ingericht, dat je er kennelijk van leegloopt? Kan je iets veranderen in je dagelijkse routine waardoor dat niet zo is? Dat zal lastig zijn, want we zitten met z’n allen vast in een productiviteitscyclus. Maar het is goed op die vragen te reflecteren. Misschien tijdens een wandeling inderdaad.”

Van Tongeren: “Bij wandelen heb je alleen niet zelf de regie over dat waarover je gaat nadenken. Je kunt natuurlijk proberen om wandelend over een specifieke vraag na te denken, maar mijn ervaring is dat vervolgens andere gedachten zich opdringen, of je wilt of niet. Ik denk dat dat komt doordat we continu dingen zien, opslaan en ergens bewaren in ons lichaam of onze geest, omdat we er op dat moment geen tijd voor hebben; eigenlijk een soort prullenmand of vuilniszak met afval. Bij het wandelen krijgt die opslag die je meedraagt de kans om naar buiten te komen, en daarmee om ons inzichten te geven. Je geeft ruimte aan zaken die je nog onbewust meedraagt. En dan komen er soms hele mooie bloemetjes uit dat vuilnis. Wandelend geef je het onverwachte de kans om tevoorschijn te komen. En de mooiste vakantie is toch die waarin, in positieve zin, iets onverwachts gebeurt.”

Trouw, Theologisch elftal, 17 juli 2019

Zie: Zijn we wel vrij met vakantie?

Foto (Niet uit de krant): PD