‘God bestaat steeds minder’

Godbestaatsteedsminder

‘God is een typisch gevalletje van projectie; menselijke intuïtie is geen bewijs voor God; gebeden worden niet verhoord; wonderen bestaan niet’. Dit zijn een aantal favoriete argumenten tegen Gods bestaan. ‘De overtuiging dat God niet bestaat, wint aan overtuiging,’ zegt theoloog Marinus de Jong. Onlangs schreef hij een boekje over 21 redenen om (niet) in God te geloven. Hij wordt geïnspireerd door de Tsjechische priester Tomas Halik, die stelt dat het atheïsme aandacht vraagt voor de verborgen kanten van God. Maar eigenlijk probeert De Jong slechts aan te tonen dat God ongrijpbaar is: Hij laat zich niet vangen in onze overtuigingen.

Er zijn steeds meer mensen die niet in God geloven. Het atheïsme is de snelst groeiende geloofsovertuiging ter wereld, zo toonde recent onderzoek aan. Dat geldt vooral, maar niet alleen, voor de westerse wereld. Dit gaat dus ook over Nederland: steeds meer mensen geloven niet in God. (Uit: Altijd groter)


2. God as immaterial and yet with biological functions is unconvincing
It’s self-contradictory to say God is ‘immaterial’ and in the same breath say God sees, hears, speaks, and feels—all of which are functions of biological, material organisms. What does God ‘see’ with if not a material eye? ‘Hear’ with if not a material ear? ‘Speak’ with without a material mouth? These descriptions of God are self-contradictory and nonsensical. (H. McKenna, Ph.D. – Senior Lecture, History of Religious Ideas, University of California Irvine – Huffington Post)


De 21 redenen plukte Marinus de Jong uit de Huffington Post (God Is Unconvincing To Smart Folks) en houdt ze nu tegen het licht in Altijd groter, dat weer een bundeling is van De Jongs blogs bij de EO zoals Geloof is biologisch verklaarbaar; Jezus vond wonderen ook niet erg overtuigend, en: Is God de oorzaak van het ontstaan van de kosmos?

Er zijn veel redenen waarom geloven in God niet overtuigend is. Hoe kan God nou goed zijn terwijl er zoveel kwaad is? En wat te denken van de Bijbel; er zijn toch zoveel heilige boeken? En een intuïtie dat God bestaat, dat is biologisch goed te verklaren.’ (Uit: Altijd groter)

Volgens uitgever Vuurbaak bespreekt theoloog Marinus de Jong in dit boek de 21 redenen, maar niet om te laten zien dat ze niet waar zijn. Ook niet om te concluderen dat geloven in God onzinnig is. Hij gaat op zoek naar hoe deze redenen ons helpen om onze gedachten over de ongrijpbare God te scherpen. Dat hij een God is die steeds weer aan onze beelden ontsnapt en zich niet laat vangen in onze overtuigingen.


12. God is not a convincing cause of the universe
God is not a solution as to the origin of the universe but only another layer of mystery. What caused God? It’s more believable that a material universe emerged from preexistent matter or energy than from a non-material Mind. (McKenna – Huffington Post)


altijdgroter

De Jong verwijst naar filosoof Ludwig Andreas Feuerbach die zei dat God een psychologisch trucje van de hersenen is, een projectie van onze angsten en verlangens. Wij zijn bang voor de dood, dus bedenken we een God die ons een hemel geeft. Nietzsche deed volgens de Jong daar nog een schepje bovenop: het zijn dus de mietjes die in God geloven. Geloof in God is het ultieme zwaktebod. De echte, sterke mens weet dat hij het zonder God moet doen. Maar God is altijd groter, zegt de Jong. Hij vraagt zich ook af of wetenschappers kunnen bepalen of God bestaat.

Wetenschap werd geboren in de schoot van de kerk: in de kloosters. Wetenschap begon met nieuwsgierigheid naar God en aanbidding van God met het verstand. Eeuwenlang was de relatie tussen wetenschap en geloof harmonieus en wederzijds verrijkend. De wetenschap opent de ogen voor de schoonheid van God zelf. Zij geven meer inzicht in wie God is, hoeveel Hij kan en heeft gedaan en waarvan Hij geniet. Verklaren in vertrouwen leidt niet tot geloofsafval. Het leidt tot verdiepte aanbidding van de God die nog mooier is dan Zijn schepping.’ (Uit: Altijd groter)

Volgens De Jong mag God dan altijd groter zijn, maar Hij is ook dichtbij. Hij verwijst dan naar Abraham Kuyper die zei: ‘Tienmaal liever gedweept en gedwaald met deze warme en bezielde pantheïsten [alles is God], dan bevroren en versteend bij het afgemeten en wezenloos deïstisch [God laat deze wereld aan zijn lot over] gezeur’.

Pantheïsme, vandaag de dag erg populair, betekent dat deze wereld zelf eigenlijk God is. God is dan een manier om het bijzondere, het verhevene van de wereld zelf te benoemen. God is niet ergens anders of iets anders en dus ook geen persoon. Uiteindelijk betekent pantheïsme ook: God,  dat ben je zelf.’ Deïsme betekent dat God de wereld ooit maakte, maar zich er nu niet meer mee bemoeit. Hij is als een horlogemaker die de wereld en de mens prachtig maakte, maar het horloge heeft verkocht. Dit zijn allebei uitersten die door het orthodox-christelijk geloof altijd zijn vermeden. Kuyper sluit daarbij aan, maar wil met zijn dilemma laten zien dat we God niet te los van de wereld moeten maken.’  (Uit: Altijd groter)

Altijd groter | Marinus de Jong | Uitgever: Vuurbaak | april 2018 | ISBN 9789055605392 | 104 pp. | €12,50

Zie ook: 21 redenen om (niet) in God te geloven

Beeld: De schepping van Adam is een onderdeel van het fresco op het gewelf van de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad geschilderd door Michelangelo rond 1511.

‘Het leed van dat beeld Gods, daar op straat’

Street_Sleeper_1_by_David_Shankbone

‘Is er onder de velen die in kerken, synagogen en moskeeën hun gebeden uitspreken en hun loflied zingen, nog iemand die begrijpt dat je godsdienstige waarheden niet moet zeggen, maar moet uitleven?’ Een uitspraak van rabbi Abraham Joshua Heschel, geciteerd door hoogleraar filosofie aan Emory University, George Yancy, in zijn artikel Is uw God dood? in The New York Times. Hij zegt hierin dat Heschel waarschuwt voor ‘een uiterlijke naleving van rituele wetten, vermengd met onwaarachtigheid en zelfingenomenheid; een opvoering van religieuze gebruiken als een vorm van opportunisme’.

Hoe durven we voor God te verschijnen, met onze gebeden, terwijl we wreedheden begaan tegen zijn enige beelddrager: de mens?’ (Heschel)

Yancy stelt de vraag of uw God dood is, of u Hem hebt begraven in de grootse, versierde crypten van uw godsgebouwen, of u met uw theologie, uw luidruchtige, statige gebeden en uw begaafde redevoeringen de grafrede heeft ingeluid. Ook aan zijn handen kleeft bloed, zegt Yancy zelf, schuldbewust, want hij ontliep de mogelijkheid om iets heiligs te ontdekken in het gelaat van de Ander.

Ik weet vrij zeker dat ik wegkeek, toen ik onlangs vanuit een ooghoek een dakloze zag naderen. Het lukte me niet om in die dakloze man mijn naaste te ontdekken.’ (Yancy)

Volgens Yancy waarschuwde Abraham Joshua Heschel (1907-1972) – een in Polen geboren, joods-Amerikaanse rabbi en activist die in Duitsland studeerde met Martin Buber en later goede vrienden werd met Martin Luther King jr. – geregeld voor het gevaar van theologische en religieuze oppervlakkigheid, voor onze neiging om ons meer druk te maken over de zuiverheid van dogma’s dan over de waarachtigheid van ons liefhebben.

Ook verwijst Yancy naar theologe Elisabeth T. Vasko die schrijft dat menszijn zijn bestaansrecht vindt in relatie tot de ander. Als er nog maar een klein beetje leven in uw God aanwezig is, vervolgt Vasko, dan kunt u hem begeesteren door de nabijheid van dat gebroken gezicht – van die dakloze – te zoeken.

Als uw God dood is, dan ligt wederopstanding verscholen in de erkenning van de pijn en het leed van dat beeld Gods, daar op straat.’

Yancy zegt moeite te hebben met het gebrek aan godsdienstige en theologische woede, over armoede in eigen land en wereldwijd, over racisme en white supremacy, over seksisme, klassendiscriminatie en homofobie, over treiterij, opgetrokken muren, alternatieve feiten, immigratiestops en xenofobie. Hij verwijst weer naar Heschel die ons eraan herinnert dat als we ons leven op leugens bouwen, onze wereld in een nachtmerrie kan veranderen. Ook wijst hij erop dat de Holocaust niet plotsklaps tevoorschijn kwam.

Hij is over meerdere generaties ontstaan en was geworteld in een leugen: namelijk dat de Jood verantwoordelijk was voor alle sociale gebreken, voor alle individuele noden. Decimeer de Joden en alle problemen verdwijnen als sneeuw voor de zon.’

Yance zegt nu dezelfde tekenen te zien en heeft Joodse mensen gesproken, wiens ouders Hitlers tirannie konden ontvluchten, maar die alle seinen op rood zien springen nu Trump aan de macht is. Yance verwijst naar Heschel als die schrijft dat een profetisch woord een schreeuw in de nacht is, en wacht nog op het moment dat zo’n schreeuw hem wakker schudt.

Het is die schreeuw, die diepe, existentiële weeklacht, die ons schuldig doet ontwaken en ons doet zien dat we ‘God liefhebben’, maar de arme vergeten, de vluchteling weigeren, muren bouwen, de vreemdeling uitbannen; dat we bidden en lofprijzen in bekrompen en gesegregeerde ‘heilige’ plaatsen, waar racisme, seksisme, patriarchisme, xenofobie, homofobie en onverschilligheid wonen.’

Ten slotte vertelt Yance dat in een gesprek met Martin Luther King, in 1968, Heschel vroeg waar God vandaag woont. Yance stelt diezelfde vraag vandaag, maar moet het antwoord schuldig blijven.

Heschel vraagt ook: ‘Waar is moreel religieus leiderschap vandaag te vinden?’ Ik kijk om me heen, maar zie het niet. Misschien kom je me, zoals Diogenes de Cynicus, bij daglicht tegen met een lamp. Maar in plaats van te zoeken naar een eerlijk mens, tref je me in de catacomben van je eigen maaksel, met de vraag: ‘Is uw god dood?’

Zie: Is uw God dood? (De Nieuwe Koers) – ‘Is uw God dood? Nee, ik bedoel niet de god van de filosofen of de wijsgeren, maar, zoals Blaise Pascal het formuleerde, de ‘God van Abraham, God van Izak, God van Jacob.’ (George Yancy)

Foto: David Shankbone‘Street Sleeper 1 in New York City’

Christendom filosofisch beschouwd in Overdenkingen

OverdenkingenRutten

‘Ik had daadwerkelijk het idee dat er buiten de wiskunde en logica, tezamen dan met mijn interesse in geschiedenis en muziek, helemaal niets meer was. Ik begon een leegte te voelen. Een enorme leegte.’ Aldus filosoof Emanuel Rutten in zijn boek Overdenkingen, gericht op zijn wijsgerig denken over het Christendom, waarin hij een existentiële en ook ethische waarachtigheid vond, een wijsgerige diepgang en een sublieme esthetiek die hij tot dusver nog bij geen enkele filosoof was tegengekomen.

In mijn jaren in Delft betekende religie helemaal niets voor mij. Het betekende zo weinig dat ik mijzelf niet eens atheïst zou hebben genoemd als iemand mij ernaar zou hebben gevraagd. Het onderwerp bestond eenvoudigweg niet. De weg naar het christendom is bovendien lang geweest.’ (Uit: Overdenkingen)

Overdenkingen is een essaybundel waarin een groot deel van Ruttens wijsgerige bijdragen van de afgelopen jaren over het christelijk geloof gebundeld zijn. Deze handelen over de vraag naar de redelijkheid van het geloof in God, het lijden in de wereld, het persoonlijk christelijke leven, en meer in het algemeen over het christendom als wereldbeschouwing.

En toen stond op een dag Heidegger op het programma. Die dag zal ik nooit meer vergeten. Nooit meer. Marinus ging in op Heideggers zijnsleer en op de ontologische differentie tussen de zijnden en het zijn, en ik werd op slag verliefd. Verliefd op de filosofie, verliefd op Heideggers manier van beschouwen, verliefd op deze intens verdiepende manier van denken. Zo kan men dus ook rationeel zijn, dacht ik.’ (Uit: Overdenkingen)

Rutten schrijft onder meer over de redelijkheid van het christelijk geloof. Voor hem is het christendom een (theïstisch) wereldbeeld dat de zeven criteria die hij ontwikkelde voor wereldbeelden, uitstekend doorstaat. Ook staat hij stil bij het lijden in de wereld, en over God en de moraal. En hij vraagt zich af wanneer je jezelf een christen kunt noemen en of religieuze ervaring mogelijk is. Hij overdenkt Goden breken van Marc de Kesel, het goddelijke bij Georges Bataille en het heilige bij Rudolf Otto.

Tijdens mijn jaren aan de VU raakte ik ook steeds meer in contact met het christendom, en daarin vond ik een existentiële en ook ethische waarachtigheid, een wijsgerige diepgang en een sublieme esthetiek die ik tot dusver nog bij geen enkele filosoof was tegengekomen. Dit heeft mij ertoe aangezet mij nog veel verder te verdiepen in het christendom, en na verloop van tijd wist ik het. Dit is mijn ‘best account’. Dit is mijn manier van leven. Dit is mijn wijze van in de wereld zijn. Dit is wat ik ben: christen.’ (Uit: Overdenkingen)

Overdenkingen | Emanuel Rutten | Uitgeverij Stad op een berg | ISBN: 9789082186994 | April 2017 | Winkelprijs: € 15,95

EmanuelRuttenDr. ir. Emanuel Rutten (1973) is filosoof. Hij is als onderzoeker en docent verbonden aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam (zowel binnen het Abraham Kuyper Centrum voor wetenschap en de grote vragen als binnen centrum Ethos voor maatschappelijke transformatie). Het onderzoeks- en onderwijsterrein van Emanuel omvat de relatie tussen geloof en wetenschap, het evalueren van de rationaliteit van seculiere en religieuze wereldbeelden, kennisleer en speculatief realisme, logica en retorica, en esthetiek. (Uitgeverij Stad op een berg) (Foto: Twitter)

Religiekunde past prima in religieus-pluriforme maatschappij

Caravaggio
Volgens priester Anton ten Klooster spreekt in de wereld van de 21ste eeuw het merendeel van de bevolking geen neutrale taal als het om religie gaat: het is een diepgeworteld vertrouwen, een innerlijke overtuiging en een moreel richtsnoer. Hij is dan ook wars van het invoeren van een strikt neutrale beschouwing van religie: dat leidt volgens hem tot wereldvreemde burgers. Het omgekeerde is waar.

Ten Klooster reageert op vijf religiewetenschappers die onlangs in de NRC pleitten voor religieonderwijs omdat kennis van religie essentieel is om de wereld van de 21ste eeuw te begrijpen. Zij willen een vaste plek voor religiekunde in het voortgezet onderwijs omdat er nu te weinig aandacht is voor religie in het onderwijs: zo leren we de wereld en onszelf niet kennen.

Het helpt natuurlijk niet wanneer scholieren nauwelijks iets meekrijgen over religie. Inzicht in de verschillende vormen van de islam, jodendom en christendom is onontbeerlijk in een religieus-pluriforme maatschappij als Nederland.’ (NRC)

Volgens de vijf religiewetenschappers is het niet de vraag of je de toekomst van religie een warm hart toedraagt. Kennis van religie, net als kennis van Engels en economie, vinden zij noodzakelijk om de uitdagingen van de 21ste eeuw aan te gaan.

We kunnen ons hoofd niet in het zand steken en hopen dat religie als vanzelf verdwijnt. Daarom pleiten wij voor een vaste plek voor religiekunde in het voortgezet onderwijs.’ (NRC)

Promovendus aan Tilburg University Ten Klooster geeft een voorbeeld van waartoe een ‘vermeend neutrale beschouwing van religie kan leiden’ op de site NieuwWij. Hij noemt Dimitri Verhulst en zijn Bloedboek. Ten Klooster zag Verhulst bij Pauw.

De presentator en schrijver Dimitri Verhulst gingen, ongehinderd door kennis van zaken, in gesprek over de Bijbel. Los van de taal van de Bijbel, de cultuur waarin ze ontstaan is, en de geschiedenis van haar interpretatie, gingen ze los op het ‘Bloedboek’.’ (Ten Klooster)

Het voorbeeld van Verhulst geeft te denken, maar anders dan gesteld door Ten Klooster. Verhulst was heel (katholiek) gelovig tot zijn dertiende levensjaar, was ook ter communie gegaan en besloot op een avond niet meer te bidden. Hij is dus allesbehalve religieus neutraal opgevoed en toch komt hij tot een boek als Bloedboek. Zou hij religiekunde hebben gehad op school, dan zou hij wellicht juist veel meer begrepen hebben van religies en goden die er op de wereld zijn. Misschien is juist het indoctrineren van subjectieve religies fout: kinderen kunnen heel fanatiek worden voor dat ene geloof: want dat is ‘het ware’, dat hebben ze meegekregen als waarheid.

Religiekunde kan juist voorkomen dat er fanatisme opstaat omdat je dan veel meer begrijpt van religies en mensen die in God geloven. Verhulst zou het Bloedboek dan nooit geschreven hebben, omdat hij nuances zou hebben leren kennen. Maar ik kan me voorstellen dat een priester geen voorstander is van religiekunde; hij heeft natuurlijk liever dat het katholicisme gedoceerd wordt. Verhulst laat zien waartoe dat kan leiden. Tot wereldvreemde burgers.

Parijs afgelopen weekend laat meedogenloos zien hoe doodlopend fanatisme is. Ook binnen de islam kunnen gelovigen vervreemden indien zij  als enig ware religie de islam met de paplepel ingegoten krijgen: voor de moslim geldt eveneens dat als hij meer over andere levensbeschouwingen, religies en goden had geleerd, hij een genuanceerder beeld hiervan had gekregen. Religiekunde zou alle gelovigen minder wereldvreemd kunnen maken: de balken in eigen ogen eindelijk kunnen ontwaren in plaats van de splinter in die van de ander. Moeilijker te bestrijden zijn schijnheilige terreurorganisaties als IS, die de islam en Allah misbruiken om hun eigen barbaarse en goddeloze heerschappij te vestigen.

Zie:

Illustr: Het offer van Izak’ door Caravaggio. Olieverf op doek (204 × 135 cm) – ca. 1603 – Galleria degli Uffizi, Florence (statenvertaling.net)

Zijn de goden nu aan de humanisten overgeleverd?

fallofthegiants
Het geloof in de menselijke macht, wat de kern van het humanisme genoemd kan worden, hoeft niet het geloof in de goddelijke macht uit te sluiten. – Dit staat in het tijdschrift Radix, waarin theoloog en religiewetenschapper Martijn Stoutjesdijk en theologe Roshnee Ossewaarde stellen dat het misleidend is om het humanisme met het atheïsme gelijk te stellen, en om het christendom en het humanisme tegen elkaar uit te spelen.

Als ik het redactioneel lees, dan lijkt er wel sprake van een nieuwe verlichting binnen het humanisme, waarin onderkend wordt dat religie gelovigen en ongelovigen bezighoudt: want anders dan de beruchte secularisatiethese voorspelde, is religie niet van zins te verdwijnen uit deze door en door rationalistische en sciëntistische maatschappij.

Nog niet zo lang geleden was dat nog anders. De radiospotjes van 2008 klinken nog altijd door. Toentertijd stelde het Humanistisch Verbond al dat ze niet kwetsend waren bedoeld. Het wilde benadrukken niet godsdienstig te zijn en achtte de vrijheid van godsdienst, van levensbeschouwing, een groot goed.

De antigodsdienstige tendens binnen het Humanistisch Verbond leidde in 2008 tot een veelbesproken radioreclame waarin verkondigd werd dat het geluid van religies steeds harder klinkt en het humanisme zonder de financiële steun van de luisteraars ‘aan de goden is overgeleverd’.

In het christelijke, multidisciplinair wetenschappelijk kwartaaltijdschrift Radix betogen Stoutjesdijk en Ossewaarde nu dat het humanisme geenszins het geloof in God uitsluit.

Het moderne humanisme is immers mogelijk gemaakt door het christelijke beamen van de mens en van het sterfelijke leven. Het geloof in de menselijke macht, wat de kern van het humanisme genoemd kan worden, hoeft niet het geloof in de goddelijke macht uit te sluiten.’

Het blad stelt in het redactioneel dat religie wordt betwist, naar nieuwe manieren zoekt om zich te uiten en op onverwachte plaatsen opduikt. Het schrijft over het ‘losmakingsproces’ van religie in de jaren zestig en heeft het over post-religieuze identificatiefiguren als Jan Wolkers, Gerard Reve en Maarten ’t Hart (foto: Universiteit Utrecht). In Radix schrijft ook promovendus Jesseka Batteau, die in 2014 in haar proefschrift het werk van genoemde auteurs onderzocht.

De schrijvers leverden verhalen en beelden waarmee het publiek zich kon identificeren en waarmee ze hun eigen post-religieuze identiteit konden uitdrukken,’ aldus Batteau. Volgens haar zijn de boeken en performances van de auteurs belangrijke referentiepunten geworden in de secularisatiegeschiedenis van Nederland en de collectieve herinnering aan een religieus verleden.’

schrijvers
B
atteau concludeert dat post-religiositeit geen kwestie is van het verzwijgen van het religieuze verleden, maar juist datzelfde verleden positioneren tegenover een bevrijd heden. Een soortgelijke beweging is de laatste decennia zichtbaar geworden bij het Humanistisch Verbond.

Het gaat in Radix vooral over de plaats van religie in de samenleving van de 21e eeuw. Over  ‘neo-pentecostale evangelicale’ kerken; het sociale gedrag van diverse religieuze stromingen in Nederland, en het feit dat mede dankzij de voortgaande globalisering zich vandaag de dag een veelheid aan culturen en religies aan ons opdringt. Maar, zo stelt het blad:

Gelukkig is het denkpotentieel van het neocalvinisme van Abraham Kuyper en de zijnen ook wat deze vraagstukken betreft nog niet uitgeput. Volgens Richard Mouw (filosoof en theoloog, PD) zijn met name Herman Bavincks theologische verkenningen van grote waarde bij de uitdagingen waar de wereldkerk in de 21e eeuw voor staat.’

Zie:
Aan de goden overgeleverd (Geloof & Wetenschap)
Redactioneel (Radix)

Illustr: Fall of the Giants from Mount Olympus, from the Sala dei Giganti; Giulio Romano; 1530-32; fresco

Simultaan wetenschappelijk denken en religieus geloven

Copernicus Planisphere
John Worrall zegt in Science Discredits Religion: ‘Wetenschap en geloof zijn in onverzoenlijk conflict met elkaar… Het is volstrekt onmogelijk om en fatsoenlijk wetenschappelijk te denken en een waarachtig religieus gelovige zijn.’ Duidelijk iemand die te plaatsen is binnen het conflictmodel waarin de interactie tussen wetenschap en religie wordt beschreven. Gelukkig zijn er ook nog andere modellen.

In de middeleeuwen waren theologie en natuurfilosofie versmolten in één systeem van kennis. Nu heb je religie en wetenschap. En hoe wordt tegenwoordig de relatie tussen wetenschappelijk en religieuze kennis het liefst beschreven? ‘Aanvullend’ of ‘complementair’. Samen kunnen ze niet door één deur, maar door twee verschillende deuren komen ze toch in dezelfde kamer en zitten ze aan één tafel. Kunnen ze het eens worden?

Tegenpolen kunnen in ieder geval lekker tegen elkaar tekeer gaan binnen het Conflictmodel. Zo’n beetje wat Worall zei. Nog altijd een populair model. Met een knipoog van Richard Dawkins die als fervent aanhanger van dit model ooit zei dat hij religies het compliment geeft dat hij ze als wetenschappelijke theorieën beschouwt en… God als een concurrerende verklaring ziet voor feiten over het heelal en het leven.

‘In het algemeen geldt dat er conflicten ontstaan wanneer wetenschap of religie zich ‘expansionistisch’ opstellen en doen alsof ze vragen kunnen beantwoorden die rechtens behoren tot het andere onderzoeksdomein.’ (G&W)

miracle
D
an het NOMA-model: Niet-Overlappende Magisteria. Dan zijn wetenschap en religie met heel verschillende vragen bezig: er kan niet eens sprake zijn van conflict! Wetenschap houdt zich dan met feiten bezig en religie met vragen over ethiek, waarde en doel. Ook niet onbelangrijk. Maar als een van de kritiekpunten wordt gesteld dat wetenschap haar succes heeft te danken aan de beperkte aard van haar vragen. Maar zelfs dat beperkte repertoire brengt feiten aan het licht die voor veel wetenschappers religieuze betekenis hebben:

Paul Davies bijvoorbeeld, een kosmoloog die geen traditioneel religieus geloof aanhangt, merkte dat de fraaie fijnregeling van de wetten die de structuur van het heelal beschrijven hem noopte om religieuze verklaringen in overweging te nemen.’ (G&W)

De Fusiemodellen. Die gaan verder dan theologie doordat ze stellen dat de inhoud van wetenschap mede de inhoud van religie levert, en vice versa. Maar ja, dat neemt dan weer het gevaar met zich mee dat je religieuze overtuigingen baseert op gangbare wetenschappelijke theorieën. Wetenschappelijke ontwikkelingen echter, gaan soms snel… en dan is je religie al gauw achterhaald.

Als alle ware kennis uiteindelijk onderdeel is van dezelfde werkelijkheid, hoe kunnen deze domeinen dan ooit gescheiden zijn? Deze wereldbeschouwing heeft boeken opgeleverd die betogen dat bijvoorbeeld de kwantummechanica bepaalde raakvlakken heeft met oosters religieus gedachtegoed, wat dan een voorbeeld is van de ‘fusie’-benadering.’ (G&W) 

Tot slot het Complementariteitsmodel. Dit model stelt dat wetenschap en religie dezelfde werkelijkheid benaderen vanuit verschillende invalshoeken, en dat ze verklaringen bieden die geenszins met elkaar concurreren maar eerder elkaar aanvullen. Dat komt er op neer, dat als je bijvoorbeeld het menselijk individu wil begrijpen, een heleboel wetenschappelijke vakgebieden nodig hebt, die elkaar ook niet beconcurreren, maar aanvullen. Hetzelfde geldt voor onze hersens en verstand: dat is ook een complementaire relatie. 

Wetenschappelijke beschrijvingen van neuronale gebeurtenissen die plaatsvinden bij hersenactiviteit, zijn complementair met de ‘ik’-taal van het persoonlijk handelen, dat een afspiegeling is van het bewuste menselijke denken. Onze voorstelling van het menselijk persoon-zijn verschraalt wanneer wij het ene niveau negeren ten koste van het andere.’ (G&W) 

Dit model wordt het meest vruchtbaar genoemd. Mensen die denken dat de kennis die hun eigen specialisme levert de enige kennis van belang is, zouden hun blik moeten verbreden en niet zo bekrompen moeten zijn. Duidelijk?!

Denis Alexander schrijft over de voors en tegens van de vier modellen in het Faraday-paper Interactie tussen religie en wetenschap: vier modellen, gepubliceerd en vertaald door ForumC en te vinden bij Geloof en Wetenschap.

De interacties tussen religie en wetenschap zijn divers en complex, zowel historisch gezien als in onze dagen. Wie de feiten wil begrijpen, kan baat hebben bij modellen. Dit paper vergelijkt vier belangrijke modellen die zijn ontwikkeld om interacties tussen wetenschap en religie te beschrijven. Van elk model worden de sterke en de zwakke kanten belicht. De conclusie luidt dat ‘complementariteit’ het meest vruchtbare model is om de relatie tussen wetenschappelijke en religieuze kennis te beschrijven.’ (G&W)

Lees ook de andere Faraday-papers: steeds helder geschreven en beslist de moeite waard.

Denis_AlexanderDr. Denis Alexander (foto: CC BY-SA 3.0) is directeur van het Faraday Institute for Science and Religion en Fellow van St. Edmund’s College, Cambridge. Ook is hij Senior Affiliated Scientist aan The Babraham Institute te Cambridge, waar hij eerder voorzitter van het Molecular Immunology Programme en hoofd van het laboratorium voor Lymphocyte Signalling and Development was.

Alexander is tevens redacteur van het blad Science & Christian Belief en auteur van Rebuilding the Matrix – Science and Faith in the 21st Century (Lion, 2001).

Zie: Interactie tussen religie en wetenschap: vier modellen

Cartoon: © Sidney Harris – sciencecartoonsplus. com

Illustr: humanistischecanon.nl – Copernicus Planisfeer. De Pool Nicolaus Copernicus wijdde zich aan het einde van zijn leven als kanunnik aan de studie van de antieke sterrenkundigen. Zijn hoofdwerk, De revolutionibus orbium coelestium, Over de omwentelingen van de hemelse sferen verscheen in 1543, het jaar van zijn dood.

Ton van Reen stuurt godgeleerden naar het gesticht

De Denkerl_gr
‘Doctor worden in iets dat niet wetenschappelijk bewijsbaar is, is natuurlijk een gotspe. Professor in de godgeleerdheid, het is de grootste idioterie die ik ooit gehoord heb.’ Schrijver Van Reen zou mooiere boeken schrijven als hij zich zou verdiepen in de filosofie, of wat hij nog erger vindt: de theologie. Beoefenaars ervan verwijst hij echter naar een psychiatrische inrichting…

In Nederland hebben we er ongeveer tweehonderd (professoren in de godgeleerdheid, PD) en gek genoeg, vooral aan erkende en befaamde universiteiten waarvan je verwacht dat ze serieus wetenschap beoefenen.’ (TvR) 

Wonderlijk, om zulke uitspraken te vernemen uit de pen van een schrijver van wie je toch op zijn minst enig filosofisch inzicht zou verwachten. Of schrijft hij zijn boeken gedachteloos? Ton van Reen (foto: ouderenjournaal.nl) lijkt onbewust zijn woede op God te koelen. ‘Filosofie,’ zegt hij, ‘is volgens Aristoteles de meest goddelijke activiteit, en een blijvende bron van vreugde.’ Dat komt echter niet binnen bij Van Reen. Theologie is voor hem natuurlijk nog erger, want die houdt zich vooral met God bezig. Voor Van Reen is het allemaal gekte.

ton-van-reenHet (de godgeleerden, PD) zijn er in ieder geval genoeg om er een psychiatrische inrichting mee te vullen. Ze kunnen daar gezelschap krijgen van mensen die denken dat ze Napoleon, Willem van Oranje of Florence Nightingale zijn. En een enkele overspannen filosoof. Mensen van hun eigen niveau, die ook allemaal doctor zijn in de fantasie.’ (TvR)

Filosofen en theologen houden zich echt niet alleen met God bezig, maar met religie, met godsdienstbeoefening, in al zijn vormen. Daarom verschijnen er bij de regelmaat van de klok studies omtrent goede en kwalijke kanten van religie. Dankzij de theologen. Filosofen doen hetzelfde, ook als zij het over levensbeschouwing hebben. Het is nu eenmaal een feit dat het merendeel van de mensheid zich serieus met religie in welke vorm dan ook bezighoudt. Juist filosofie en theologie zijn noodzakelijk om dat in goede banen te leiden, of onderzoek naar te doen.

De filosofie van het humanisme bijvoorbeeld, stelt de mens en de waarde van de mens centraal in het denken over de wereld. De cognitieve revolutie vroeg aandacht voor wat zich in de hoofden en gedachten van mensen  afspeelde. Voor de godsdienstpsychologie is humanist Abraham Maslow van groot belang. Zijn denken en dat van andere  humanisten is een inspiratiebron geweest voor  meer  existentialistische denkers zoals psychiaters Viktor. Waardevolle filosofie!

Doctoren in de filosofie tref je vooral aan tussen beroepsuitkeringstrekkers, en een enkele keer tussen toezichthouders in zwembaden en tussen de bezoekers stalkende suppoosten in musea. Meer kun je niet doen met een filosoof.’ (TvR) 

Piek- of mystieke  ervaringen, als ander voorbeeld, zijn volgens Maslow hetzelfde als wat anderen religieuze  ervaringen noemen.  Voor hem zijn ze weliswaar ontdaan van hun religieuze context,  maar wel onderdeel geworden van  het unieke menselijke functioneren. Religie wordt zo een menselijke  waarde die niet noodzakelijk van God afkomstig hoeft te zijn. Waardevolle inzichten!

Van Reen beseft nauwelijks dat religie in zowel de filosofie, de theologie en ook in de psychologie toenemend kritisch beschouwd wordt. (De Griekse filosofen hielden zich eigenlijk ook al met psychologie bezig: debatteerden aan de hand van de realiteit en het menselijk handelen over wat er zich in het menselijk brein afspeelde.) Ook psychiater en humanist Irvin Yalom houdt zich bezig met de meest diepgaande zorgen van het leven: het zijn existentiële thema’s. Filosofie betekent ‘liefde voor wijsheid’. Van Reen gooit dit allemaal overboord, hij begeert geen wijsheid.

Zie: Wijsbegeerte en Godgeleerdheid (Ton van Reen)

Foto: advalvas.vu.nl – De Denker