Voor de God van Abraham toch plaats op Arabische grond

Eigenlijk was er geen plaats om als Arabieren, op Arabische grond, God te vereren. Dat was natuurlijk een groot gemis. – Rond 600 waren er al heel wat Arabische joden en Arabische christenen te vinden, van het noorden tot in het diepe zuiden. En in die tijd bracht Mohammed de Hanifiya naar Medina. Hanifiya is de godsdienst van Abraham. De ‘Haniefen’ waren aanhangers van dezelfde God als die van de Joden en christenen, maar hielden zich bewust afzijdig van die twee godsdiensten.

De Arabieren stamden af van Ismaël, de zoon van Abraham (zo stond het in de Bijbel) en dus moesten de Arabieren, als afstammelingen van Abraham, de God van Abraham vereren en wel op de manier zoals Abraham dat had gedaan – volgens hen anders dan hoe de Joden en christenen dat deden.’

Mohammed omschreef het ware geloof als ‘de milde Hanifiya’. De Koran weerspiegelt dit zoeken naar het gematigde, voor velen aanvaardbare midden. De ware religie, zoals door God geopenbaard, aldus Marcel Hulspas in zijn boek Mohammed en het ontstaan van de islam, is een combinatie van al het waardevolle uit de joodse, christelijke en Mekkaanse religieuze tradities.

Hij [Mohammed] betrok het woord Hanief uitsluitend op zichzelf, en de enige echte Hanifiya was zijn eigen boodschap. Dat blijkt overigens ook uit de Koran, waarin uitsluitend Mohammed en Abraham zo worden aangeduid.’

De Haniefen meenden dat de Arabieren ‘terug naar Abraham’ moesten. Dat betekent dat ze dezelfde God moesten vereren als de Joden en de christenen, maar ze hoefden zich daarbij niets aan te trekken van wat die twee stromingen naderhand van God opgelegd hadden gekregen of wat ze zelf hadden toegevoegd.

Dat ‘terug naar Abraham’ had een groot nadeel. Abraham had weliswaar tijdens zijn leven verschillende heiligdommen gesticht, om God ter plaatse te kunnen vereren en hem offers te brengen, maar geen van deze heiligdommen lag echter in Arabië. De klacht dat de Haniefen niet wisten hoe ze God moesten vereren betekende wellicht simpelweg: ze hadden geen Arabisch heiligdom. Er was geen plaats om als Arabieren, op Arabische grond, God te vereren. Dat was natuurlijk een groot gemis.

De Haniefen konden dus geen éigen’ Arabisch heiligdom aanwijzen. Joden, christenen en Arabieren kwamen regelmatig bijeen bij de ‘Eik van Mamre’, waar Abraham met drie engelen zou hebben gesproken, om gezamenlijk Abraham te vereren, maar die eik stond niét in Arabië.*

De Haniefen konden uiteindelijk toch een Arabisch heiligdom aanwijzen: ‘hun’ Mekka en de Kaäba waren immers gesticht door Abraham. De Kaäba (‘het gewijde Huis’), het enige echte heiligdom van God in het hart van Mekka, zou inderdaad gebouwd zijn door Abraham, of, nóg ouder: door God zelf. Dus dáár konden zij God op de juiste wijze vereren.

* De ‘Eik van Mamre’ staat in de buurt van Hebron, op de Westelijke Jordaanoever.

Bronnen:
* Wel de God maar niet die steen
(Marcel Hulspas) (Update 09.45 uur: o.a. link hersteld)
* Mohammed en het ontstaan van de islam
| Marcel Hulspas | 640 p. | Athenaeum-Polak & Van Gennep | 2015 | € 19,99

Foto: Mohamed Hassan (PxHere)

Abraham wìst dat God zijn zoon Isaak niet zou opeisen


Wordt de slaafsheid van gelovigen gesymboliseerd door Abraham, van wie in de Bijbel gezegd wordt dat hij aan God zó trouw was dat hij bereid was zijn zoon te offeren? Geen slaafsheid, maar eerder de moed van het geloof. Volgens Søren
 Kierkegaard zou Abraham er ook van overtuigd geweest kunnen zijn, juist door zijn sterke geloof in God, dat zijn zoon Isaak gered zou worden ‘door het ongerijmde’.

‘Hij geloofde dat God Isaak niet van hem zou eisen, terwijl hij toch bereid was om hem te offeren als dat verlangd zou worden. Hij geloofde krachtens het absurde, want van menselijke berekening kon geen sprake zijn. En het absurde was immers dat God, die dat van hem eiste, die eis het volgende ogenblik zou herroepen.’ (Johannes de silentio)

Sommige critici zijn van mening dat de slaafsheid van gelovigen wordt gesymboliseerd door Abraham. Volgens Andries Visser, vertaler van Vrees en Beven van Johannes de silentio, beschouwt de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur dit boek – dat licht tracht te werpen op de hoofdfiguur Abraham – als ‘het gevaarlijkste boek uit de geschiedenis van de wijsbegeerte, omdat het een legitimatie van religieus gemotiveerd terrorisme en fundamentalisme’ biedt.

Cliteur had ook kunnen begrijpen dat je juist geen moordenaar hoeft te zijn als je God (of Allah) werkelijk gelovig bemint, want dan weerhoudt Hij je van een dergelijke gruweldaad. Terroristen en fundamentalisten trekken blijkbaar eveneens de verkeerde les uit het verhaal van Abraham en Isaak. God vraagt geen slaafsheid aan je geloof, vraagt niet om terreurdaden en moord.

‘Want wie God bemint zonder geloof, reflecteert op zichzelf, maar wie gelovig God bemint, reflecteert op God.’ (Johannes de silentio over Abraham.)

Het gaat er om vanuit welk referentiekader je leest. Filosoof en schrijver Kierkegaard (1813 – 1855) vraagt zich 150 bladzijden lang af of Abraham een moordenaar of gelovige is. Cliteur denkt het te weten en ziet terrorisme en fundamentalisme, gezien zijn uitspraak in Filosofie Magazine.*

Vrees en beven verscheen onder het pseudoniem Johannes de silentio, waarin Kierkegaard het thema ‘geloven’ onderzoekt aan de hand van het verhaal van Abraham. Hij vraagt zich onder meer af of iemand zich voor zijn daden kan beroepen op een opdracht van God.

* Filosofie Magazine, nr. 10, 2004, p.29.

Vrees en Beven, Johannes de silentio, ISBN 978 90 5573 6, Uitgeverij DAMON, Budel

Illustr: Rembrandt: Abraham en Isaak, 1635, Hermitage in St. Petersburg

Zoektocht naar een leven na ons aardse bestaan

Hoe mensen de hemel zien en waarom we het er al duizenden jaren ideeën over hebben, zijn vragen die de kern van onze menselijkheid vormen, zegt de auteur van Hierna – een cultuurgeschiedenis van de hemel, Catherine Wolff. Zij beantwoordt deze vragen in haar boek met fascinerende details. ‘Prachtig geschreven, vakkundig onderzocht en meesterlijk gepresenteerd: deze reis langs hoe de hemel door de geschiedenis heen is begrepen, is absoluut fascinerend,’ zegt schrijver en priester James Martin.

In het leven van ieder mens zijn er van die momenten waarop de sluier aan de horizon van het bekende wordt opgelicht en we een blik slaan in de eeuwigheid. We verlaten de kust van het bekende, niet omdat we op zoek zijn naar avontuur en spanning of omdat ons verstand onze vragen niet kan beantwoorden. We zeilen uit omdat onze geest op een geweldige zeeschelp lijkt, en als we ons oor daartegen leggen om te luisteren, horen we het eeuwige ruisen van de golven ver bij de kust vandaan.’
(Rabbijn Abraham Joshua Heschel, in Hierna)

In Hierna beschrijft Catherine Wolff hoe verschillende religies en geloofsovertuigingen het idee van een hemel hebben ingekleurd en hoe niet-religieuze invloeden vanaf de Verlichting tot de hedendaagse niet-religieuze visies op de hemel daarop hebben ingewerkt.

Het leven hierna kan een bestaan in de tijd of in de eeuwigheid zijn. Het kan de plaats zijn waar we vandaan komen – zoals Plato geloofde – of de plaats waar we in een mystieke ervaring heen kunnen gaan. Het kan onze bestemming zijn als we sterven of misschien pas later. Het kan om opeenvolgende stadia gaan, waardoor we geestelijk volwassen worden, zodat we kunnen ontsnappen aan de cyclus van de wedergeboorte, zoals in oosterse religies, maar het kan ook zijn dat we maar één kans op verlossing hebben. Misschien bereiken we het leven hierna zodra we sterven of misschien moeten we wachten tot het einde van de kosmos.‘
(Uit: Hierna)

Wolff vertelt dat een aanzienlijk deel van het westerse gedachtegoed pleit vóór het bestaan van God.

Eén zo’n redenering stelt dat er een God moet zijn, omdat er vanaf het begin van het universum een waarneembare, ordelijke keten van oorzaak en gevolg is. Die kan alleen worden verklaard door een eerste oorzaak, een zelfgeschapen wezen dat eenvoudig ìs.’
(Uit: Hierna)

Charles Darwin lijkt naar een schepper te hebben verlangd, zegt Wolff, een bron voor het wonder dat hij in de natuurlijke wereld opmerkte.

Zijn [Darwins] geschriften laten een groeiend besef zien dat het bij de evolutie niet alleen om fysieke eenheden ging, maar dat er religieuze en morele implicaties mee verbonden waren. Toch was er daarin geen plaats voor filosofie of een godheid – God was een projectie die tot regels leidde om door te geven. Niettemin was Darwin geïntrigeerd door het idee van onsterfelijkheid en erkende hij dat je zo’n instinctief geloof overal ter wereld aantrof.’
(Uit: Hierna)

In de vroegste uitingen van godsdienst zijn er, volgens Wolff, verhalen en gebruiken waarin bepaalde levende mensen de geestenwereld bezoeken, die wijzen op geloof in een leven na dit leven.

James George Frazer, een van de vaders van de moderne antropologie, bestudeerde het begrip onsterfelijkheid bij oervolken in Noord-Amerika, Azië en Oceanië. In elk van deze drie werelddelen geloven mensen dat er twee verschillende zielen of geesten zijn. Zij maken onderscheid tussen een ‘vrije ziel’, die tijdens een droom of trance het lichaam verlaat, en een ‘lichaamsziel’, die achterblijft. Ze onderscheiden ook een levensziel, die het lichaam van levenskracht voorziet, en een ‘doodsziel’, die bij de dood wordt bevrijd.’
(Uit: Hierna)

Hierna – Een cultuurgeschiedenis van de hemel | Catherine Wolff | KokBoekencentrum Non-Fictie | 328 blz. | Verschenen: 21-09-2021 | € 27,99

Beeld: Paradiso, Canto 14: Dante en Beatrice vertaald naar de sfeer van Mars, illustratie van Gustave Doré, uit De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri, 1885
(meisterdrucke.nl – digitaal ingekleurd)

Zeg maar je, glimlacht de Hij-God

Doe toch niet zo afstandelijk, maant God mij vriendelijk als ik hem weer eens met U aanspreek in de bossen van Lage Vuursche. Hij moet lachen en geeft me vriendschappelijk een paar stompen tegen de schouders. Niet letterlijk, want God is geest, maar toch voel ik hem om me heen, vooral als hij stompt. Dan weet ik dat Hij… eh… hij het is, en geen fantasievriendje.

Ik ben geen U of Gij of Hij, zeg maar je tegen U, sprak God. ‘Al die eerbiedskapitalen, dat schept maar afstand, terwijl ik juist zo dichtbij ben. Dat hijgerige ge-Hij. Waarom moet het beeld van mij zo patriarchaal zijn? Ik ben niet eens een hij. En ook geen zij zoals sommigen dat liever zien. Ik ben geen mens, dus geen man, en ook geen vrouw.’
‘Godzijdank.’
‘Ook geen vrouw, zei ik.’ Weer een stomp tegen mijn schouder.
‘Sommigen willen natuurlijk Godhijdank horen.’

Matthijs de Jong bijvoorbeeld, projectleider – ook weer een man – van de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap, zal eisen dat je GodHijdank zegt. ‘De hoofdletter laat Gods ‘andersheid’ zien,’ vindt De Jong… Zo lust ik er nog wel een. Er zijn mensen die wijzer zijn, die zeggen al jaren goddank, altijd goed,’ lacht God, zo uitbundig dat de dennenbomen ervan ruisen.

In de bronteksten zijn helemaal geen eerbiedskapitalen te vinden,’ zeg ik. ‘Het Hebreeuws kent zelfs geen hoofdletters. En nu moet je ineens weer U en Hij worden.’
‘Ken je nagaan! Wat is er mis met de bronteksten?’ Pats! God slaat met een hand keihard op een boomstronk. Ik zie tenminste zand en bladeren overal van de stronk afstuiven. ‘Heremetijd. Stelletje eerbiedskapitalisten!’
‘Hij staat voor mannelijk, patriarchaal, zeker als hij in kapitaal wordt geschreven. Die hoofdletter schijnt voor veel mannen extra belangrijk. Er is een studie (al in 1994) verschenen, en er zijn er meer, die de trieste en schadelijke gevolgen van een patriarchaal Godsbeeld en het doorgeven daarvan voor voornamelijk vrouwen in kerk en samenleving heeft aangetoond,’ vertel ik God. Overbodig natuurlijk, want Hij, eh… hij weet alles.
‘Ik weet het, te triest voor woorden. Daarom zien veel vrouwen mij liever als zij. Dat komt omdat mannen ervoor gezorgd hebben dat ik een patriarchale God ben. Zo konden zij hun ‘man-zijn’ kracht bijzetten. Zonde. Doodzonde. Als God ben ik voor gelijkwaardigheid. Zij is van net zo veel waarde als hij, en dat geldt ook voor iedereen die zich hij of zij voelt en alle gradaties daaromheen.’

De nieuwe Bijbel ligt al bij de drukker, dus het wordt Hij,’ zucht ik. ‘En na het drukken mag een groep vrouwelijke religiewetenschappers en theologen erover komen praten. Voor spek en bonen dus. Het boek is al drukklaar!’
‘Ineens moet de Bijbel snel klaar zijn, terwijl deze al eeuwen oud is. Dan kan je toch wel even wachten en goed overleggen of het Hij of hij moet worden? Maar eigenlijk kan het allebei niet. Zoals ik zei, ik ben geen mens, dus geen man en geen vrouw.’
Die vrouwen willen ook dat je niet mannelijk of vrouwelijk bent, maar ‘boven onze beelden uitgaat’.’
‘Beeldig! Maar wat voor beeld? Wie ben ik? Ik raak potverdrie helemaal in een identiteitscrisis.’
‘Je bent toch die je bent?’, knipoog ik.
God knipoogt terug door de zon in een flits tussen de wolken te laten schijnen. ‘O ja, natuurlijk, ik ben die ik ben. Dat zei ik nog tegen Mozes. Dat moet genoeg zijn.’
Met een high five nemen we afscheid. Mijn arm slaat door de windstoot achterover.
‘Adieu,’ zeg ik. ‘Voor mij ben je hem altijd.’
‘Hem?’ God moet zo hard lachen, dat een fikse storm opsteekt.

Beeld: Genesis 2:1-3 in de Statenvertaling (druk: Kampen, S. van Velzen Jr, 1868) – ‘De Statenbijbel uit de familie van mijn grootvader (gedrukt in 1868) is mij dierbaar en ademt grote eerbied voor God. Toch heeft die Bijbel op veel plaatsen geen eerbiedshoofdletters. Wat opvalt is dat die oude Statenbijbel eerbiedshoofdletters vooral gebruikt in teksten waar verwarring mogelijk is. Zoals bijvoorbeeld in Genesis 22:1, waar niet meteen duidelijk is of Abraham of God spreekt. Maar in Genesis 1 en 2, waar God de enige is die spreekt, staat ‘hy’ zonder hoofdletter. Hoofdlettergebruik dus in die gevallen waar dat behulpzaam is.’ (Universitair Hoofddocent Oude Testament Marjo Korpel)

Kabbala: toegankelijke mystiek in Amsterdam

MetratronPD

De tentoonstelling Kabbala, over de mystieke traditie van het jodendom, is werkelijk prachtig opgebouwd, met bijzondere boekwerken, kunstwerken en video’s. Plus heldere informatie. In twee zalen van het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Voor je het weet ben je twee uur verder en vraag je je af waarom kabbala zich niet eerder zo schitterend en toegankelijk liet zien. Een imponerende tentoonstelling die ‘de vele aspecten van kabbala toont in onverwachte combinaties van eeuwenoude objecten en moderne kunstwerken’.

Kabbala staat voor een eeuwenoude, joodse mystieke leer, die oorspronkelijk geheim was en uitsluitend met ingewijden werd gedeeld. Kabbala is onlosmakelijk verbonden met de joodse religie.’ (JHM)

Het boek van de Schepping (Sefer Yetsira) – is er te zien (11e eeuw). Door een anonieme Italiaanse kopiist met inkt op perkament geschreven en in bruikleen geschonken door de Biblioteca Apostolica Vaticana. Het is een van de fundamentele werken van kabbala. Het wordt ‘volgens de meeste geleerden’ zelfs aan aartsvader Abraham toegeschreven, en zou de essentie van kabbala bevatten, ‘de geheime leer der joden’.* Het is gebaseerd op de geheime leer van de kosmogonie, over het ontstaan van het heelal, en de kosmologie, dat zich bezighoudt met de oorsprong en de evolutie van het heelal. De Sefer Yetsira is waarschijnlijk in de tweede of derde eeuw samengesteld.
(* In: Het boek der Schepping, Rabbī ʿAqīvaʾ ben Yōse, 2001, 1e druk)

De tentoonstelling start met een ‘decompressieruimte’, waar bezoekers vanuit de vertrouwde, alledaagse wereld overgaan naar de onbekende wereld van kabbala. Werken van kunstenaars als Barnett Newman, R.B. Kitaj, Marc Chagall en Anselm Kiefer tonen hoe kabbala hen inspireerde.’ (JHW)

Kabbala zou als gids bedoeld zijn voor degenen die de bron van hun ziel willen bereiken, en wordt gezien als mystieke kennis, ‘verborgen wijsheid’, binnen het jodendom. Het is de studie van goddelijke inspiratie en profetie en wordt een weg genoemd om God te benaderen en Hem trouw te blijven. Het gaat kabbala ook om ‘Gods uniciteit, Voorzienigheid en wereldleiding’, en hoe de mens de wereld kan verbeteren door de geboden en verboden uit de Tora na te leven.

Kabbala betekent letterlijk ‘ontvangst’ en gaat ervan uit dat er ‘oerkennis’ bestaat over God, de schepping en over het functioneren van mensen. Vanaf de 20e eeuw bereikte kabbala een steeds breder publiek en werd ook een bron van inspiratie voor kunstenaars, schrijvers, filmmakers en hedendaagse pop-iconen, joods en niet-joods.’ (JHM)

Juliaan van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen noemde kabbala in 2017 meer dan ooit noodzakelijk: ‘De joodse mystiek biedt de diamanten die het leven op deze aarde draaglijk kunnen maken’.

Joodse denkers en talmudexegeten zoeken al meer dan duizend jaar naar de antwoorden op essentiële vragen over de zin van het leven. Dat heeft geleid tot kabbala, een Joodse mystiek die zich onderscheidt van een christelijke mystiek doordat het geen vorm is van extase, maar een intellectueel en karaktervormend proces’. (Van Acker)

Kabbala – de kunst van de joodse mystiek | Joods Historisch Museum | Nog tot 25 augustus 2019 | Nieuwe Amstelstraat 1 | 1011 PL Amsterdam

Gerelateerd: Kabbala als leidraad voor spirituele zelfontplooiing

Zondag 26 mei organiseert het JHM in samenwerking met de Joodse Gemeente Amsterdam het symposium De rol van kabbala in de religieuze wereld. Tijdens dit symposium vertellen drie experts over de rol van de kabbala in hun gemeenschap. Rabbijn Akiva Cammisar, Chabad Amsterdam, belicht de chassidische kant, Rabbijn Benjamin Homburger uit Bne Brak (Israël), vertegenwoordigt de Asjkenaziem en Rabbijn Joseph Serfaty van de Portugees-Israëlitische Gemeente de Sefardiem.

Foto: Metratron | Leo Villareal | New York, 2002 | Gloeilampen, plexiglas, elektrische hardware | Te zien bij Kabbala (op video) | ‘De vorm van dit lichtsculptuur is geïnspireerd op een geometrisch patroon uit de oudheid, ook wel de ‘kubus van Metratron’ genoemd. Volgens sommigen zou het een blauwdruk van het universum zijn.’ (JHW)(Foto: PD)

Nationaal religiedebat: religieuze ervaringen

Godhelm

Een religiedebat vol breinen. Een ex-gelovige breinwetenschapper, een gelovige neuropsychiater, een dogmavrij-gelovige filosoof, en de vraag wat nu praktische en maatschappelijke consequenties zijn van het denken over geloof en brein. In dat kader wordt gekeken naar het fenomeen religieuze ervaringen. Het debat wordt georganiseerd door ForumCDe Nieuwe Liefde, dagblad Trouw en het tijdschrift Religie & Samenleving. Het doel is om mensen met verschillende levensbeschouwingen rond de ‘spannende vraag’ Ben je gek als je gelooft? dichter bij elkaar te brengen.

Geloven is geen kwestie van talent, want het gaat niet om prestaties. Wel zal de één sterkere aanleg hebben voor religieuze ervaringen dan de ander,’ stelt André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Wereldwijd hebben veruit de meeste mensen wel religieus besef, het besef dat er iets groters is dan de mens of het besef dat er na de dood iets is.’ Debaters bij het Nationale Regiedebat Aleman en Michiel van Elk in gesprek in Trouw. ‘Zijn we zelf de baas over onze spiritualiteit?’

Ik ben het met emeritus-hoogleraar biologische psychiatrie Herman van Praag eens dat een biologische basis voor spiritualiteit niet betekent dat die spiritualiteit louter uit ons brein ontsproten is en dus een product van de menselijke geest.’ (Aleman)


Humanistisch psycholoog Abraham Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos. (Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont)


Volgens gelovige (zo meldt het programma) neuropsychiater Aleman (Je brein de baas) zou de religieuze ervaring ook een oorsprong van buitenaf kunnen hebben. Hij stelt dat ook dat een religieuze ervaring per definitie subjectief is.

Als iemand er iets over vertelt, moet je ervan uitgaan dat de ervaring waar is, dat de persoon dit zo ervaren heeft. Authentieke, innerlijk gedreven spiritualiteit blijkt sterker met psychische gezondheid samen te hangen dan louter meedoen omdat het nu eenmaal de cultuur is. Voor mijn geloof is de Bijbel heel belangrijk, daaraan probeer ik mijn spiritualiteit te normeren.’ (Aleman)

Ex-gelovige (zo meldt het programma) breinwetenschapper Michiel van Elk (De gelovige geest), hoofd van het Religion, Cognition & Behaviour Lab van de Universiteit van Amsterdam, zegt dat je iemand wel kan confronteren met bewijs dat al het leven op aarde is ontstaan door middel van evolutie, maar dat diegene toch zal zeggen dat zijn geloof daardoor niet onderuit wordt gehaald.

Dat is een type overtuiging dat niet verifieerbaar is en niet weerlegd kan worden door wat voor empirisch bewijs dan ook.’ (Van Elk)

Over religieuze ervaringen stelt Van Elk dat het niets uitmaakt of ze waar zijn of niet.

Je moet kijken naar de gevolgen die ervaringen hebben. Uit veel onderzoeken blijkt dat spirituele ervaringen over het algemeen heel gezond zijn. Mensen zitten lekkerder in hun vel, ze zijn minder depressief en ze leven zelfs langer. Dan kun je je afvragen of die ervaringen corresponderen met een transcendente werkelijkheid. Maar ik vind die vraag eigenlijk niet zo relevant. Spiritualiteit doet blijkbaar heel veel mensen goed.’ (Van Elk)


even niets

een gedachte houdt me bezig
plots vind ik mezelf hardlopend terug
waar net niets was dan denken
ren ik weer in zon en wind
terug in mijn lichaam, in mijn brein
vogels in de lucht

kinderen op het speelveld 
net nog verbleef mijn bewustzijn
in volkomen niets

niet in iets lichts of duisters of leegte
weer op aarde sprong het inzicht binnen
even was daar puur bewustzijn

© Paul Delfgaauw


Derde debater is filosoof en auteur Désanne van Brederode. Zij zal reageren op vragen rond brein en geloof. Opvallend dat het programma niets meldt, in tegenstelling tot de andere debaters, over haar (on)geloof. Volgens Chris Rutenfrans – in een recensie over De ziel onder de arm – is zij rooms-katholiek van geboorte, zonder ‘te leven naar een van hogerhand opgelegde moraal’. Haar geloof wortelt in dat deel van de liturgie ‘waarin brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus veranderen’.

dezielonderdearm

Zoals Christus tijdens het Laatste Avondmaal in de gedaante van brood en wijn zichzelf, zijn lichaam en bloed geeft aan zijn discipelen, zo dienen gelovigen, volgens Van Brederode, mensen te worden ‘die zichzelf aan anderen kunnen wegschenken, omdat ze hun voeding, hun sap, hun bloed van de ware wijnstok ontvangen’. Katholieker kan het niet.’ (de Volkskrant)

Rutenfrans vindt Van Bredero’s boek veel meer dan een godsdienstige verhandeling. Het is volgens hem een bundeling van sterke literaire essays van een schrijfster die haar verknochtheid aan godsdienstige thema’s een bijzonder plezierige en waardevolle vorm heeft gegeven.

Gerelateerd: Religie, humanisme en de mystieke ervaring

Bronnen o.a.:

* Zijn wij ons religieuze brein? (Trouw, 27-10-2018 – via Topics)
* Geloof, rook en liefde (de Volkskrant)
* Nationaal Religiedebat (ForumC)