‘Ook het denken is lichamelijk’

Da_Vinci_Vitruve_Luc_Viatour

Filosoof Simon Gusman buigt zich over de vraag of de geest zonder een lichaam bestaat. En wat ons lijf betekent voor wie we zijn. Hij bespreekt vijf filosofen over het verband tussen ons lichaam en ons denken: Ik denk dus ik heb een lijf. In zijn boek What Computers Can’t Do uit 1972 rekent Hubert Dreyfus af ‘met het idee dat mensen supercomputers zijn. Willen we een mens nabouwen, dan moeten we recht doen aan het lichaam. Een supercomputer zonder lichaam snapt niet wat het is om mens te zijn’. 

We berekenen niet hoe we ons tot de wereld moeten verhouden, maar beleven de wereld direct als betekenisvol. Als ik wil drinken uit het kopje koffie dat voor me staat, hoef ik niet uit te rekenen hoe ver ik mijn hand moet uitsteken om het op te pakken. Ik ervaar in één oogopslag dat het kopje is om uit te drinken en kan moeiteloos de juiste beweging maken om dat te doen. Deze betekenisvolle belichaamde verhouding tot de wereld om ons heen is wat ons bestaan kenmerkt – en is iets dat een lichaamloze supercomputer niet heeft.’

Volgens Maurice Merleau-Ponty, de filosoof die het lichaam echt op de kaart heeft gezet, is het denken van zichzelf altijd al belichaamd. Niet omdat onze geest in een lichaam zou zitten, maar omdat alle vormen van ervaren, inclusief denken, uiteindelijk lichamelijk van aard zijn. 

Ons lijf kan van alles. Als we daar actief bij nadenken, bijvoorbeeld bij hoe we onze voeten neerzetten bij het lopen, wordt het alleen maar moeilijker. Ook als we alleen maar nadenken, zijn we belichaamd: we zitten in een bepaalde houding, trommelen met onze vingers op tafel of spelen met een pen in onze handen. Al deze dingen laten zien dat de geest en het lichaam niet van elkaar los te denken zijn.’

Gusman betrekt René Descartes erbij, de filosoof van ’Ik denk dus ik ben’, bij wie het lichaam geen centrale rol speelt. Voor hem is de geest een ‘denkend ding’ dat los bestaat van het mechanische lichaam.

Het lichaam is eigenlijk niets anders dan een fontein, stelt Descartes. De geest stuurt via een klier in het brein het lichaam aan en laat zo bloedvaatjes open- en dichtgaan, alsof het pijpleidingen in een fontein zijn. Het lichaam is een machine die op deze manier bediend kan worden. Hoewel Descartes’ denkbeelden over deze kant van het lichaam misschien wat simpel klinken, vormen ze de basis van de manier waarop veel wetenschappers vandaag de dag denken over lichaam en geest.’

Jean-Paul Sartre beschrijft in zijn beroemde boek Het zijn en het niet (1943) het voorbeeld van iemand die door een sleutelgat anderen staat te bespioneren. Zolang hij dit doet, is zijn aandacht gericht op het schouwspel achter het sleutelgat. Hij is enkel een toeschouwer. Op het moment dat hij betrapt wordt, is hij zich plotseling bewust van zichzelf, hoe hij daar staat, gebogen voor de deur.

We kijken naar hoe we bekeken zouden worden door anderen. Deze buitenkant is niet hetzelfde als een objectieve beschrijving van ons lichaam. Deze manier van kijken is niet de objectieve blik van de anatoom, maar de subjectieve blik van onze medemens die zich een beeld over ons kan vormen, ons kan prijzen of veroordelen om hoe we eruitzien.’

Auto’s worden standaard gebouwd met het mannenlichaam in het achterhoofd. ‘Testdummy’s zijn gebaseerd op mannenlichamen. Als gevolg hiervan is de kans dat vrouwen letsel overhouden aan een ongeluk vele malen groter’. – Gusman verwijst hier naar Caroline Criado Perez die stelt dat  sekseongelijkheid vooral gaat over lichamelijke verschillen. Zij schrijft hierover in Onzichtbare vrouwen (2019).

Testdummy’s zijn gebaseerd op mannenlichamen. Als gevolg hiervan is de kans dat vrouwen letsel overhouden aan een ongeluk vele malen groter. Ook kogelvrije vesten en veiligheidsmaskers tegen giftige stoffen worden allemaal eigenlijk alleen maar gemaakt voor mannen, niet omdat daar specifiek voor gekozen is, maar door het diepgewortelde idee dat een mannenlichaam de standaard voor alle mensen is. Sekseongelijkheid gaat dus niet alleen om rolpatronen, maar vooral ook om lichamelijke verschillen.’

Zie: Ik denk dus ik heb een lijf (Filosofie Magazine, december 2019)

Foto: Luc Viatour – Mens van Vitruvius van Leonardo da Vinci, ca. 1490, Gallerie dell’Accademia, Venetië – De regels voor de tekening bedacht Da Vinci niet allemaal zelf; hij baseerde zich op het tiendelige handboek voor de bouwkunde van de Romeinse architect Vitruvius, De architectura geheten. Reeds in de eerste eeuw voor Christus tekende deze architect de regels voor een perfect menselijk lichaam op. Volgens Vitruvius heeft een menselijk lichaam bepaalde vaste verhoudingen.  (ciatutti.nl)

About Paul Delfgaauw

‘Zinzoeker’ Paul Delfgaauw, opleiding Religiestudies – richting Media & Cultuur (2014 – 2019) – aan de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht (eindexamenscriptie: ‘Het draagbare Joodse vaderland’), verkent sinds jaar en dag de gebieden religie en filosofie. Vanaf de eerste dag dat op de lagere school in de catechismusles de vraag werd voorgelegd waartoe de mens op aarde is, werd dat het zingevend en -zoekend levensthema. Grasduinen door boeken, tijdschriften en kranten en later de digitale media met verhalen over 'Meer' – met het innerlijk weten dat God, De Eeuwige, het Al, op Zijn wijze deel uitmaakt van al het leven. Op kritische wijze wordt zin en onzin van religie en filosofie beschouwd en eveneens het gedachtegoed van ‘niet-religieuze’ levensbeschouwingen. In deze tijd bieden internet en de sociale media wereldwijd toenemend stof tot nadenken over goden en mensen, en hun zoektocht naar elkaar. Dit blog staat niet bol en vol van de eigen ‘mening’, maar vooral van wat tot nadenken stemt. Minder toegankelijke stof wordt wat toegankelijker gemaakt door samenvattingen en/of doorverwijzingen naar relevante links, zo nodig aangevuld met passende en aanvullende teksten van anderen.

14 Responses

  1. Zwerver

    Een laatste opmerking mijnerzijds. Voor ons als mensen is om een zelf(illusie) te kunnen ervaren ook zelfbewustzijn nodig. Dat zit dan ook in de schepping meegeleverd. Daarom ervaren we ons ‘zelf’ als losstaand van het Al/Ene. Maar de Ene kan alleen de Ene zijn als er geen tweede is. Daarom heeft de Ene geen zelfbewustzijn, maar heeft hij de tweede gedácht. Die gedachte is terug te vinden in de mens als het subtiele lichaam.

    Het is dus onmogelijk om de subject/object relatie te ontstijgen. In zekere zin blijven we gevangen in die subject/object relatie. Maar dat is om ten volle de ánder te kunnen be-leven in een (naasten)liefdesvorm. Dat is ook wat transfigureren ten diepste betekent als zoon-mens. Transfigureren betekent dat de vorm is veranderd.

    De Ene blijft ondertussen onbenaderbaar binnen het bewustzijn omdat bewustzijn een ander veronderstelt. De Ene is geen ander, daarom is hij immanent in de mens aanwezig. De grap van het hele verhaal is dat er zo een mens ontstaat mét zelfbewustzijn, maar zonder een zelf. D.w.z. dat er wel een Zelf is, maar die laat zich alleen kennen als de mystieke liefde. En over liefde kunnen we beter zwijgen, die ontmoeten we in de ander. (Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen. ) Waar twee mensen in mystieke liefde elkaar ontmoeten daar is geen zelf-centrum meer.

    Overigens ben ik steeds on topic geweest. Wie de leegte kent zal zich afvragen waar die waargenomen objecten toch vandaan komen? Daar kom je bij het denken uit.

    Met bedachtzame groet;-)

    Like

  2. internettoerist

    Zwerver,

    Even recapituleren… Jij hebt hier de Boeddha en de Christus aangehaald. De verschillen die jij ziet tussen de Boeddha en de Christus, kloppen niet. Daar heb ik op gereageerd. Ik heb niet gereageerd op Pauls artikel.

    Het eerste onderzoek dat we dus dienen te verrichten, is of sommige beweringen, commentaren of geschriften betrouwbaar zijn. Dat moet ieder voor zich uitmaken. Dan kunnen we overgaan tot het onderzoek dat daarbij aanbevolen wordt. Dat kan dan bijvoorbeeld de leer van de Boeddha/Christus zijn.

    We LIJKEN inderdaad gevangen te zitten in de object-subject relatie. De leer van de Boeddha/Christus geeft ons de kans om uit die OGENSCHIJNLIJKE gevangenis te ontsnappen. De manier om daaruit te ontsnappen (waar we eigenlijk nooit in hebben gezeten), is het onderzoeken van alles wat we voor werkelijk aannemen. Dat onderzoek overstijgt de OGENSCHIJNLIJKE gevangenis van object-subject. Je loopt dus niet tegen de grenzen aan, maar je overstijgt ze. Dat onderzoek is wat de leer van de Christus/Boeddha inhoudt, de bewustwording van de eigen gecreëerde gevangenis. Dan komt inderdaad de transfiguratie binnen de mogelijkheden. Iedereen kan dit verwezenlijken. Dat is toch een groot verschil met de boodschap van de bijbel, wat dan weer bij het eerste onderzoek hoort.

    Verder zal ik het hierbij laten.
    Vriendelijke groet

    Like

  3. Kerken zijn organisaties, die gestructureerd geld ophalen om steeds machtiger te worden, door dat geld te investeren in tempels, die dan weer leden aantrekken en geld opbrengen. Gans die financiële structuur is geen doel op zich. Zowel de christelijke als de islamitische kerken, willen hun gedachtengoed, zelfs met indoctrinatie, verspreiden. Dat er corrupte leiders in de kerken aanwezig zijn, ziet men aan het luxueuze leven dat sommige van hun leiders leiden.
    Dat neemt niet weg dat het gedachtengoed verspreid wordt, ook onder de eenvoudige mensen. Dat kriekt de moraal onder de bevolking op en kan resulteren in een harmonieuze samenleving.
    Tot daar een ideaalbeeld.
    Spijtig genoeg worden verschillende religies tegen elkaar opgezet door multi-nationale belangengroepen, zoals bvb de wapenindustrie.
    Door gebiedsuitbreiding, dat hoeft niet altijd letterlijk te zijn, veroveren bvb ook Coca-Cola, Mac Donalds, Apple, Exxon, Mercedes enz. de mogelijkheid hun produkten, massaal, in de markt te zetten en rijkdom te verwerven. Dat noemen ze dan nationale belangen.
    Sorry voor de afwijking van het onderwerp.

    Like

  4. Zwerver

    Toerist, ik ben het op één punt met je eens. Een leer uiteenzetten doet er niet toe. Het gaat hier over de vraag of denken (ik vertaal dat maar als intelligentie) lichamelijk is. Ik refereerde aan waarnemendheid (leegte) en dat is niet synoniem aan intelligentie. Waar leegte nog te realiseren is, is intelligentie niet te realiseren. Al op het moment dat ik na ga denken over intelligentie schep ik al een afstand tussen het denken en de gedachte. Dat is een essentieel verschil met waarnemen besef ik nu.
    Alles wat we zien is een manifestatie en dáár kunnen we over denken. Dat noemen we dan zoeken en daarmee plaatsen we ons als zoeker direct uit diezelfde manifestatie. Hier is zoeken dus niet op zijn plaats.

    Je schrijft dat er te weinig onderzocht wordt. Dat ben ik van de ene kant wel met je eens, maar aan de andere kan niet. Een ware onderzoeker loopt tegen de grenzen aan van wat onderzocht kan worden, gevangen als we zitten in de subject/object relatie. Zaken als God en denken overstijgen deze relatie én zijn er tegelijkertijd onderdeel van. We zijn onderdeel van de actuele ervaring maar kunnen deze bij iedere overdenking nooit meer terug halen.

    Intelligentie is het leven zelf, overal aanwezig, maar nergens te vinden. Lichamelijk noch niet-lichamelijk. Voor de geïnteresseerden is God bereid zich te laten kennen als deze geïnteresseerde het centrum-zelf weet af te leggen. Hetgeen ook logisch is, want God is centrumloos is zijn al-omvattendheid en onbewustheid.
    In de transfiguratie komt het zelf-scheppend vermogen van de mens naar voren. Die ‘zoon-mens’ is niet langer schepping, maar is schepper geworden. Maar ook die ‘zoon-mens’ kan alleen maar intelligentie inzetten in zichzelf als schepper en de resultaten er van zien als niet-actueel beeld.

    Like

  5. internettoerist

    Zwerver,

    Ik ga hier niet één of andere leer uiteenzetten, dat doet hier ook niet ter zake bij Pauls artikel. Ik wil gewoon wijzen op bepaalde commentaren die niet correct zijn, zoals ik deed in mijn vorige reactie. Mijns inziens gaan sommige commentaren nogal kort door de bocht. Door daar op te wijzen geef ik de mogelijkheid om deze uitspraken nader te bestuderen en eventueel te corrigeren. Mocht dit voor jou geen meerwaarde hebben, dan kan het dit voor andere lezers misschien wel hebben. Zonder onderzoek en praktijk heeft het geen effect, met louter theorie zijn de mensen niets.

    De wederopstanding in de bijbel is een flauw afkooksel van een onderdeel van de oorspronkelijke leer van de Christus. Die oorspronkelijke “wederopstanding” vind je ook bij Gautama, maar onder andere bewoordingen. Als men dit wil doorgronden, dan dient men verder te gaan dan de bijbel. Zie je? Ik wijs op onvolledige of onjuiste zaken, die bekeken/onderzocht kunnen worden. De meeste mensen zijn onvoldoende ingelicht.
    Ik zou die corrupte kerken ook het liefst links laten liggen, maar als mensen zich constant baseren op teksten of leringen van die corrupte kerken, dan zie ik het als mijn plicht om te wijzen op de onjuistheid daarvan (de vervalsing). Als mensen de moeite zouden doen om bijvoorbeeld de Nag Hammadi geschriften te bestuderen, dan zou men gelijkaardige teksten als in de bijbel vinden. Alleen ontbreekt in de bijbel de cruciale kern voor de praktijk en de werkelijke leer van de Christus. Toeval? Totaal niet!
    Ook hier is het weer aan de lezer om daar iets mee te doen of te negeren. Veel mensen binnen de islam of het christendom zullen het ongetwijfeld goed bedoelen, met de beste intenties, daar ben ik het mee eens. Maar als hun leer al gebaseerd is op corruptie, hoe kunnen die mensen werkelijk bereiken waar bijvoorbeeld Jezus voor stond? Daarom wijs ik erop, om degene die wil, de kans te geven. Ik wijs erop, het onderzoek is ten laste van de eventueel geïnteresseerde.
    Er wordt mijns inziens te weinig onderzoek gedaan en teveel aangenomen/verondersteld.

    Vriendelijke groet

    Like

  6. Zwerver

    Toerist, allereerst ben ik geen kenner van de mystiek. Dat zou betekenen dat ik mijzelf enige autoriteit aan meet. En dat is géén mystiek, mystiek kan niet gezegd worden. Ik kan echter wel mystici herkennen in hun woorden. Ik ben geen kenner dus, maar een hérkenner. Daarom kent de mystiek ook geen vooraanstaand figuur, zoals vele religies.

    Er kan er gesproken worden over bepaalde (diepe) staten of dat wat men ‘liefde’ noemt. De term ‘Christus’ staat voor mij niet voor een bewustzijnsstaat, maar voor de transfiguratie-staat (wederopstanding) welke de mythische Jezus volgens de bijbel heeft gerealiseerd.

    De term ‘Boeddha’ of Boeddha natuur slaat volgens mij op de natuur welke volgens het Boeddhisme in ieder mens aanwezig is: sunayata. En dat klopt ook, de leegte is in iedereen aanwezig. Meditatie (en het achtvoudige pad) is ook een uitstekende methode om deze staat te realiseren. Maar als ik dit fout heb, dan laat ik mij graag bijpraten. Die leegte kan alleen worden bereikt via wat men in het boeddhisme annata noemt, het niet-zelf.

    Het niet-zelf is bij zowel christendom als boeddhisme een belangrijk item. Waarbij Jezus of Gautema niet hoger of laagstaander zijn. Misschien heeft Gautema het niet opportuun geacht om verder te gaan? Het achtvoudige pad verwijst al naar het juiste handelen, opgeven van zelfzucht etc. In feite wat Jezus ook doet in de diverse vertellingen voor de kruisiging. Begrijp me goed, alle respect voor het boeddhisme en wat het mee brengt. Ook voor christenen is het aanbevelenswaardig om daar eens het licht op te steken. Of om aan meditatie te doen.

    Maar in mijn optiek neigt Jezus tijdens de kruisiging richting mystiek. D.w.z. ik her-ken daar bepaalde zaken in. Maar dat is uiteraard aan de zoekende mens om dat met zijn of haar hart te onderzoeken. In mijn optiek zijn de leeringen van Jezus meer op het hart gericht en die van Gautema meer op de geest. Ik besef echter dat je daar geen hard punt over kan maken. Als Jezus bijvoorbeeld zegt om niet te oordelen, dan verwijst hij in feite naar de geest. Bewustzijn oordeelt namelijk niet. Laozi zegt het zelfde. Als men niet-doet dan wordt er ook naar de geest verwezen. Het is wederom bewustzijn dat niet-doet.

    Dat sommigen het uitleggen als nietS-doen is mij bekend. Doch waarom zouden jij en ik ons iets aantrekken van mensen die spirituele teksten naar zich toehalen? Ik zou wel eens af willen van verwijzingen naar de corrupte kerk of de corrupte moskee. Ja, genoeg kerk en moskeeleiders die niet deugen of gedeugd hebben. Maar ik zie in zowel het christendom als de islam mensen die wel goed bezig zijn. Ik wens me op te trekken aan mensen die goed bezig zijn. Of anders zijn er mensen uit het verleden die hun visie hebben achter gelaten.

    Like

  7. internettoerist

    Zwerver,

    Hoewel je je voor doet als een kenner van de mystiek, maak je toch rare sprongen in jouw commentaren.
    Je zegt bijvoorbeeld:
    *****”De Christus echter gaat een stapje verder dan de Boeddha. De Christus heeft het lijden niet ontweken, maar heeft zélf geleden in de persoon van de mythische Jezus. Daarom noem ik de Boeddha ook een wegvoorbereider van de Christus. De Christus wijst op een andere mogelijkheid om met het lijden om te gaan.”*****( 7 JANUARI 2020 AT 10:37)
    De termen ‘de Christus’ en ‘de Boeddha’ zijn synoniemen. Ze verwijzen naar een bepaalde staat van bewustzijn. ‘Jezus’ is de naam van de verschijning, ‘Christus’ verwijst naar de bewustzijns-staat van Jezus, dus: Jezus Christus. Hetzelfde geldt voor Gautama Boeddha. Je zou evengoed kunnen zeggen: Gautama Christus of Jezus Boeddha. Wie dit werkelijk begrijpt, begrijpt dat ‘de Christus’ of ‘de Boeddha’ ALTIJD aanwezig is. De Boeddha kan dus geen “wegvoorbereider” zijn voor de Christus, “hij” (het is geen ‘hij’) is er ALTIJD (het eeuwige NU) en ze zijn één en dezelfde. Het lijkt hier alsof je ‘de Christus’ gelijk stelt aan de figuur Jezus. Dan zou je eigenlijk moeten spreken over Gautama in plaats van de Boeddha. Mocht je zeggen dat Jezus en Gautama de weg wezen naar het Christus- of Boeddha-bewustzijn, dan zou het wel kloppen. Beide zijn dan gelijkwaardige gidsen (of wegvoorbereiders) voor de volgelingen.
    Gautama was niet de eerste in zijn soort, er gingen hem velen voor. En telkens waren ze van het niveau van ‘een Boeddha’ of ‘een Christus’. De enige “wegvoorbereiders” zijn leraren die bereid zijn om anderen te onderwijzen in de mystiek (het Christus- of Boeddha-bewustzijn), zoals bijvoorbeeld Jezus en Gautama. Op die manier kan elke leerling het Boeddha- of Christus-niveau bereiken. Er zijn en komen dus nog zo’n figuren als Jezus Christus en Gautama Christus. Hieruit blijkt ook duidelijk – mits men onderzoekt – dat heel onze aangeleerde geschiedenis bedrog is.

    Over het lijden bestaan ook veel misverstanden. Dat Gautama het lijden zou ontweken hebben klopt helemaal niet. Mensen nemen vaak de zaken letterlijk, iets wat je in de mystiek nooit mag doen. Zo denken mensen bijvoorbeeld bij het begrip ‘onbegrensd geven’, dat ze letterlijk alles moeten weggeven. Dat kan helemaal niet, want je zou nooit oneindig kunnen geven. Je zou nooit elk wezen iets kunnen geven als we dit letterlijk nemen. Het ‘lijden’ en het ‘onbegrensd geven’ slaan op een geestesgesteldheid. Iedereen die zichzelf met het mens-zijn identificeert, lijdt. Op het Boeddha- of Christus-niveau houdt het lijden op. Je zou je dus kunnen afvragen of Jezus Christus werkelijk geleden heeft.

    Wie de mystiek op praktische wijze doorgrondt, beseft dat de leer van de Boeddha en de leer van de Christus, identiek zijn. De ene is niet meer superieur dan de andere. Alleen de corrupte kerk heeft daar iets anders van gemaakt. Iemand die zich dus baseert op de bijbel, houdt zichzelf voor de gek want het is NIET de leer van de Christus (= bepaalde bewustzijnsstaat). Het is de leer van de corrupte kerk, de leer van de onderwerping.
    Ik vind het jammer dat veel halve waarheden en verdraaiingen op het internet verschijnen. Maar het is ook aan de lezer zelf om deze kritisch te testen en vooral niet naïef te zijn. Iedereen is daar zelf verantwoordelijk voor. Met louter blind geloof en theorie zal men nooit de mystiek doorgronden. Er dient een diepgaand onderzoek en een gedisciplineerde praktijk mee gepaard te gaan. En ook hier zullen er mensen zijn die beweren dat je vooral “niets moet doen” (komt van het taoïstische ‘niet-handelen’). Ofwel zijn dat mensen die geld kloppen uit hun passieve volgelingen (kwakzalvers) ofwel zijn het misleide mensen.

    Vriendelijke groet

    Like

  8. Zwerver

    Armand, hoe ik bewustzijn zie is als het GEHEEL van waarnemendheid (geest) en vormen (tijd-ruimte d.w.z. hoe de vormen zich in de ruimte bewegen en veranderen)

    Het conceptuele denken is meer verbonden met de fysieke wereld (je lichaam) omdat dit ook voelbaar een beweging is en energie kost. En het conceptuele denken is ook gericht op de fysieke wereld. Het beschouwende denken echter kost geen energie. (Bewustzijn is altijd aanwezig zonder enige moeite) Het maakt dus nogal verschil hoe je in het leven staat.

    Naast deze twee vormen van denken is er nog het intuïtieve denken (de ingeving).
    Deze is het meest raadselachtig, omdat deze vorm van denken (i.t.t. die andere twee) nergens op gericht is. En je er dus ook geen actieve invloed op uit kunt oefenen.

    Like

  9. Zwerver

    Armand, ik denk dat er een spraakverwarring is. Het klopt dat gelovigen soms Jezus als verlosser/messias zien in de zin dat ze dan zelf niks meer hoeven te doen. Joden kunnen er ook zo over denken, dat weet ik niet precies. Maar ik ben geen gelovige, ik kijk naar waar die teksten naar verwijzen. De zondeval verwijst naar het hebben van kennis van goed en kwaad. Adam en Eva staan hier symbool voor de eerste mensen. En daar er sprake is van een erfzonde, zijn de moderne mensen dus ook behept met kennis van goed en kwaad.

    En dat klopt ook, de huidige mensen hebben kennis van goed en kwaad en hebben daarmee zelfbewustzijn. D.w.z. dat er een ‘zelf’ is die kan kiezen uit goed en kwaad. De Boeddha leerde dat er geen ‘zelf’ is. Het is het verlangen/begeren enerzijds en afstoten anderzijds wat een zelf suggereert. het boeddhisme kent dan ook een uitgebreid pad om de oorzaak van lijden weg te nemen.

    Dat is dan ook een overeenkomst met het christendom, men was zich er al vroeg van bewust dat kennis van goed en kwaad ook lijden met zich mee bracht. Het boeddhisme kent dan ook het Edele achtvoudige pad om aan het lijden een einde te maken. Dan komt men terecht is een situatie van uitgedoofdheid: Nirvana. Dat is de algehele essentie van bewustzijn. Niks geheimzinnigs dus, in bewustzijn kun je niet geloven.

    De Christus echter gaat een stapje verder dan de Boeddha. De Christus heeft het lijden niet ontweken, maar heeft zélf geleden in de persoon van de mythische Jezus. Daarom noem ik de Boeddha ook een wegvoorbereider van de Christus. De Christus wijst op een andere mogelijkheid om met het lijden om te gaan. En dat betekent niet dat Jezus het vuile werk al heeft opgeknapt voor mij, maar dat ik zelf die weg moet gaan.

    Het persoonlijke zelf waar de meeste mensen in zitten is in feite niks meer dan een tussenstap naar een vrije geestelijke ontwikkeling in je zelf. Het voelen van een ‘zelf’ is kenmerkend voor kennis hebben van goed en kwaad. En dat ‘zelf’ is verbonden met een fysiek lichaam. De crux van de diverse verlossingsleren is dan ook dat je jezelf door ontwikkelt. Een ontwikkeling, daar geloof je niet in. Dat is een traject waar je in zit. En naast de Boeddha en de Christus zijn er natuurlijk nog veel meer zieners geweest, Laozi bijvoorbeeld. Het taoïsme is een bron van wijsheid die naar hetzelfde verwijst.

    Like

  10. Zwerver,
    Mozes ligt aan de basis van de boodschap die Jezus bracht. Door het schrijven van zijn mythisch verhaal over de zondeval, is er een verwachting bij de joodse gemeenschap gecreëerd dat er ooit eens een messias zou komen. Voor de christenen is die messias reeds gekomen, voor de joodse gemeenschap nog steeds niet.

    Like

  11. Zwerver

    Armand, voor het goede begrip: een meditatieve toestand is wat anders dan het zintuigelijk waarnemen. Ook een Dzogchen-boeddhist zal in normaal functioneren zintuigelijk waarnemen. En geef je diezelfde boeddhist een klap op zijn hoofd dan raakt hij buiten bewustzijn. Meditatie wil niets anders zeggen dan een inkering in je eigen wezen. De essentie van de geest is dat die leeg is en tegelijkertijd bewust. Meditatie kan dus nooit een geloof zijn, maar meer een ontdekkingsreis.

    Voorzover ik het boeddhisme heb begrepen beschouwen ze dat niet-zelf (een algemeen bewustzijn) als verlichting. Men ontdoet zich dan van het conceptuele zelf en realiseert het niet-zelf. Ik ken die meditatieve toestand uiteraard ook, anders zou ik het er niet over kunnen hebben. De discussie hier gaat er over of lichaam en geest van elkaar te scheiden zijn. Als Maurice Merleau-Ponty zegt dat alle vormen van ervaren, inclusief denken, uiteindelijk lichamelijk van aard zijn, dan zegt hij een onwaarheid. Dat gaat namelijk alleen op voor dat wat we ‘waaktoestand’ noemen.

    Maar er is veel meer, ook binnen de waaktoestand. Vanuit meditatie en zelfkennis realiseert men die leegte van het bewustzijn ook binnen het fysieke domein. Dan wordt wat Maurice Merleau-Ponty beweert nog meer onwaar.

    In feite is ieder mens bezig met een spirituele ontwikkeling, tot Donald Trump aan toe. Met de kanttekening dat naarmate er meer ‘zelf’ gerealiseerd is, men zich ook fysieker zal voelen. En omgekeerd: naarmate men niet-zelf realiseert zal men zich leger voelen. Een leegte die zich ook kan laten kennen als fysieke vermoeidheid.

    De ontwikkelingsweg van de mens gaat verder dan het Dzochgen boeddhisme, de leegte van het boeddhisme (sunyata) is een algemeen bewustzijn. Daarom zie ik Boeddha ook als wegvoorbereider van de Christus.

    Like

  12. Zwerver,
    Als bvb gehypnotiseerd bent, ben je niet bij bewustzijn. Als je dan tegen een muur loopt, zal je toch een lichamelijke kwetsuur oplopen. Meditatie is zelfhypnose. Dus als je, op dat ogenblik, tegen een muur loopt, loop je eveneens een kwetsuur op. De hersenactiviteit is dus niet los te maken van het lichaam, zelfs al zijn we daar niet bewust van.

    Like

  13. Zwerver

    Ik denk dus ik heb een lijf. Om deze gedachte te ontmaskeren is er meditatie nodig. Het bewustzijn wordt normaliter gedragen door het fysieke lichaam. In meditatie kan het ‘gedragen door een lichaam’ verdwijnen en wat men dan overhoudt is zuiver bewustzijn welke leeg van aard is. Dat zou je een lichaamsvrije ervaring kunnen noemen. In die situatie/meditatie is er het directe besef dat bewustzijn leeg is (niets is) en dat het juist bewustzijn is die de vormen (mijn lijf) ziet. Het conceptuele denken is dan ook weg. Bewustzijn is ook vrij van centrum-zijn, het is het fysieke lichaam -normaliter de drager van bewustzijn- die een centrum suggereert omdat middels het fysieke lichaam via de zintuigen wordt waargenomen. In het boeddhisme wordt dit ook wel de natuurlijke staat genoemd.

    Het ‘ik denk, dus ik ben’ is dus ook foutief. De ik-ben notie ontstaat door waarnemen van objecten. De ik-ben notie is dus relatief van aard. D.w.z. dat zonder de waargenomen objecten er geen ‘ik-ben’ kan zijn. Daarom is meditatie ook niet voldoende, ergens in het spirituele traject dient de ik-ben notie opgegeven te worden.

    Like

Reacties welkom. Er kan gemodereerd worden.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.