Denkbeelden kunnen ook migreren

9200000014025543

Week van de Klassieken – Alles is terug te leiden naar ondeelbare eenheden, minuscule bouwblokjes, leerdichtte Lucretius al in de laatste eeuw v.C. Atomen noemde hij die blokjes, naar het Griekse a-tomos (‘het ondeelbare’). Lucretius gaf hiermee de filosofie door van Epicurus, volgens wie het heelal uit lege ruimte en atomen bestaat. Die had dat weer van de ‘lachende filosoof’, wiskundige en astronoom Democritus (460 v.C. – 370 v.C.), de grondlegger van het atomisme. Voor hem bestonden er maar twee verschillende dingen: de ruimte en atomen.

Lucretius schreef het leerdicht De Rerum Natura (De natuur der dingen) en vertelde hierin over natuurlijke vormen, zoals de zon, maar ook dieren en het atoom. Van wetenschappelijk en filosofisch werk maakte Lucretius poëzie. Over existentiële vragen dacht hij na, zoals of er leven is na de dood, wat de ziel is en waar we vandaan komen. In Wetenschap zonder bewijs blijft Ingeborg Swart zich verwonderen over hoeveel de klassieke ‘wijsheren’ al wisten.

Lucretius schrijft over allerlei natuurverschijnselen (en culturele en godsdienstige), en besteedt een flinke tijd aan de grondstof van alles. Hij beredeneert dat alles uiteindelijk terug te leiden moet zijn naar ondeelbare eenheden, minuscule bouwblokjes. (…) Samen met enkele andere filosofen verdedigde hij dit idee. Deze voorvechters van de atomenleer hadden de techniek niet om hun theorie te testen. Zij gingen puur uit van wat voor hen logisch te beredeneren was, en wonderbaarlijk genoeg kwamen ze zo op deze theorie.’ (Swart)

Biologe Swart komt hierop door de Week van de Klassieken (4 t/m 14 april 2019) die dit jaar een programma biedt voor jong en oud rond het thema ‘Van heinde en verre. Migratie in de klassieke wereld’. Migratie gaat echter over meer dan alleen bevolkingsstromen: kennis, macht en denkbeelden kunnen ook migreren, en dat gebeurde ook al in de klassieke wereld. Volgens Swart is het in de huidige wereld vol testapparaten en technologische vooruitgang bijna ondenkbaar om een theorie voor te stellen zonder die te bewijzen. Of zonder in elk geval een opzet daarvoor te geven. – In deze tijd wordt John Dalton gezien als de grondlegger van de atoomtheorie. Hij stelde voor het eerst een echt atoommodel op.

Vroeger moesten ze wel. En was iemand het niet met je eens, dan moest je met nog sterkere argumenten komen om hem van je gelijk te overtuigen. Zonder een handige foto door een elektronenmicroscoop om je atomen te laten zien. Misschien moeten we af en toe weer terug naar die werkwijze: vooraf goed nadenken over alle aspecten van een onderwerp en pas dan actie ondernemen.’ (Swart)  

De wereld waarin wij leven wordt geheel beheerst door natuurlijke processen, en in zes boeken zet Lucretius deze in De Rerum Natura uiteen, stelt Hans Oranje in Trouw.

In de eerste twee boeken behandelt hij uitputtend Epicurus’ leer van de (onzichtbare) atomen en de lege ruimte, die in hun voortdurende werveling de zichtbare werkelijkheid tot stand brengen. Zoals Lucretius het Griekse woord ’atoom’ vermijdt, maar van zaden, kiemen of (eerste) deeltjes spreekt, gebruikt Schrijvers [de vertaler P. H. Schrijvers, PD] ook nergens het woord atoom – terecht, want door de moderne atoomfysica waar Lucretius uiteraard geen weet van had, is dat woord misleidend. Dat neemt niet weg dat ’De natuur van de dingen’ altijd en met de Verlichting in toenemende mate een invloedrijke doordenking van de fysieke werkelijkheid is geweest.’ (Trouw, 2009)

De Rerum Natura – Leerdicht over de Natuur | Titus Lucretius Carus | Vertaling: Marguerite Prakke | 240 pag. | Verschenen in de serie DAMON Klassiek | € 24,90 | ‘Ruim tweeduizend jaar geleden schreef Titus Lucretius Carus het leerdicht De Rerum Natura (De Natuur van de Dingen) waarmee hij de filosofie van de Griekse wijsgeer Epicurus onder de aandacht van het Romeinse publiek wilde brengen. (…) De filosofie van Epicurus bood: vrij van angst voor de goden, vrij van angst voor de dood, met vrienden onder elkaar in vrede discussiëren en de geheimen van de natuur ontraadselen. Door alles te weten kan de angst voor het onbekende overwonnen worden en kunnen de goden die geweld, oorlog en bijgeloof in de hand werken, buiten spel worden gezet.’ (Damon)

‘In circa 7500 dichtregels, verdeeld over zes hoofdstukken, ontvouwt Lucretius de fascinerende wereld van de atomen en de onmetelijke leegte, vertelt hij over onszelf, onze geest, onze ziel en zintuigen, geeft seksuele voorlichting en eindigt met het ontstaan en het reilen en zeilen van de wereld waarin we leven. Op rationele wijze legt hij de wondere verschijnselen in de hemel en op aarde uit. De lezer raakt ontroerd, gefascineerd, geamuseerd en staat versteld. Het is opvallend dat de problemen die Lucretius aansnijdt nog zo verbijsterend actueel zijn.’

Bronnen o.a.:
Epicurus (Filosofie Magazine)
Wetenschap zonder bewijs (Ingeborg Swart)
John Dalton (atoomtheorie)

Beeld: Aziloth Books

About Paul Delfgaauw

‘Zinzoeker’ Paul Delfgaauw, opleiding Religiestudies – richting Media & Cultuur (2014 – 2019) – aan de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht (eindexamenscriptie: ‘Het draagbare Joodse vaderland’), verkent sinds jaar en dag de gebieden religie en filosofie. Vanaf de eerste dag dat op de lagere school in de catechismusles de vraag werd voorgelegd waartoe de mens op aarde is, werd dat het zingevend en -zoekend levensthema. Grasduinen door boeken, tijdschriften en kranten en later de digitale media met verhalen over 'Meer' – met het innerlijk weten dat God, De Eeuwige, het Al, op Zijn wijze deel uitmaakt van al het leven. Op kritische wijze wordt zin en onzin van religie en filosofie beschouwd en eveneens het gedachtegoed van ‘niet-religieuze’ levensbeschouwingen. In deze tijd bieden internet en de sociale media wereldwijd toenemend stof tot nadenken over goden en mensen, en hun zoektocht naar elkaar. Dit blog staat niet bol en vol van de eigen ‘mening’, maar vooral van wat tot nadenken stemt. Minder toegankelijke stof wordt wat toegankelijker gemaakt door samenvattingen en/of doorverwijzingen naar relevante links, zo nodig aangevuld met passende en aanvullende teksten van anderen.

22 Responses

  1. Zwerver

    Jan, als jij schrijft: „het zijnde wordt bepaald door het niet-zijnde.” dan begrijp ik wat je bedoelt.
    Ik zou kunnen schrijven: „het subject (ik) wordt bepaald door wat ik waarneem. (de objecten).”

    Monade is de eenheid van het zijnde en het niet-zijnde schrijf je. Ik gebruik daar een ander woord voor: liefde. Dat is voor mij een gemakkelijker begrip, omdat je liefde kan omschrijven aan de hand van wat zij NIET is. En nog belangrijker, liefde is nergens op gericht. Doet iemand een actie die ergens op gericht is (een ticket voor de hemel bijvoorbeeld) dan is dat ‘doen’. Doet iemand niet (wei woe wei) dan is dat nergens op gericht.

    Tot slot bewustzijn. Ons menselijk bewustzijn is uit zijn natuur gericht. Liefde is nergens op gericht.
    Dat zijn dingen om over na te denken. Verder excuses voor mijn wijze van uitdrukken. Die is voortkomend uit de praktijk. Ik ben niet zo heel erg onderwezen, dus druk ik me soms anders uit.

    Like

  2. Jan

    Zwerver, 14 april 2019 at 15:26

    Over subject en object en het verschijnen in dualiteiten. Ik zeg dat op iets andere manier: het zijnde wordt bepaald door het niet-zijnde.

    Maar ik had het met monade over iets anders. Ik bedoel met monade de eenheid van zowel het zijnde als het niet-zijnde. Bijvoorbeeld het subject en tevens het object, tezamen in een soort goddelijke eenheid. Daarover kan je dus niet spreken of denken: de monade gaat “vooraf” aan alles wat gemanifesteerd is. (Vooraf als buitentijdelijk)

    Jij schrijft over bewustzijn van subject-object relaties, ik bedoel de oorsprong van zowel het bewustzijn als het onbewustzijn, en de oorsprong van het object en subject.

    Bert denkt binnen het “zijnde”, de ontologie: dat vind ik dan weer een verdere beperking, dan jij met het bewustzijn en de waarneming van subject en object.

    groet van Jan

    Like

  3. Zwerver

    @Bert

    We leven in een wereld waarin een aantal zaken is aangebracht en de aangebrachte zaken leveren dat op wat we ZIEN. De mens is over het algemeen zo gefixeerd op de uitkomsten dat de mens de achterliggende ‘zaken’ niet ziet. Wie 100 x een muntje opgooit, die weet van te voren al dat de uitkomst kop of munt de 50/50 zal benaderen. Het leukste argument wat ik hier wel eens tegen heb gehoord is dat muntjes (of het weer) geen geheugen heeft. Mijn antwoord is dat het uit zichzelf zo is.

    Even een bijbels uitstapje: God rustte op de 7e dag. Dat betekent niet dat je op zondag het gras niet mag maaien, dat betekent dat de schepping voltooid is en deze functioneert „uit zichzelf zo”. Het weer functioneert uit zichzelf zo en dat levert het weer op wat we zien. Klimaat, seizoenen functioneren ook uit zichzelf zo op een verbazingwekkende manier. Maar ook evolutie functioneert „uit zichzelf zo”. Wie niet ziet dat God de scheppende kracht is achter evolutie, die heeft een stukje gemist.

    Dat mis ik wel eens in al die theologische discussies. God en evolutie sluiten elkaar helemaal niet uit! Ergo, evolutie is volstrekt logisch als je de werking van subject/object begrijpt. Evolutie kon als redelijke waarschijnlijkheid niets anders opbrengen dan dat wat we aantreffen.

    Wetenschap en spiritualiteit sluiten elkaar niet uit, zij vullen elkaar juist aan. Mede dankzij mijn kennis van evolutie e.d. begrijp ik de bijbel ook beter. Atheïsme en spiritualiteit sluiten elkaar ook niet uit, maar is zelfs preferent. Immers, alles wat de mens gelooft is slechts aanname. Ik bezie graag hoe ‘alles’ oorzakelijk in elkaar steekt en hoe het in de praktijk werkt.

    Like

  4. Zwerver,

    Toevallig brengt de Britse wiskundige Ian Stewart in het najaar een boek uit met de titel “Do Dice Play God?: The Mathematics of Uncertainty”.
    Al eerder verscheen van hem “Does God Play Dice: The New Mathematics of Chaos”.
    Ook het nieuwe boek met die ietwat provocerende titel verkent Stewart de geschiedenis en wiskunde van onzekerheid. Wat betreft gokken, waarschijnlijkheid, statistieken, financiële en weersverwachtingen, tellingen, medische studies, chaos, kwantumfysica en klimaat, maakt hij één ding duidelijk: een redelijke waarschijnlijkheid is de enige zekerheid.
    http://www.cthisspace.com/ftl/macaw/dice.html

    Like

  5. Zwerver

    @bertmorrien

    Onzekerheid IS de scheppende kracht! Dat kunnen we verder definiëren als ‘geest’. De uitkomst van de schepping is dan onbepaald. Maar wat we (ik) wel kunnen zien is hoe die schepping is opgebouwd aan de hand van onszelf (mijzelf).

    Je schrijft: Wanneer er over het absolute niets gesproken wordt dan levert dat al direct een tegenspraak op want dit sluit alles uit, inclusief de overtuiging dat wij bestaan.

    We dienen inderdaad te twijfelen aan de overtuiging dat ‘we’ bestaan’. Dat is onderdeel van een paradox. De overtuiging dat we bestaan levert het ‘ik ben’ op. Afstandelijkheid van diezelfde overtuiging levert de realisatie van niet-zijn op. Gezamenlijk levert dit een zijn in niet-zijn op. Hetgeen een definitief antwoord bevat over zijn en niet-zijn.

    De portee is dus: hoe slagen we er in te ontsnappen aan onze eigen overtuiging dat we ‘zijn’?

    Je schrijft: Het universeel zijn van logische wetmatigheden lijkt dan ondeelbaar te zijn. De veronderstelling dat dit niet zo is helpt niet want dan moet het absolute niets wel deelbaar zijn.

    Universele, logische wetmatigheden kunnen worden blootgelegd. Deze zijn op zich ondeelbaar, want ze gelden voor jou, voor mij en voor ieder individu. Deze universele, logische wetmatigheden verenigen térug!, vanuit wat door de geest (niet je eigen geest in dit verband) verdeeld is. Er móet dus een delende, universele geest zijn, anders zouden deze universele, logische wetmatigheden er niet zijn.

    Je schrijft: Onzekerheid lijkt dus de ultieme scheppende kracht maar daarbij lijkt mij het spirituele afwezig te zijn.

    Het spirituele staat voor ‘geest’. Ik ben er zeker van dat jij ook beschikt over een ‘geest’. Dus dat schept helderheid zonder ons over te geven aan geloof of zweverige zaken. Wat geest ten diepste behelst -en dat kun je in je zelf controleren- is:

    – dat (jouw) geest in staat is om waar te nemen.
    – dat (jouw) geest kan nadenken.
    – dat (jouw) geest beelden kan scheppen. (dromen)

    Het waarnemende deel noem ik subject, de beelden zélf noem ik object(en). (Of vorm(en))
    Het hangt van jouw mate van zelfkennis af om in te zien dat waarnemen ‘niets’ is.
    Objecten, vormen, scheppen ruimte. Objecten hebben namelijk als eigenschap dat het meervoud is en dat er ruimte tussen zit. Door de ‘verenkeling’ van de objecten kunnen we ze ook waar nemen. Dit is uitermate belangrijk om het begrip ‘geest’ te begrijpen.

    Zo kan je ook zien hoe de mens is geschapen volgens een universeel principe: de mens is een waarnemer die de objecten ‘verenkelt’ (los van elkaar) kan waarnemen. (en benoemen) Doordat de objecten los van elkaar worden waar genomen, gaat het spel op de wagen wat we ‘leven’ noemen.
    Een leven waarin ik als mens ALTIJD waarnemer ben, mits bij bewustzijn. En waar ik als mens ook object ben, mits ik wordt waargenomen door EEN ANDER.

    Wat die dekselse geestige God heeft geschapen is dus een schepsel wat zowel subject als object is en dáár door is ook het verhaal mogelijk, waarin zowel jij als ik acteren. En niet alleen acteren, maar ook waar nemen.

    Beste Bert, zowel jij als ik zijn acteur én waarnemer in de ‘droom’ van God. De droom is het geheel en wij als voorbijgangers zijn zowel gedeeld als ongedeeld IN die droom. Daarom heeft geloven in God geen nut, je bevindt je namelijk IN God. Je zult God nooit vinden, dat is onmogelijk.

    Like

  6. Zwerver,

    [Iets wat ondeelbaar is, dat kunnen we niet benoemen, anders dan in termen als God, de Ene enzovoorts.]
    Wanneer er over het absolute niets gesproken wordt dan levert dat al direct een tegenspraak op want dit sluit alles uit, inclusief de overtuiging dat wij bestaan. Het universeel zijn van logische wetmatigheden lijkt dan ondeelbaar te zijn. De veronderstelling dat dit niet zo is helpt niet want dan moet het absolute niets wel deelbaar zijn.
    Er is ook de hypothese dat het absolute niets instabiel is waardoor dit zich spontaan kan delen. Dit is een consequentie van de Heisenbergse onzekerheid, ook zo’n ondeelbaar gegeven.
    Onzekerheid lijkt dus de ultieme scheppende kracht maar daarbij lijkt mij het spirituele afwezig te zijn.

    Like

  7. Zwerver

    Ik prefereer dan weer het begrip relativiteit in verband met ondeelbaarheid.
    Iets wat ondeelbaar is, dat kunnen we niet benoemen, anders dan in termen als God, de Ene enzovoorts. Relativiteit maakt gedeeldheid begrijpelijk voor het menselijk denken.
    Zonder object kan het subject niet bestaan. Zou ik als subject in mijn eentje bestaan, dan kan ik mijzelf niet bepalen. Voor het bepalen van mijzelf (bepalen van de vorm, het denkbeeld van wie ik ben) heb ik de objecten nodig waarmee ik omringd ben.

    -Ik bepaal mijzelf als man omdat ik vrouwen waarneem.
    -Ik bepaal mijzelf als Nederlander omdat ik andere nationaliteiten waarneem.
    -Ik bepaal mijzelf als vader omdat ik een relatie heb met mijn kinderen.
    -Ik bepaalde mijzelf als zoon omdat ik een vader had en eigenlijk nog heb.

    Hier kunnen we uit leren dat alles wat je bent in het aardse bestaan relatief van aard is. Dat noem ik de subject-object relatie. Ik als subject besta bij de gratie van ‘de objecten’. Tot dusver redeneer ik vanuit het ik-standpunt. Maar nu voer ik Jan ten tonele. Stel, ik ontmoet als subject Jan, dan neem ik een object waar die Jan heet. (ZIEN) Ik ben subject, Jan is object. Maar Jan heeft een andere, subjectieve kijk op de zaken. In zijn ZIEN is hijzelf subject en ben ik object!

    Nu doet er zich iets leuks voor: zowel Jan als Zwerver zijn zowel subject als object. Zij zijn beide zowel waargenomene (Vorm) als de waarnemer. (Bewustzijn) Wie vanuit het ondeelbare leert ZIEN, die ZIET dat Jan en Zwerver samen het verhaal vormen. Er is zowel deelbaarheid als ondeelbaarheid, terwijl we het tóch over hetzelfde hebben. Ik besta dankzij Jan en hij bestaat dankzij mij!

    Relativiteit treffen we dan ook overal aan. De berg kan niet bestaan zonder het dal, de dag niet zonder nacht. Samen vormen twee delen dan ook altijd het geheel. Maar het geheel, ondeelbaarheid kunnen we op mentale wijze niet begrijpen. Dat komt omdat we zelf onszelf als een gedeeld stuk van het universum ervaren. Op enige wijze dienen we te transcenderen en dat lukt paradoxaal alleen maar door jezelf kleiner te maken, niet groter. Zó klein dat de grond onder je voeten wegzakt. Want onze ‚gronding’ is gevestigd in het tegendeel. En het tegendeel kan in zijn eentje niet bestaan.

    Like

  8. Jan

    Armand, de antieke opvattingen over “atomen” worden tegenwoordig in het algemeen niet goed meer begrepen. Taal is sterk paradigma gevoelig.

    Ik ga er vanuit dat het woord “atoom” beter begrepen kan worden als “eenheid”. Omdat de letterlijke betekenis van a-toom, niet-snijbaar, of niet deelbaar betekent.

    In die zin ben jij ook een atoom. Tegenwoordig noemt men een mens: individue. dat betekent letterlijk niet-deelbaar en betekent dus hetzelfde als atoom.

    Wat er gebeurt met een atoom die je splitst is ons duidelijk geworden door de atoombom. De massa van het atoom werd omgezet in een gigantische grote energie: E=MC2 het atoom als zodanig bestond daarna niet meer. De oude atomisten hadden dus gelijk: een atoom is onsplitsbaar.

    Als je een mens in stukken hakt, dan kunnen we ook constateren dat die mens niet meer bestaat. De essentiële eigenheid van het “mens zijn” is verdwenen: hij is dood. De oude atomisten hadden dus ook gelijk met de individualiteit (atoom begrip) van de mens: ook niet splitsbaar.

    Ik vind dat je best de conclusie mag trekken dat de oude atomisten een zeer goede intuïtie hadden. Ik prefereer tegenwoordig liever het woord “monade” in de zin van een “levende eenheid”. Zo zie ik dan ook het tegenwoordig atoom: een levende eenheid in het rijk van de materie.

    groet van Jan

    Like

  9. Het staat iedereen vrij ideeën naar voor te brengen. Dat zijn hypotheses. Hypotheses zijn niet bewezen. Indien een hypothese door de praktijk bevestigd wordt, dan wordt het een theorie.
    Als ik beweer dat waterstof en zuurstof kunnen reageren en water vormen, dan wordt die hypothese een theorie doordat we die chemische reactie herhaaldelijk kunnen uitvoeren.
    Als we beweren dat er een god (schepper) bestaat dan is dat een hypothese. We zijn er nog steeds niet in geslaagd daar een bewijs voor te leveren. Hypotheses kunnen we geloven of niet.
    De ideeën in de oudheid, over atomen, waren hypotheses. Het werden slechts theorieën, van zodra die aan de praktijk getoetst werden.

    Like

  10. Zwerver

    FrankB: Dus ik vind het een overbodig onderwerp, die dingen nodeloos vaag en moeilijk maakt.

    Daarmee behoor je tot een meerderheid. De geheime leer waar ik het over heb, was al praktijk tijdens de Grieken en Romeinen, maar ook andere volkeren hadden er weet van. Maar niet in de zin dat van die volkeren alle leden er weet van hadden, het was ook toen slechts een klein gedeelte. Zo is het in onze samenleving ook een klein gedeelte.

    Als ik lees waar Lucretius over schrijft, dan weet ik zonder mij ooit verdiept te hebben in Lucretius waar het over gaat. Het ‘ondeelbare’ is maar voor één uitleg vatbaar. Om een klein tipje van de sluier op te lichten, ons (zelf)bewustzijn is ergens op gericht. Door de gerichtheid krijgt je deling: er treedt een scheiding op tussen subject (ikke dus) en de objecten welke ik waarneem (o.a. jij dus)

    Alles wat gedeeld is kan ik uitleggen, iets wat ongedeeld is kan ik NIET uitleggen. Daarom geloof ik ook niet in God, dan zou ik immers God van mijzelf scheiden. Achter de ogen van God plaats nemen is mij voldoende.

    Liefde is ook zo’n mooi onderwerp. In het dagelijks leven is ‘mijn’ liefde gericht op mijn vrouw, kinderen, vrienden enz. In de goddelijke essentie is liefde helemaal nergens op gericht. Maar geloof aub geen woord van wat ik schrijf. De geheime leer is niet om te geloven, maar om in je zelf te realiseren. Je schiet er dus niks mee op om mij te geloven. Daarom kan ik ook openlijk schrijven over de geheime leer. En dat deden Lucretius, Aristoteles, Lao Tze, Boeddha, Jezus en vele vele anderen ook.

    Het is dus weliswaar geheim, maar het is helemaal niet geheimzinnig. Stop met van alles te geloven en ga onderzoeken wat men bedoeld. Door het onderzoeken zelf kom je er achter. Hopelijk ben je nog jong, want er gaat wel wat tijd in zitten.

    Like

  11. Jan

    @FrankB je schrijft aan Zwerver:
    “uw vage geheime openbare leer. U laat dat fraai zien met uw voorbeeld van waterstof drinken – H2 is een gas. Kunnen we best inademen, al is dat niet zo gezond.”

    Hieruit blijkt dat u goed de aggregatie toestanden kent, die kinderen op school leren. Ook blijkt dat u verondersteld dat Zwerver dat blijkbaar niet weet. Dat lijkt me een foute opvatting. U neemt de zinnen van Zwerver veel te letterlijk. Met een beetje goede wil kan je ook begrijpen wat een andere bedoelt. De eerste vereiste is begrijpen dat woorden slechts woorden zijn die nooit letterlijk genomen dienen te worden en dat woorden meerdere betekenissen kunnen hebben. Een tweede is dat woorden kunnen verwijzen naar symbolen en tekens.
    Ik zal een voorbeeld geven, men spreekt ook wel: “Ik dronk zijn woorden.” Dat betekent dan dat men dorst had om kennis te vergaren en men aandachtig luisterde naar de ander wat hij bedoelde.

    Het betekent dus niet: ik heb zijn woorden uitgetypt en in het getypte blaadje papier vermengd met water, en de zo verkregen brij opgedronken.

    Wat jij noemt “vage leer”, is een onjuiste interpretatie van een zeer diepzinnige leer, die je moet aanvoelen. Als je dat rationeel letterlijk gaat nemen, dan kan ik begrijpen dat het vaag voor je wordt.

    Met vriendelijke groet van Jan en zet hem op: die eens een cursus symbolisch denken!

    Like

  12. FrankB

    @Zwerver: “Ik vind dit een heerlijk onderwerp.”
    Dat mag allemaal, maar u bedoelt nog steeds niet hetzelfde als natuurwetenschappers. Scheikunde lukt prima zonder uw vage geheime openbare leer. U laat dat fraai zien met uw voorbeeld van waterstof drinken – H2 is een gas. Kunnen we best inademen, al is dat niet zo gezond. Hoe dat komt – zie biologie, natuur- en scheikunde, niet uw geheime leer.
    Dus ik vind het een overbodig onderwerp, die dingen nodeloos vaag en moeilijk maakt.

    Like

  13. Zwerver

    @FrankB
    De geheime leer is dan ook niet geheim, maar volstrekt openbaar.
    Zoek naar de ondeelbare eenheden (dat is al een discrepantie)
    Ik vind A-toom ook een mooi woord. Net zoals bij de rozenkruisers het oeratoom mij ook aan sprak.
    Energiestromen is weer wat anders. Van Jomanda heb ik geen verstand, maar de energiestroom van een ánder is voor mij voelbaar!
    Ik vind dit een heerlijk onderwerp, omdat relativiteit er zo mooi uit springt. Ik (be)sta relatief ten opzichte van jou. Net zoals je aan één atoom niet zo veel hebt, heb je er pas wat aan als ze relatief worden. Twee atomen H en een O, dat kun je drinken. Dat moet je met waterstof niet proberen!
    Zo zie je maar, de geheime leer is ook beschikbaar in ordinaire scheikunde.
    Het hele universum ademt dezelfde sfeer uit. Een sfeer van gedeeldheid, maar ook van ongedeeldheid. Ik als individu ben gedeeld, ik krijg pas waarde in ongedeeldheid.
    En bij ongedeeldheid kom ik bij God uit. En daar ga ik het niet over hebben, anders worden mijn reacties gezien als spam 😉

    Liked by 1 persoon

  14. FrankB

    @Carla: WordPress is een eigenaardig verschijnsel. Links vereisen vaak, maar niet altijd moderatie (vandaar dat ik ze vandaag heb weggelaten). Soms verschijnt een reactie pas nadat je op de verversknop hebt gedrukt.

    Like

  15. FrankB

    “Misschien moeten we af en toe weer terug naar die werkwijze: vooraf goed nadenken over alle aspecten van een onderwerp en pas dan actie ondernemen.”
    Democritus aan de andere kant ondernam eerst actie en dacht daarna goed na. Hij kwam nl. tot zijn atoomfilosofie nav nauwkeurig observeren van de werking van een mes. Overigens ondernemen wetenschappers altijd pas actie nadat ze goed hebben nagedacht. Vandaar het vak methodologie. Daar krijg je vragen als: onderzoek je eigenlijk wel wat je wilt onderzoeken?

    Like

  16. Carla

    Daar had ik ook al naar verwezen @ Frank. ( incl. 2 linkjes ) Mijn bericht stond er wel op in afwachting van moderatie. Waarvoor alle begrip. Maar is blijkbaar ‘verdwenen in de krochten van een ‘zwart gat’ 😉

    Liked by 1 persoon

  17. FrankB

    @Zwerver: “Uiteraard waren ook de Grieken en Romeinen al uitstekend op de hoogte van de geheime leer.”
    Dan was die leer ook niet erg geheim.

    “De rozenkruisers speken ook van het „oeratoom”.
    En Jomanda sprak over energiestromen. Daaruit volgt nog niet dat ze hetzelfde bedoelden.

    Like

  18. Carla

    Heerlijk……’ wetenschap zonder bewijs’…..;-) Ik ben het wel eens met wat Ingeborg Swart zegt: ” Misschien moeten we af en toe weer terug naar die werkwijze: vooraf goed nadenken over alle aspecten van een onderwerp en pas dan actie ondernemen. Al is het maar in de loze uurtjes in de trein of file.” Dan worden m.i. de loze uurtjes, zinvolle uurtjes. 😉
    In het kader van ‘ de week van de klassieken’…..aanbevolen eens te gaan grasduinen in de site van Jona Lendering.
    b.v.. https://mainzerbeobachter.com/2019/04/08/mom-mooie-migranten-verhalen/
    of: https://mainzerbeobachter.com/2018/06/26/klassieke-literatuur-6d-filosofie/

    Liked by 1 persoon

  19. Zwerver

    Quote: Dichter en propagandist: deze omschrijving geeft precies weer tussen welke twee polen de dichter-filosoof Lucretius tijdens zijn vrij korte leven (hij werd waarschijnlijk niet ouder dan 45 jaar) zijn ’obsessie’ vorm heeft gegeven, zoals Schrijvers het noemt. Die obsessie behelst het bevrijden van zijn (erudiete) Romeinse lezers van angst voor de goden en van angst voor de dood.

    ——————————–

    Wie zich wil bevrijden van angsten in het algemeen en angst voor de dood in het bijzonder, zal zijn eigen angst als object van waarneming moeten nemen.

    ——————————-

    Quote: Het hele gedicht eindigt met de huiveringwekkende beschrijving van de pest in Athene in 430 vChr. Dat Lucretius ervoor koos met zoveel sterven en doodsangst zijn werk te besluiten, is paradoxaal.

    ——————————-

    Het kennen van de paradox is eigenlijk de oplossing voor het vraagstuk over leven en dood.

    Opmerkelijk is ook dat er gesproken wordt over de lege ruimte en dat wat de ruimte vult. Hier zouden we uit kunnen afleiden dat de „voortdurende werveling” datgene is wat we voortdurend waarnemen. Onze antwoorden liggen m.i. dan ook in die lege ruimte. En dan niet als een mentale voorstelling of een leuke meditatie, maar als iets wat je realiseert. En dat is knap lastig als je „voortdurend wervelt”.

    Uiteraard waren ook de Grieken en Romeinen al uitstekend op de hoogte van de geheime leer.
    A-tomos verwijst naar het ondeelbare. Dat dient dus gevonden te worden voor het bloot leggen van de geheime leer. Ik als mens ben deelbaar, neem gedeeld (gericht) waar. Het deelbare is niet moeilijk te ontdekken. Het ondeelbare blijft geheim zolang men denkt het in boeken of wijsheid te kunnen vinden. Het ondeelbare ligt in ons hart verborgen.

    De rozenkruisers speken ook van het „oeratoom”. Oftewel, de roos der harten. De goddelijke kern in ons allen, welke zich niet ontwikkeld zolang we ons met zelfzucht bezig houden.

    Like

Reacties welkom. Er kan gemodereerd worden.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.