Pleidooi voor radicale godgeleerdheid

weneedtotalkgod

‘Misschien moeten we er als theologen mee ophouden! Misschien heeft de koningin der wetenschappen zichzelf opgeheven door – zij het niet zonder tegenzin – de weg naar de wetenschappen open te leggen.’ Dit zegt systematisch theoloog Josh de Keijzer in zijn essay op de site The End of God. Theologie moet in deze tijd radicaal publiekelijk worden, radicaal seculair en radicaal marginaal. ‘Theologie is niet bedoeld voor de Kerk maar voor de wereld’.

Gelet op de huidige situatie is het misschien nodig te stellen dat de theoloog haar arbeid moet verrichten etsi ecclesia non daretur (d.w.z. alsof er geen Kerk is). Maar als de theoloog dan een eenzame roepende is in de woestijn dan is daar het begin, misschien, van een nieuwe Kerk. Het is op deze manier van binnenstebuiten gekeerd zijn dat theologie radicaal publiekelijk moet worden én radicaal seculair én radicaal marginaal.’

De Keijzer stelt dat het niet de bedoeling van theologie is om zich te verhullen met een dekmantel van wazigheid of een web van rituelen, maar om te communiceren.

Theologie mag zich dan in een crisis bevinden, ontworteld zijn, academisch in het nauw zijn, maar er is nog steeds een doorgaande bezinning op de boodschap en betekenis van De Gekruisigde. Dat symbool is nimmer uitgeput. En theologie dient daar verantwoording over af te leggen en het symbool van de Christus opnieuw te interpreteren voor een seculaire maatschappij die bedreigt wordt door religieus extremisme, populisme, potentiële ecologische vernietiging, en kapitalistische uitbuiting.’

Ook vindt de theoloog dat theologie radicaal post-religieus moet zijn omdat het religieuze discours in onze maatschappij een relikwie is van een voorbije tijd, gekenmerkt door truttigheid en burgerlijke betutteling allemaal in naam van een fictieve godheid.

Om deze manier van denken tegen te gaan moeten de symbolen van het christelijk geloof hertaald worden. Te pas en te onpas zal duidelijk moeten worden gemaakt dat waar de theoloog over spreekt het hart raakt van de belangrijke discussies die gevoerd worden over euthanasie, vluchtelingenproblematiek, technologie en economie.’

Theologie moet ook radicaal marginaal zijn, meent De Keijzer, omdat de Kerk de afgelopen 1700 jaar zich voornamelijk bezig heeft gehouden met zelfverrijking, oorlogen, en machtspolitiek. Alleen door exclusief plaats te nemen in de marge, kan de theoloog laten zien dat het menens is. De Keijzer vindt het dan ook essentieel dat de theologische discours radicaal gericht is op daar waar het in deze wereld om draait: de marge.

Daar waar de onderdrukte is, de uitgebuite, de verschopte en verstotene, daar is De Gekruisigde. De marge wordt zo het nieuwe centrum van de theologie in solidariteit met hen die zich daar bevinden en in navolging van de God die stervende is aan een kruis. Juist de stervende god is het symbool dat de dood van god weerspreekt, omdat het een solidair sterven is, een actief zichzelf weggeven ten behoeve van anderen, i.p.v. door irrelevantie uitgeveegd te worden.’

god@nakedpastor
D
e theoloog vindt dat theologische discours nooit meer post-religieus kan zijn dan wanneer het zegt en naleeft dat de ware liefde van God het compromisloze Nee is tegen het economische en politieke geweld dat in deze wereld plaatsvindt.

Dan kan het kruis weer verstaan worden als een sprekend en werkzaam symbool dat opgericht werd om slachtoffers en overtreders, onderdrukten en onderdrukkers van zichzelf te verlossen en met elkaar te verzoenen.’

Een theologie die moeilijk thuis is in het academische omdat het doel niet wetenschappelijke kennis maar liefde en gerechtigheid is, vindt de theoloog.

Dit is een theologie die maar moeilijk thuis is in de Kerk, niet alleen omdat de Kerk haar opaciteit grotendeels verloren is, maar ook omdat dit profetische theologie is die de Kerk aan haar naar buiten gerichte taak herinnert. Maar wanneer theologen hun theologische taak serieus opvatten, kan er toch nog iets nieuws ontstaan, waarbij er opnieuw sprake is van een levende Kerk en een academische wereld die bij theologen te rade gaan voor bezielende inspiratie.’ 

Zie: Theologie in de 21ste eeuw: de taak van een discipline in het nauw

Beeld: Toen orkaan Charley medio augustus 2004 in Florida toesloeg met 150 km per uur en borden omver gooide, bomen ontwortelde en duizenden huizen vernietigde of onbewoonbaar achterliet, overleefde één billboard op Sand Lake Road in Orlando de aanval relatief ongedeerd. De storm vernielde de meest recente reclameboodschap op het bord en onthulde in plaats daarvan een advertentie van een eerdere campagne. (snopes.com)

Cartoon: ©nakedpastor

Met Boeddha op het Achtvoudige Pad

Sri.Lanka.rondreis.Mihinthale.beeld

Met een knipoog naar Arjen Lubach 😉 

Als Arjen ergens rond het einde van de zesde eeuw v Chr. Boeddha hoort prediken in een park, tijdens een van zijn vorige levens, blijft hij luisteren. Hij wordt geraakt door zijn woorden en veert op bij zijn verhaal over de Vier Edele Waarheden, de kern van zijn leer. Vooral bij de vierde edele waarheid: het Achtvoudige Pad. Dat vertelt hoe je goed kunt leven, zoals: met het juiste inzicht; de juiste bedoelingen; de juiste spraak; het juiste handelen; het juiste levensonderhoud; de juiste inspanning; de juiste aandacht; de juiste concentratie.

Boeddha doet Arjen denken aan de Iraanse profeet, leraar en filosoof Zarathustra die Arjen eerder ontmoette in hetzelfde park. Zarathustra (ook wel Zoroaster genoemd), spreekt op zijn manier over het juiste leven. De mens zou op de juiste manier moeten denken, juist spreken en juist handelen. Voor Arjen betekent dit dat als je juist denkt, je vanzelf juist gaat spreken en wat belangrijker is, dat daar weer uit voortvloeit dat je dan juist gaat handelen. Het zou de wereld ten goede komen als veel mensen juist denken.

Arjen verdiept zich in het Boeddhisme, maar wordt geen monnik. Hij kiest voor het lekenbestaan. Dat verruimt zijn openstaan voor wat het leven nog meer te bieden heeft. In een klooster zou het misschien gemakkelijker zijn om te leven op boeddhistische wijze (meer tijd en stilte voor meditatie en concentratie), maar binnen de maatschappij, in een gezin, leeft Arjen meer volgens het Achtvoudige Pad. Ook als voorbeeld voor (en met) anderen en zijn kinderen. In een klooster zou hij zich waarschijnlijk opgesloten voelen, te veel binnen, te ver verwijderd van het echte leven.

Het spreekt Arjen aan dat Boeddha met behulp van meditatie – na een spirituele crisis rond zijn dertigste levensjaar – naar diepgaand inzicht in de werkelijkheid zoekt. Naar bevrijding door inzicht. Dat Boeddha op zoek gaat ‘naar het ongeborene, dat wat niet veroudert, dat wat vrij is van ziekte, het doodloze, dat wat vrij is van verdriet en bezoedelende affecten, de onovertroffen rust na inspanning, het nirvana.’ Hij lijkt op zoek te zijn naar de hemel op aarde. En dat is niet de hemel van (een) God, want het concept God is Boeddha vreemd. Het boeddhisme is niet-theïstisch. Goden zijn hooguit medebewoners van het universum, van de ‘hemelen’ en geen scheppers. Voor Boeddha staat de mens en zijn heil centraal; zijn leer is antropocentrisch.

Boeddha wordt geraakt door het lijden van mensen als hij rond zijn dertigste levensjaar buiten de muren van het paleis treedt waarin hij opgroeit. Voor het eerst ziet hij ouderen, zieken en doden. Als hij ook een rondtrekkende asceet ontmoet, wil hij diens voorbeeld volgen en de verlossing uit de wereld van het lijden zoeken. Het lijden groeit uit tot zijn centrale thema. Boeddha realiseert zich dat het leven met lijden is gevuld. Zo kwam hij tot zijn Vier Edele Waarheden: over het lijden zelf; over de oorzaak van het lijden; over het ophouden van het lijden en over de weg er naar toe: het Achtvoudige Pad.

De gedachtegang van Boeddha over het omgaan met het lijden zet Arjen aan het denken. Hij vindt het niet eenvoudig zijn vier edele waarheden in praktijk te brengen. Volgens Boeddha schuilt het lijden in het verlangen, begeerte, en ontstaat dat verlangen door onwetendheid: door een verkeerd begrip van de dingen, met name de aard van het zelf.

Om dit beter te leren doorgronden volgt hij Boeddha op het Achtvoudige Pad. In de gedachte daardoor de Vier Edele Waarheden beter te kunnen begrijpen en ernaar te leven, daar ook Arjen wil dat het lijden ophoudt, niet alleen bij hem, maar bij alle mensen. Zelf gelooft Boeddha dat het lijden zal stoppen wanneer het proces dat het voortbrengt, omgedraaid wordt en nirvana voortbrengt: een einde van alle verlangen en onwetendheid. Dat nirvana kan bereikt worden door middel van het Achtvoudige Pad. Dat blijkt een lange weg. Maar tijdens het onderweg zijn oefent Arjen in het doen van het juiste. En Boeddha vindt dat proces het belangrijkste, zegt hij als hij omkijkt om te zien of Arjen hem nog volgt, niet alleen het doel.

Het achtvoudige pad, legt Boeddha onder een prachtige boom aan Arjen uit, gaat om het juiste spreken (waarheidsgetrouw, vriendelijk en zinvol); om het juiste handelen (geweldloos, niet stelen, geen seksueel wangedrag); het juiste levensonderhoud (beroep waarin geen begeerte, geweld, en handel in verdovende middelen of levende wezens plaatsvindt); de juiste inspanning (ook wel uitgelegd als wat goed is voor jou is altijd goed voor je medemens); de juiste aandacht (opmerkzaamheid of bewustzijn: luisteren naar je lichaam, gevoelens, geest, inhoud van de geest); de juiste concentratie (mediteren, goede dingen doen); de juiste visie (de vier edele waarheden) en de juiste gerichtheid van het denken (verzaken van begeerte, welwillend, geweldloos.)

Het Achtvoudige Pad kost Arjen veel (juiste!) inspanning om in de praktijk te brengen. Hij kan het pad echter in vieren delen. Dan is de eerste stap het doel dat aan alles te grondslag ligt: een waar geloof opbouwen. Een die gebaseerd is op de wijsheid van Boeddha. En dat je het grondbeginsel van de wezenlijkheid (waar het om gaat) van alle bestaan aanneemt en het zo leert begrijpen. De tweede stap is dan de juiste levenshouding aannemen. De derde stap: consequent met deze houding leven en als de vierde stap in dat dagelijks leven de leer van Boeddha op een goede manier gebruiken.

Bronnen o.a.:
Wereldreligies, onder redactie van Michael D. Coogan (Librero)
Hedendaags Boeddhisme van Nikkyô Niwano (Servire Uitgevers)

Beeld: singhareizen.nl

Filosofische ontmoeting met Spinoza

HanvanRulerPD

Buitengewoon hoogleraar in de Geschiedenis van de Filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Han van Ruler, vertelde woensdagavond in Zaal 3 in Den Haag geestdriftig en met humor over Benedictus de Spinoza. De lezing was georganiseerd door de stichting Nacht van de Filosofie Den Haag: een filosofische ontmoeting met Spinoza. Hij was die dag precies 341 jaar dood. Van Ruler vertelde heel toegankelijk over de mens Spinoza, die kritisch omging met zowel religie als de politiek. Filosofie was daarbij het instrument dat Spinoza vaardig hanteerde. Van Ruler: ‘Iedereen gebruikte Spinoza toen in zijn voordeel, voor- en tegenstanders, net als in deze dagen trouwens’.

Nieuw voor mij was de suggestie van Van Ruler, medevertaler van een van de vele in het Nederlands vertaalde Ethica’s – samen met Corinna Vermeulen – dat de verbanning van Spinoza, in 1656, uit de Sefardische gemeente, wellicht vanwege financiële perikelen geschiedde. Het was niet zeker of het alleen maar verband hield met zijn filosofische ideeën. Het meest bekende verhaal is echter dat de Spinoza zich weigerde te conformeren aan de joodse gemeenschap. Hij was toen 23, en de verbanning moet in die tijd een schok voor hem zijn geweest. Maar hij liet zich er niet door afschrikken.

In de tijd van Spinoza roerde zich vooral vele dominees over de geschriften van Spinoza. Zelf durfde Spinoza het niet aan sommige geschriften van hem onder zijn naam te publiceren, ook de drukker werd niet vermeld. Spinoza bracht wat teweeg. Sommigen wilden zelfs niets meer met filosofie te maken hebben. Spinoza ging veel te ver. Hugenoten echter genoten er zo van, dat ze mede door Spinoza niets meer met religie te maken wilden hebben. Iedereen gebruikte Spinoza voor zichzelf: atheïsten eerden hem als atheïst, maar veel progressieve gelovigen waren enthousiast over zijn nieuwe Godsbeeld – in tegenstelling tot de orthodoxen. Voor beide partijen werd Spinoza een superheld. Anderen zagen in hem een mystieke of rationele held.

De Ethica – die pas na zijn dood verscheen – is een soort theorie van alles, van de werkelijkheid als geheel; Spinoza begon al vroeg met het schrijven ervan. Zijn ideeën handelden over politiek en religie. Voor de filosoof was de Bijbel geen waarheid, maar konden de verhalen erin mensen bijsturen. Voor Spinoza was het een ‘gewoon boek’. Mensen ‘bijsturen’ zag hij ook als taak van de politiek èn de filosofie. Filosofie had de taak de politiek te helpen. Bijbel, politiek en filosofie konden de mensen ‘de goede kant uitsturen’. Spinoza was voor vrijheid van godsdienst en filosofie. Hij vond wel dat godsdienst intolerant kon zijn, maar wilde geen godsdienst verbieden. Hij was ook voorstander van vrijheid van meningsuiting.

Spinoza stelde dat in de wereld niets zelfstandig functioneert: alles is onderdeel van één groots proces. Dat proces noemde hij God, of de natuur. Spinoza had het vooral op kennis: je moet je verstand gebruiken: voor een verstandig mens is een ander verstandig mens nuttig, zo oreerde hij. Spinoza wilde geen onvolledige kennis, maar volledige kennis: daar ging het om. Rationaliteit. Gebruik van de rede was belangrijk voor de filosoof. Hij vond ook dat hoe beter het lichaam van de mens functioneerde, hoe blijer de mens. Hoe zwakker de mens, hoe verdrietiger. En vrijheid? Is het gevolg van verstand. De mens moet zichzelf leren begrijpen, ook door intuïtieve kennis: dat leidt tot tevredenheid met jezelf en de wereld.

Van Ruler bracht voor mij een Spinoza over als serieus religieuze denker, weliswaar afkerig van dogma’s en godsdienst, maar iemand die hartstochtelijk God / de Natuur liefhad. En de filosofie.

Bijeenkomst: Zaal 3, Den Haag, Nacht van de Filosofie met Han van Ruler (21-02-2018)
Foto: Han van Ruler (PD)